`Kunst levert geen kiezers op'

De Duitse dirigent Ingo Metzmacher wordt de nieuwe chef van de Nederlandse Opera. ,,Amsterdam is een prettige, internationale stad.''

Voor de Nederlandse Opera is de komst van dirigent Ingo Metzmacher in 2005 een grote artistieke stap voorwaarts. Toen de huidige chef Edo de Waart zijn vertrek aankondigde (in februari 2004), overwoog de Nederlandse Opera door te gaan zonder een nieuwe muzikaal leider; er wordt immers toch steeds met andere orkesten samengewerkt. Maar toen kwam Metzmacher in beeld – een droomkandidaat. Metzmacher (45) is relatief jong, gepokt en gemazeld in avontuurlijk, twintigste-eeuws repertoire en kijkt terug op een lange en indrukwekkende allround-ervaring als operadirigent. Metzmacher bleek bovendien bereid tot de duurzame betrokkenheid die de Nederlandse Opera van zijn nieuwe chef verlangt. Zijn contract als chef-dirigent is om te beginnen afgesloten voor een periode van drie jaar, maar al bij de persconferentie over zijn aantreden maakte Metzmacher bekend absoluut geen `jobhopper' te willen zijn.

Nog tot 2005 is Ingo Metzmacher Generalmusikdirektor van de Staatsoper en het Philharmonisches Staatsorchester in Hamburg. Hij vertrekt er na acht jaar, ,,uit onvrede met de structurele financiële problemen''. Intendant Louwrens Langevoort kreeg begin mei te horen dat hij per 2005 ook kan vertrekken. De omstreden nieuwe Hamburgse wethouder van Cultuur, Dana Horáková, maakt zich onder meer hard voor een `museum voor terrorisme', omdat Mohammed Atta uit Hamburg kwam. Daarnaast heeft zij besloten een frisse start te maken met de Staatsoper. De Australische dirigente Simone Young wordt er in 2006 muzikaal directeur en artistiek leider. Dat een nieuwe kapitein weinig zin heeft in een, in zijn huidige structuur, zinkend schip, daar heeft Haráková geen oren naar.

Metzmacher wil aan de situatie in Hamburg liever niet teveel woorden vuil maken, kondigt zijn agent vooraf aan. In zijn kantoor, op de vierde verdieping van het grauwe kantoorgebouw van de Staatsoper, zweeft een door één van zijn kinderen gefröbeld papieren vliegtuigje dromerig boven het bureau. Metzmacher verheugt zich op zijn komst naar Amsterdam: ,,Een frisse start! Het is natuurlijk altijd een risico voor onbepaalde tijd weg te gaan uit het land waar je bent opgegroeid, en waarmee je dus ook bent vergroeid. Maar het is ook een kans, een uitdaging om nieuwe kanten in mijzelf te ontdekken. En ik heb altijd een voorkeur gehad voor alles wat niet-Duits is.''

Bij de Nederlandse Opera zal Ingo Metzmacher in principe vier producties per seizoen leiden. Dat komt neer op een aanwezigheid van zes maanden per seizoen, rekent hij voor. ,,Ik zal daarom met mijn gezin naar Amsterdam verhuizen. Mijn vrouw, die van origine uit Zuid-Afrika komt, vindt dat fantastisch. Mijn kinderen, van 13, 11 en 10, niet.''

Voorkeur

Bij de Staatsoper in Hamburg dirigeerde Metzmacher een breed repertoire. Over zijn Amsterdamse toekomst is vooralsnog alleen bekend dat hij nieuwe producties van Mozarts Da Ponte-opera's (Le nozze di Figaro, Don Giovanni en Così fan tutte) zal dirigeren. ,,Veel mag ik verder ook nog niet verraden'', zegt Metzmacher. ,,Het is bekend dat ik een voorkeur heb voor muziek uit de 20ste eeuw, en uit die periode heeft de Nederlandse Opera nog veel grote werken niet uitgevoerd. St. François d'Assise van Messiaen, bij voorbeeld. En de opera's van Hans Werner Henze – die zijn in Amsterdam überhaupt nog nooit geënsceneerd. Maar ik wil niet gebrandmerkt worden als specialist in eigentijdse muziek. Net als in Hamburg zal ik me hier allround profileren.

,,De grote operacomponisten zijn voor mij Mozart, Wagner, Verdi, Janácek, Strauss en Berg. Puccini? Nee. Zijn muziek is me te mooi. Ik luister graag naar La Bohème en mag de muziek graag op de piano spelen. Maar ik hoef haar niet te dirigeren. Dat geldt ook voor Bellini, Donizetti – eigenlijk voor het hele belcanto-repertoire. Ik ben dol op goede zangers, maar mijn sterke kant ligt bij opera's waarin het orkestraal aandeel autonoom symfonisch is, en niet slechts een begeleidende rol speelt. Er zijn zovéél dirigenten die dat met meer passie en kennis kunnen doen dan ik. Datzelfde ervaar ik bij de opera's van Monteverdi. Prachtmuziek, maar ik voel me daarvoor als dirigent incompetent.''

In Hamburg werkte Metzmacher in talrijke producties samen met regisseur Peter Konwitschny. Vooral de producties van Verdi's Don Carlos en Lohengrin die hij met Konwitschny realiseerde, herinnert Metzmacher zich als schoolvoorbeelden van wat opera vermag: het publiek direct bij de thematiek betrekken. ,,Wat mij in opera interesseert, is steeds de actuele relevantie'', verklaart Metzmacher. ,,Opera moet mensen raken, aan het denken zetten. Een opera die je gedistantieerd kunt gadeslaan, of als een esthetisch evenement kunt ondergaan, heeft niet mijn hart. Ik ervaar het als mijn plicht de mogelijkheid in opera maatschappelijk stelling te nemen, ook te benutten. Juist omdat muziektheater daartoe meer mogelijkheden biedt dan concertmuziek.''

Vreest U niet dat regisseursengagement doorschiet? Stravinsky's The Rake's Progress, door regisseur Peter Sellars geënsceneerd in een moderne Amerikaanse gevangenis anno heden, werd hier massaal uitgejoeld.

,,Ik heb die productie gezien, en die wás problematisch. Sellars legde The Rake's Progress iets op wat niet in de muziek en het libretto ligt besloten. Dat is dus precies wat ik niet bedoel met actuele relevantie. Ook een `actuele' productie moet het origineel trouw blijven. Neem Schönbergs Moses und Aaron. Dat verhaal kun je, zonder de bron geweld aan te doen, zien als een parabel voor een volk en een land in staat van radeloosheid. In zo'n geval moeten de dirigent en regisseur die zo'n opera op zich nemen, zich de juiste vragen stellen. Het is heus geen toeval dat Schönberg rond 1930 juist dat thema koos, en daarna zelf naar Amerika vluchtte. Met die achtergrondkennis moet je zo'n opera niet in een woestijn situeren, maar erover nadenken hoe je het verhaal kunt vertalen voor het publiek nu. Hoe je duidelijk kunt maken dat er geen abstract probleem wordt behandeld, maar iets dringends dat ook de toeschouwer persoonlijk aangaat.''

Is de operaganger er niet veeleer uit op een aangename ontsnapping aan de actualiteit?

,,Dat weet ik niet. En opera mag soms ook best esthetisch en raadselachtig zijn. Maar daar moet het thema van de opera dan aanleiding toe geven. We zijn het de componist verschuldigd na te denken over zijn drijfveren. Mijn hart ligt bij regisseurs die dat zich óók ten doel stelen. En, als we het doorredeneren, ook bij dirigenten die hun werk zodanig serieus namen, dat ze in tijden van tegenspoed ook stelling durfden nemen. Zoals Otto Klemperer of Fritz Busch, die Duitsland in de jaren dertig verlieten. Dat zijn politieke beslissingen met persoonlijke consequenties.''

U verlaat Duitsland nu ook.

,,Ja, maar dat kun je niet vergelijken. Mijn vertrek is geen exil, ik vind het leuk naar Amsterdam te komen. Ik heb ook een tijd in Brussel gewoond, en zie ernaar uit opnieuw buiten Duitsland te leven. Amsterdam is een prettige, internationale stad.''

Voordat Ingo Metzmacher in 1997 Generalmusikdirektor werd in Hamburg, studeerde hij piano, muziektheorie en directie. Hij werd in 1981 pianist van het Ensemble Modern, dat hij vanaf 1985 ook dirigeerde. In 1988 debuteerde hij bij de Muntopera in Brussel. Daarna leidde hij operaproducties in Dresden, Stuttgart, Los Angeles, Parijs.

In Nederland verwierf Ingo Metzmacher bekendheid en populariteit als gastdirigent bij het Radio Filharmonisch Orkest, het Concertgebouworkest en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Metzmacher: ,,Ik ken de Nederlandse orkesten inderdaad vrij goed, alleen met het Nederlands Philharmonisch Orkest heb ik nooit eerder gewerkt.''

In het Cultureel Supplement van 4 april jl. memoreerde Kasper Jansen de traditie van het Concertgebouworkest om naast de chef-dirigent een tweede dirigent te benoemen: Dopper, Van Beinum, Walter, Monteux, Jochum en Kondrasjin. ,,Metzmacher zou naast Mariss Jansons een perfecte keus zijn geweest'', aldus Jansen.

Metzmacher: ,,Wat kan ik zeggen? Elke keer dat ik het Concertgebouworkest dirigeer, is voor mij een attractie. Ik prijs me dus gelukkig dat ik ben uitgenodigd voor gastdirecties in de komende seizoenen. En in 2004 debuteer ik in Amsterdam als operadirigent – nog niet als chef! – mét het Concertgebouworkest in Korngolds Die tote Stadt.

,,Het is mijn bedoeling in Nederland veel concerten te dirigeren, en niet alleen opera'', vervolgt Metzmacher. ,,Opera kost veel tijd wanneer je echt betrokken wilt zijn, en ik ben nu niet zo'n dirigent die pas langskomt als de orkestrepetities beginnen. Ik wil van a tot z betrokken zijn, verantwoordelijkheid nemen. Daar heeft de Nederlandse Opera me ook op uitgezocht. En in de periode dat een operaproductie loopt, kan ik dus niet mijn koffers pakken om tussendoor elders even een concert te dirigeren. Dan moet je conclusies trekken. Eén van die conclusies is dat ik mijn concertbezigheden met verschillende orkesten in Nederland hoop uit te breiden.''

De diversiteit aan orkesten waarmee De Nederlandse Opera samenwerkt is groot. In Hamburg werkt U met één orkest. Dat lijkt een stabieler uitgangspunt.

,,Schijn bedriegt! De Staatsoper in Hamburg is een repertoiretheater. Het orkest speelt zes avonden per week minstens drie verschillende opera's. Dat vereist ook nog vijf repetities, samen goed voor elf `diensten'. Maar één fulltime-musicus mag maar zeven diensten `draaien', met als resultaat een carroussel aan bezettingswisselingen. De musici zijn daardoor geroutineerd, flexibel en snel. Het nadeel is dat ik als dirigent nooit 's middags weet wie ik 's avonds voor me in de bak zal zien zitten. Dat vergt dagelijkse aanpasingen: `Aha, die fagottist is er lang niet geweest, die inzetten moet ik dus extra goed aangeven!' Hier in Amsterdam ontwikkel je een voorstelling met één orkest van de eerste repetitie tot en met de laatste opvoering. Dat geeft meer continuïteit, denk ik. En ik vermoed ook dat musici gemotiveerder zijn wanneer ze maar twee operaproducties per seizoen spelen.''

Hoe kijkt U verder aan tegen het verschil tussen het repertoire-systeem in Duitsland en het stagione-systeem in Nederland, met grofweg één opera per maand?

,,Ik vrees dat de operatraditie in Duitsland van verschillende kanten wordt bedreigd. Door het systeem, dat niet meer betaalbaar is. Artistiek, omdat er ook operahuizen zijn als Amsterdam: anders georganiseerd en beter functionerend. Langzamerhand ontstaat nu de discussie of Duitsland óók overmoet op een ander systeem. Maar dat is moeilijk. De opera in Frankfurt heeft het een paar jaar geleden geprobeerd, maar het publiek is gewend elke avond naar een andere opera te kunnen, en pikte dat niet. Het repertoiresysteem is in de Duitstalige culturele wereld een diepgewortelde traditie, ook bij toneel. Dat kun je dus niet van de ene dag op de andere veranderen, maar men moet er wel over nadenken. Alleen al omdat het repertoiresysteem ongelooflijk veel medewerkers vereist. Er werken hier 800 mensen, en de financiële situatie is uiterst somber.''

Is dat puur een economisch probleem, of wordt het publiek voor opera in Duitsland daadwerkelijk kleiner?

,,De zaalbezetting in Hamburg schommelt rond de negentig procent, daar ligt het niet aan. Ik geloof heilig in de toekomst van opera. In nieuwe producties en voor nieuwe werken biedt opera bij uitstek creatieve mogelijkheden, omdat het zo'n interdisciplinair, multimediaal genre is.

,,Over de politieke houding in Duitsland ten opzichte van kunst ben ik wél pessimistisch. `Kunst en cultuur', dat is tegenwoordig óók operette en musical. De waarde van kunst wordt bepaald door het aantal bezoekers. Dat kunst ook een intrinsieke waarde heeft, namelijk een maatschappij bij elkaar te houden en levendig te houden, lijkt iets waar niemand nog belang aan hecht. Want die waarde kun je niet vastpakken, niet bewijzen, niet in belastingcijfers tot uitdrukking brengen en het levert ook al geen kiezers op.

,,Het probleem is dat mensen niet meer zijn opgegroeid met de gedachte dat kunst een noodzaak is, en geen luxe. Begrijp me goed, het gaat niet om geld. Maar als er minder geld is, zou dat aanleiding moeten zijn bestaande structuren te heroverwegen. Je kunt niet, zoals nu gebeurt, alles bij hetzelfde laten als daarvoor eigenlijk geen geld is. Nee, de politiek zou zich actief moeten opstellen, doelen moeten stellen. Wat willen wij met een operahuis, en wat is haalbaar? Zo'n houding zou tenminste productief zijn, en dus verdedigbaar. De gedachte dat kunst en cultuur zichzelf moeten bedruipen is dat niet. Kunst is altijd ondersteund geweest. Door vorsten, door de staat.

Bij het Nederlands Philharmonisch Orkest is Hartmut Haenchen in 2001 óók `bitter, woedend en triest' opgestapt als chef-dirigent vanwege bezuingingen.

,,Werkelijk waar? Dat wist ik niet. Nu, we zullen wel zien. Ik heb in elk geval de indruk dat de Nederlandse Opera wél goed nadenkt over budgetten en wat daarvoor mogelijk is. En ik begreep dat Koningin Beatrix klassieke muziek een warm hart toedraagt!''

Ingo Metzmacher staat op 10/10 voor het Konklijk Concertgebouworkest in een programma met Nederlandse premières van werken van Carter en Rihm.

Inl: (020) 6718345