`Ik heb mijzelf in jou herkend'

Het woord `musical is afgeleid van de `musical comedy' die in de jaren twintig op Broadway ontstond. Maar bij moderne musicals als `3 musketiers' is de comedy ver te zoeken.

Veertien mailtjes over de vraag op welke avonden Bastiaan Ragas plaatsmaakt voor zijn vaste vervanger – en dat is alleen nog maar de oogst van de laatste paar dagen. Ragas geldt als de onbetwiste ster, maar ook zijn vervanger heeft een eigen aanhang, die op de fansite zelfs de stelling poneert dat hij de beste van de twee is. ,,Ik denk dat het vaak meer persoonlijke keus zal zijn wat je zelf leuk vindt, dan dat iemand echt slecht of goed is'', brengt een zekere Sandra sussend te berde.

Dit gaat niet over Idols, maar over de musical 3 Musketiers die volle zalen trekt in het nieuwe Luxor-theater in Rotterdam. Aanvankelijk zou de productie daar zes maanden staan, tot september. Wegens groot succes is de speelperiode verlengd tot januari; de oorspronkelijke najaarsprogrammering in Luxor werd goeddeels opzijgeschoven om daarvoor ruimte te maken. Al voor de première verliep de kaartverkoop uiterst voorspoedig, doordat het door Tooske Breugem en Bastiaan Ragas gezongen duet Alles – geheel volgens het marketingplan van producent Joop van den Ende – een hit was geworden. Nu staat de dubbel-cd met alle nummers uit de musical al drie weken op de derde plaats in de Mega Album Top 100, onmiddellijk na Bløf en Metallica.

3 Musketiers is zodoende immuun gebleven voor de kritiek op het gammele script van Van den Ende-employé André Breedland, de routineuze popmuziek van de gebroeders Bolland en de holle frasen in de zangteksten: ,,Dit is de dag dat mijn leven begint / ik ben d'Artagnan die het kwaad overwint / ik weet wat ik wil – nee ik zie geen gevaar / vanaf nu maak ik mijn dromen waar...'' De show heeft, met zijn Candlelight-emoties, zijn doelgroep gevonden. Ook in hun favoriete soaps spreken de personages rechtstreeks uit wat er aan de hand is. ,,Ik haat je'', zeggen ze. Of: ,,Ik wil je nooit meer zien.'' En net als zijn collega's in Goede tijden, slechte tijden draait d'Artagnan er niet omheen: ,,Net een droom / nu je bij me bent / ik heb mijzelf in jou herkend / jij bent nu een deel van mij / ik open mijn ogen – en daar ben jij.''

Bloei

Zulke spanningsloze zangteksten – een onsamenhangend zootje versleten zinnen – hebben niets meer te maken met de musical comedy, waarvan het woord musical is afgeleid. Het genre ontstond in de jaren twintig op Broadway, toen iemand bedacht de losse nummers van het revue-achtige variété uit die dagen met een doorlopend verhaaltje aan elkaar te verbinden. Sindsdien heeft de musical een ongelooflijke bloei doorgemaakt, met hoogtepunten als My fair lady, The Sound of Music en West Side Story, waarin dialogen, zangteksten en muziek sprankelend samengaan. In een musical versterkt de muziek de woorden en versterken de woorden de muziek. Waar het over gaat, doet er niet toe. Vaak is het een charmant liefdesverhaaltje, maar het kan ook de biografie zijn van een del die met een dictator trouwt (Evita) of de nachtelijke samenkomst van een groep katten op een vuilnisbelt (Cats). Als het maar tintelt van originaliteit, loskomt van de grond en vleugels krijgt.

Eén blik in de theateragenda's van New York (Broadway) en Londen (Westend) is genoeg om te zien hoe veelzijdig het genre nog altijd is. Er staan klassiekers als My fair lady naast een speelse Abba-compilatie als Mamma Mia!, tot musical bewerkte films als Hairspray en The Producers, een Disney-sprookje als The Lion King, een cabareteske show als Urinetown en nog veel meer. Bovendien wordt in Londen ook nog steeds Les Misérables gespeeld, onafgebroken sinds 1985. De Broadway-versie werd kortgeleden echter stopgezet, na vijftien jaar.

Les Misérables, de Victor Hugo-bewerking van het Franse duo Alain Boublil en Claude-Michel Schonberg, is een van de grootste successen uit de musicalgeschiedenis. Begin jaren tachtig bedoelden Boublil en Schonberg er een rock opera van te maken, om de eenvoudige reden dat de musical een in Frankrijk nauwelijks bekend genre is. Pas toen de Engelse producent Cameron Mackintosh er brood in zag, is het project in Londen als musical opgezet. Min of meer in dezelfde periode waarin Andrew Lloyd Webber werkte aan The Phantom of the Opera, naar een ander beroemd boek uit het negentiende-eeuwse Frankrijk.

Beide producties waren dermate succesvol, dat ze school maakten. Binnen een paar jaar leek de musical te worden gedomineerd door het negentiende-eeuwse melodrama: overdadig dramatisch, humorloos, vol spectaculaire theatereffecten, en een speelstijl die voortdurend deed denken aan de spottende woorden die een criticus er een eeuw geleden aan wijdde: rollenden oogs en machtigen gebaars. Alles wat de musical in de twintigste eeuw zijn speelse dynamiek had gegeven, leek in één keer te worden verdrongen door een terugkeer naar het theater van honderd jaar her. Bombast en pathos in plaats van puntigheid, gedragen door de symfonische rock die in de jaren zeventig werd uitgevonden door popmusici met te veel pretenties.

Maar op de podia in New York en Londen is de almacht van dit melodrama gelukkig allang weer geslonken. Alleen in Nederland, waar het genre pas de laatste twee decennia tot volle wasdom is gekomen, lijkt het nog toonaangevend te zijn. Hier was immers, nadat de musical in de jaren zestig het cabaret-geluid van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink kreeg, niet veel nieuws meer tot stand gekomen. En ook de buitenlandse ontwikkelingen gingen aan ons land voorbij. Pas toen dit isolement door de Nederlandse versies van Cats en Les Misérables met succes was doorbroken, besloot Joop van den Ende tot aankoop van het Circustheater in Scheveningen. Daarmee creëerde hij een podium voor het in Nederland nog onbekende systeem van open end-producties, voorstellingen die daar net zo lang konden blijven staan tot het publiek er genoeg van had.

Record

Hij begon met The Phantom of the Opera, waarmee meteen een Nederlands record werd gevestigd: drie jaar achtereen in één theater. De opvolger was Elizabeth, een oorspronkelijk uit Oostenrijk afkomstig drama waarin gevoelens op vergelijkbare schaal werden geuit. Intussen had Van den Ende met Cyrano al een eerste poging tot Nederlands fabrikaat gedaan. 3 Musketiers is zijn tweede – en ook nu diende de Franse literatuur uit de negentiende eeuw weer als basis. Het is waar dat de meeste musicals op iets bestaands zijn gebaseerd: een roman, een toneelstuk, een film, een biografie. Of gewoon de Bijbel, zoals Jesus Christ Superstar. Een dramatische constructie die zichzelf al hoog en breed bewezen heeft, vormt nu eenmaal een aantrekkelijke basis. Er zijn echter ook nog andere verhalen dan die van Hugo, Rostand of Leroux.

En daar komt nog bij dat ook de manier waarop Les Misérables tot musical werd bewerkt, de standaard is geworden. Overal hunkert de muziek naar symfonische proporties, terwijl de zangteksten zorgvuldig binnen de platgetrapte paden blijven. Zoals de acteurs zich in de negentiende eeuw moesten houden aan een vast repertoire van poses voor de uit te drukken emoties, zo lijken ook de navolgers van Boublil en Schonberg angstvallig een voorgeschreven patroon te volgen. Originaliteit zou alleen maar verwarrend zijn. Lichtvoetigheid, inventiviteit en humor zijn ver te zoeken. Verrassingen worden niet gewenst.

Met als gevolg dat de musical in Nederland zich steeds meer mag verheugen in de aandacht van Idols- en GTST-kijkers. Dat is goed voor de kassa, maar niet voor het genre. Het genre heeft oneindig veel meer te bieden dan een musketier met de woorden: ,,Nu is de dag / de start van mijn leven / ja, nu is de dag / ik ga het leven beleven!''