Krijgsmacht heeft recht op openheid

De weerstand in en rondom de krijgsmacht tegen de aangekondigde inkrimpingen was te verwachten. Het verzet van militaire vakbonden, industriële groeperingen en regionale autoriteiten is legitiem. En wat de krijgsmachtdelen zelf betreft: hier moeten dingen worden afgestoten waaraan mensen een levenlang hun werkkracht hebben gegeven.

De chef van een krijgsmachtdeel is ook werkgever en belangenbehartiger. De mensen kijken naar hem en vragen: wat doet u voor ons? Het gepraat over een andere cultuur is vooral theorie, het gaat nu om belangenbehartiging en het is aan de politiek om de knopen door te hakken. Eindelijk hebben we bewindslieden die de krijgsmacht gezond durven maken.

Minister Kamp van Defensie wilde de beslissing over de omvang en de aard van de nieuwe krijgsmacht snel nemen en het personeel en de Kamer deze maand nog informeren. Het kabinet blokkeerde echter deze openheid, zo bleek vrijdag na het kabinetsberaad. Het wil de reorganisatieplannen pas in september, bij de begroting voor 2004, presenteren.

Dat hindert de minister. Die is niet zomaar een minister, nee hij is de uiteindelijke baas van ruim 50.000 militairen, die elk moment uitgezonden kunnen worden; weigeren mogen zij niet. Dat is een grote verantwoordelijkheid, die verplichtingen schept. Bovenal gaat het dan om een zichtbare loyaliteit van de bewindslieden aan het personeel. Die mag bij wezenlijke zaken, zoals nu, nooit ondergeschikt gemaakt worden aan de politieke loyaliteit aan het kabinet.

De minister van Defensie heeft een uitweg bedongen en zou het personeel vertrouwelijk informeren. Maar dat werkt niet. De geest is nu al uit de fles, de onrust slaat toe. De Tweede Kamer heeft de bewindsman om een brief gevraagd en wil volgende week overleg. Het zal de minister niet verbazen.

De bewindsman moet het volledige plan nu snel openbaar maken. Dan kan het worden gewogen en kan er een besluitvormend parlementair debat plaatsvinden. Voortvarendheid is nodig. Elke maand dat de beslissing uitblijft, moet, om aan de bezuiniging te voldoen, verder worden gesneden in het personeel en de exploitatie van ook de straks blijvende eenheden. Dat ondermijnt de inzetbaarheid en het moreel.

Alle krachten kunnen in het debat nog eens vrijkomen, maar de beslissingen zullen moeten worden genomen, tenzij er fors minder wordt bezuinigd op defensie, en dat is niet waarschijnlijk. De Kamer is akkoord gegaan met het regeringsvoorstel tot bezuinigingen. Dan moet ze nu de consequenties aanvaarden en niet met half werk komen. Dat laatste hebben we al te lang gezien.

J. Schaberg is generaal-majoor b.d. van de landmacht.