Documentaires beter dan speelfilms

`Een film van iedereen', vermelden de begincredits van de twee door Arne Toonen geregisseerde eindexamenproducties van de Nederlandse Film en Televisie Academie. De schoolleiding stimuleert de gedachte dat films niet alleen van regisseurs zijn. Onder de 56 examenkandidaten van dit 45ste studiejaar bevinden zich slechts acht fictieregisseurs en drie documentairemakers, die tezamen veertien films regisseerden. Maar een film van iedereen is een film van niemand. Uit de producties blijkt dat de auteurstheorie niet meer in erg hoog aanzien staat bij deze opleiding: de meeste regisseurs gaan juist prat op hun veelzijdigheid en dienstbaarheid.

Ook de visitatiecommissie die afgelopen jaar de school bezocht prijst het ambachtelijke niveau van de opleiding en de goede aansluiting op de beroepspraktijk, maar vindt dat er inhoudelijk nog wel wat te verbeteren valt. En als op de perspresentatie van de veertien films er één geheel en een ander gedeeltelijk out-of-sync vertoond wordt, dan werpt dat een lichte smet op dat vakmanschap.

De samenwerking met de publieke omroep heeft ertoe geleid dat tien van de veertien films nog deze zomer (steeds op de late vrijdag- of zondagavond) uitgezonden zullen worden. De origineelste, persoonlijkste films zijn te vinden onder het door de televisie versmade kwartet. De drie documentaires van dit jaar zijn allemaal goed. Alleen Scheppers van Chai Locher, een poëtische impressie van amateur-paleontologen in een Brabantse zandafgraving, komt op de buis. De verdienstelijke film is net iets minder scherp dan de beide andere. De ervaren televisiejournaliste Saskia van den Heuvel maakte Sintezza, een intens en van voortreffelijke betrokkenheid bij de hoofdpersonen getuigend portret van twee Nederlandse Sinti-zigeunerinnen, wier achterdocht tegen de burgerij mede valt terug te voeren op een tweede-generatie oorlogstrauma.

Verreweg de beste eindexamenfilm van dit jaar maakte Jiska Rickels. Haar Untertage is een muzikaal gestructureerde rapsodie van beeld en grotendeels kunstmatig geconstrueerd geluid (nabewerking: Tom Bijnen) over mijnwerkers in een oude steenkolenmijn bij Duisburg. Omdat onder de grond accu's ongewenst zijn, werden de betoverende beelden gedraaid met oude filmcamera's met veer. Een reden te meer om bijna nostalgische bewondering te koesteren voor deze vormvaste documentaire, met uitmuntend camerawerk van Martijn van Broekhuizen. Untertage won gisteren de zogeheten AVRO Nassenstein Startprijs voor de beste collectieve prestatie van dit jaar, en maakt een kleine kans op een bioscooproulement samen met Rickels' derdejaarsfilm Götterdämmerung.

Op elk van de elf fictiefilms valt wel iets aan te merken, maar het minst wederom op een die de televisie niet wilde hebben. Egofixe is een door Fedor Sendak Limperg geregisseerde en geschreven zeer vrije bewerking van het onvoltooide Kuifje-album De Alfa-kunst, met een scheutje David Lynch. Het met zijn eigen bloed geschilderde werk van een jonggestorven kunstenaar vindt gretig aftrek bij galeriehouder Peer Mascini, die op wonderbaarlijke wijze steeds nieuwe doeken weet te produceren. Limperg speelt met vorm en inhoud, in een eigenzinnige, ironisch-mediabewuste stijl. Van hem zou ik graag meer films willen zien.

Een andere naam om te onthouden is die van scenarioschrijfster Titia Rieter. Haar semi-autobiografische Mijn zusje Zlata, geregisseerd door Roel Welling, zit vol puntige vondsten en schrijnende observaties over vroegwijze kinderen. Wellings andere film, Mooie Judy, komt minder uit de verf, vooral door een ongelukkige casting. Dan zijn er nog twee half geslaagde genre-oefeningen van Erwin van den Eshof, Vrouwenvlees en Schemer (over een machtsgeile psychiater), en een gestileerde, grotendeels dialoogloze film, Heritage, van de Georgiër Arch Khetagouri. Van de vijf overige films verdient alleen Anderland een vermelding wegens de ambitie een post-apocalyptisch universum te creëren op Schouwen-Duiveland. De overige regisseurs wens je in de toekomst betere projecten toe om hun dienstbaarheid mee te bewijzen.

Eindexamenfestival Nederlandse Film en Televisieacademie: Lichting 2003. Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, Markenplein 2, Amsterdam (t/m 27 juni). Gratis toegang. Info: www.nfta.ahk.nl/2003