Zwanger

Aangebrand. De pot is aangebrand = zij is zwanger. In Vlaanderen zegt men ook wel haar hutsepot (hutspot) is aangebrand. Daarnaast zijn opgetekend haar pap is aangebrand en het is er aangebrand. Die laatste uitdrukking dateert al uit de 17de eeuw. Aangebrand zijn betekent eigenlijk `erbij zijn, in de val gelopen zijn'. Het Duits kent het vergelijkbare jemanden anbrennen voor `iemand ontmaagden, zwanger maken'.

Aan. Aan geraken = zwanger zijn. Eigenlijk: in moeilijkheden terechtkomen. In de 19de eeuw gehoord in Antwerpen. Men zei ook wel er aan zijn voor `zwanger zijn'. ,,Rond zwangerschap en bevalling heeft lange tijd een mysterieuze sfeer gehangen, vooral in de preutse 19de eeuw. Het waren immers de zichtbare resultaten van wat er aan voorafging en waar men liever niet over praatte: de geslachtsgemeenschap'', aldus Marc De Coster in zijn Woordenboek van eufemismen. Veel van de onderstaande uitdrukkingen zijn eufemistisch; dit wordt niet apart aangegeven.

Appel. Zij heeft in de appel gebeten (19de eeuw) = zij is zwanger. Men dacht hierbij natuurlijk aan Eva, die haar tanden in de verboden paradijsappel zette. Om hetzelfde uit te drukken zei men ook zij heeft van de verboden vrucht gegeten.

Askar. Ze is tegen de askar gelopen = ze is zwanger. ,,Men zegt dit te Amsterdam van eene zwangere vrijster'', aldus een spreekwoordenboek uit 1858. Met de askar werd as en vuilnis opgehaald; men beschouwde dit als ,,het allergeringste soort van voertuig''.

Bazarretje. Een bazarretje krijgen of een bazarretje klinken (Bargoens) = zwanger worden. Bazaar werd in de dieventaal gebruikt voor `politiebureau'. De uitdrukking betekende oorspronkelijk `bekeurd worden, tegen de lamp lopen'.

Been. ,,Den blok aan 't been hebben wordt in België gezegd van eene vrouw die verleid is en zwanger, zonder getrouwd te zijn'', aldus het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) in 1897. Aanvankelijk, in de 18de eeuw, zei men ook wel een boei aan het been hebben.

Belangwekkend. In belangwekkende omstandigheden verkeren = zwanger zijn. Inmiddels vervangen door in gezegende omstandigheden/toestand/staat verkeren. Die `gezegende omstandigheden' verwijzen heeft een bijbelse oorsprong. Er wordt verwezen naar de aartsengel Gabriël die tot Maria sprak: ,,Wees gegroet, gij begenadigde; de Heere is met u; gij zijt gezegend onder de vrouwen'' (Lucas 1:28).

Beslikt. Zij is beslikt (18de eeuw) = zij is zwanger gemaakt. Beslikt betekent eigenlijk `met slijk bevuild, besmeurd'. In 1715 schreef A. Alewijn een blijspel getiteld Beslikte Swaentje en Drooge Fobert, of de Boere Rechtbank.

Besteld. Er is iets besteld bij haar = zij is zwanger. Bestellen wordt hier gebruikt in de verouderde betekenis `bezorgen, afleveren'. Volgens de Grote Van Dale een dialectuitdrukking. In welk dialect de zegswijze is aangetroffen, vermeldt dit woordenboek niet.

Bezet. Bezet zijn = zwanger zijn. Al 1681 aangetroffen in een woordenboek, met als voorbeeldzin: ,,De maagd [het meisje] is bezet.''

Big. Met big zitten = zwanger zijn. Ergens aangemerkt als een ,,verouderde en vulgaire slanguitdrukking''. Big werd in de volkstaal gebruikt voor `kind'.

Bil. In de dieventaal zei men: Vier billen (of hammen) aan één snoer voor `zwanger zijn'. De uitdrukking is in de jaren dertig van de 20ste eeuw gehoord in Amsterdam.

Blij. In blijde verwachting zijn = zwanger zijn. Voorzover bekend ontstond deze uitdrukking pas aan het eind van de 19de eeuw.

Blind. Een blinde passagier hebben (omstreeks 1950 in Amsterdam) = zwanger zijn. Een blinde passagier is iemand die zonder betalen meereist. Een ongewenst, ongeboren kind werd wel een blindganger genoemd.

Wordt vervolgd. Aanvullingen zijn welkom p/a de Achterpagina of naar sanders@nrc.nl