Schaf het ambt van burgemeester af

Veranderingen zijn het gevolg van rationeel geconstateerde of emotioneel beleefde ongewenste situaties. Een voorstel om de door de kroon benoemde burgemeester te wijzigen in een rechtstreeks gekozen functionaris moet dus ingegeven zijn door een ongewenste situatie.

Worden de verkeerde mensen burgemeester? Nederland kent ongeveer vijfhonderd burgemeesters, en door de bank genomen is het burgemeesterscorps kwalitatief goed.

Wordt een burgemeester door de burgers niet geaccepteerd? In alle gemeenten neemt de burgemeester een centrale plaats in binnen de lokale gemeenschap. De één heeft daarbij meer gezag dan de ander, maar overal is de burgemeester een graag geziene gast bij vele evenementen en jubilea.

Kan de burgemeester in een dualistisch systeem niet functioneren? Afgezien van een tijdelijke ongemakkelijke situatie zoals in Leeuwarden, wordt de burgemeester door gemeenteraad en college een centrale, met name procesmatige, rol toebedeeld. Een zeer nadrukkelijke politiek profilerende rol wordt niet op prijs gesteld. Een rol die de meeste burgemeesters ook niet wensen, omdat zij dan zelf hun breed maatschappelijke acceptatie én onafhankelijkheid in het geding brengen.

Het huidige regeerakkoord geeft twee argumenten waarom de burgemeester rechtstreeks zou moeten worden gekozen: ,,Veranderingen in het gemeentebestuur zijn nodig om de slagvaardigheid te vergroten en de betrokkenheid van de burgers te versterken.'' Achter deze schijnbaar rationele argumentatie gaat een aantal veronderstellingen schuil:

1. Gemeentebesturen zijn nu onvoldoende slagvaardig.

2. De benoemde burgemeester vormt een belemmering voor een slagvaardig gemeentebestuur.

3. De burgers zijn nu onvoldoende betrokken bij het gemeentebestuur.

4. Een benoemde burgemeester is niet in staat deze te lage betrokkenheid te versterken.

Deze argumenten en veronderstellingen zijn onzinnig. In mijn waarnemingen van de bestuurlijke praktijk gedurende 20 jaar op gemeentelijk en provinciaal niveau hebben de slagvaardigheid van het openbaar bestuur en de betrokkenheid van burgers niets van doen met een benoemde burgemeester of, in het verlengde daarvan, een benoemde commissaris van de koningin. Integendeel.

Als er geen rationele reden is om tot verandering over te gaan, dan moet er dus een emotionele reden zijn. En die is er. Vanuit het gevoelen van democratie waarin het volk zijn bestuurders kiest, ligt een benoemde burgemeester helemaal fout. In het huidige systeem kan een individu in een openbare verantwoordelijke functie terecht komen zonder een democratische legitimatie en zonder de mogelijkheid om formeel door een democratisch gekozen orgaan afgezet te worden. Vanuit een blinde passie om deze onrechtvaardigheid in de Nederlandse staatsrechtelijke verhoudingen weg te nemen, is met name D66 tegen deze democratische anomalie ten strijde getrokken. En theoretisch heeft deze partij ook nog gelijk. Maar het is een idee-fixe om te veronderstellen dat Nederland democratischer wordt als iemand rechtstreeks door de bevolking is gekozen.

De bevolking wordt bij een rechtstreekse verkiezing van de burgemeester met een `Idols'-variant afgescheept. Het gaat daarbij om de verpakking en niet om de inhoud. Als er een weg is om het vertrouwen van burgers in het gemeentebestuur te laten verdwijnen, dan is dat een rechtstreeks gekozen burgemeester.

Op het moment dat zo iemand gekozen is, zijn er hoge verwachtingen bij de bevolking gewekt. Dat wordt een diepe teleurstelling. De gekozen burgemeester kan niets. De wethouders zullen hem angstvallig uit de buurt houden. De rechtstreeks gekozen gemeenteraad gaat uiteraard uit van het primaat van de eigen politiek. Van dualisme naar `duel'-isme. Gevolg zal zijn, dat de burger zich (verder) van het bestuur afwendt.

Zonder verstrekkende bevoegdheden bij de burgemeester wordt de burger helemaal niet méér betrokken bij het gemeentebestuur. Een oplossing kan zijn om die bevoegdheden wel te geven. In het regeerakkoord wordt dit dan ook als richting gegeven. ,,Een passende regeling'' is als randvoorwaarde geformuleerd. Dat kan betekenen dat de burgemeester wethouders moet benoemen en eventueel wegsturen. Een verantwoordingsplicht van de burgemeester aan de gemeenteraad is tandeloos als de raad de burgemeester niet weg kan sturen. Een rechtstreeks gekozen burgemeester laat zich natuurlijk ook niet wegsturen, want hij heeft het mandaat van de kiezers. Een burgemeester moet dan ook raadsbesluiten kunnen vernietigen. Hij zal immers ook op zijn politieke programma gekozen worden. Zo zullen nog meer bevoegdheden te bedenken zijn die altijd per definitie ten koste gaan van de democratisch gekozen volksvertegenwoordiging, de gemeenteraad. Daar is niets democratisch aan te ontdekken.

Probleem is de fixatie op de burgemeester als een ambt, een eigenstandig bestuursorgaan. Kan een gemeente functioneren zonder een burgemeester? In dat geval hoeft niemand benoemd of gekozen te worden. Het antwoord is eenvoudig: ja. Sterker, in de bestuurlijke praktijk vindt dit al op grote schaal plaats. Zo vervullen alle voorzitters van de deelgemeenteraden een burgemeestersrol. Geen van hen heeft een kroon-benoeming of is gekozen door de bevolking. Zij zijn democratisch gelegitimeerd door de deelgemeenteraad.

Als een burgemeester voor de gemeente in het buitenland op pad is of met vakantie of ziek is, worden zijn taken en daarmee ook zijn bevoegdheden door een wethouder als 1e, 2e, 3e of 4e loco-burgemeester overgenomen. Bijvoorbeeld op het gebied van de openbare orde en veiligheid.

Het meest logische is dan ook dat na de gemeenteraadsverkiezingen de grootste aan het college deelnemende partij de voorzitter van het College van Wethouders zal leveren. Deze is zelf ook een gewone wethouder. De portefeuilles worden onderling in het college verdeeld. De huidige aan een benoemde burgemeester toegewezen wettelijke taken zullen bijvoorbeeld door de voorzitter behartigd worden. De positie van de voorzitter is als een primus inter pares vergelijkbaar met een minister-president, een democratisch gecontroleerd en verantwoordelijk bestuurder. Als deze wethouder-voorzitter vervolgens om emotioneel traditionele redenen `burgemeester' wordt genoemd, heb ik daar geen moeite mee.

Norbert Klein is voormalig gemeenteraadslid van Nijmegen en tot maart j.l. statenlid in Gelderland.