Nederlandse taal

René Appel stelt terecht dat wij al eeuwen leenwoorden invoeren in onze taal en dat daar niets tegen is. Op dit moment echter loopt het volgens Appel de spuigaten uit (NRC Handelsblad, 18 juni). Al eeuwen staan onheilsprofeten op die constateren dat het met de taal de spuigaten uit liep/loopt en dat de ondergang nabij was/is. En wat gebeurde er? Een robuuste Nederlandse taal overleeft allerlei modieus gehannes en blijft gewoon bestaan als een normale Europese cultuurtaal met een normale hoeveelheid leenwoorden.

Tegen invoeren van een tweede taal in het basisonderwijs zijn natuurlijk zeker duizend bezwaren te noemen die allemaal volledig juist zijn.

Er is echter altijd één goede reden om het toch maar te doen. In een gebied, dat economisch, historisch en cultureel samen hangt zoals Europa, is het nodig om een Lingua Franca te hebben, zodat mensen met zeer diverse taalachtergronden makkelijk met elkaar kunnen communiceren. Daarvoor komt nu op een volstrekt natuurlijke manier het Engels naar voren.

In het cultureel hoogstaande oude India heeft zich naast de talen Urdu en Hindi het Engels als Lingua Franca gevestigd. In Oost-Afrika is het Swahili opgekomen naast de eigen talen. In Zuidoost-Azië is het Pasar Maleis zelfs uitgegroeid tot een moderne cultuurtaal.