Orwell in 2003

Over vijf dagen is het honderd jaar geleden dat Eric Arthur Blair werd geboren, in de Indiase stad Motihari, hemelsbreed ongeveer 100 kilometer van Katmandoe, de hoofdstad van Nepal. Als George Orwell is hij wereldberoemd geworden, door zijn anti-utopie 1984. Als hij die niet had geschreven, was hij op z'n hoogst wereldbekend geweest. Hij voltooide zijn boek terwijl in het westen het besef daagde dat er een nieuwe wereldoorlog was begonnen, de Koude Oorlog. Het wereldcommunisme was in opmars, met ijzeren vuist regeerde Stalin in Midden-Europa. In China was Mao Zedong al bijna volledig de baas. In Frankrijk en Italië roerden zich vervaarlijke communistische partijen. Toen verscheen deze beschrijving van de hermetisch-totalitaire maatschappij. Onder de omstandigheden van toen leek het alsof Orwell de toekomst van morgen had gezien. In 1948, het jaar van de communistische staatsgreep in Praag, heeft hij zijn boek voltooid. Het moest alleen nog een titel hebben. Hij wisselde de volgorde van de laatste twee cijfers. In 1949 is 1984 verschenen. Waarom de schrijver het niet 1994 heeft genoemd, weten we niet.

Zoals het gaat met alles wat beroemd wordt, mensen, boeken, gebeurtenissen, zo is het ook met 1984 gegaan. Het wordt teruggebracht tot zijn `wezen'. Door filmbewerkingen, navertellen, het navertellen van de navertelling gaat er steeds meer van het ingewikkelde oorspronkelijke verloren. Het eenvoudigste blijft over en dat wordt dan als het wezen beschouwd. Je hoeft geen letter van 1984 te hebben gelezen om te weten dat het boek gaat over een zekere Big Brother, die iedereen door middel van het telescreen, het naar twee kanten werkende televisietoestel, dag en nacht in de gaten houdt.

In 1984 werkte de publiciteit anders dan Orwell zich 36 jaar eerder in zijn pessimistische visie had voorgesteld. Zijn boek was wereldberoemd en daarom ging de wereldpers naar het oord waar hij het voor het grootste deel had geschreven en voltooid. Dat is op het Schotse eiland Jura, in een groot, afgelegen landhuis, genaamd Barnhill. Ook schrijver dezes, bewonderaar van Orwell, ging op pad. Het was een ingewikkelde reis: eerst met het vliegtuig naar Glasgow, overstappen in een klein vliegtuigje naar het eiland Islay, met de postauto naar Port Askaig, daar in de herberg overnachten, dan met de pont naar Feolin op Jura, weer in een postauto naar Craighouse waar een hotelletje is. Dat zat tot de nok toe vol met wereldpers. Ik kreeg een lift van televisiemensen van het Zweites Deutsches Fernsehen en zo kwam ik bij Barnhill. De wereldpers had het verwaarloosde landhuis opgesierd tot een staat waarin Orwell zelf het nooit zal hebben gezien, met bloembakken op het terras, bouquetten in de werkkamer, hier en daar een lik verf, nog meer nep. Niet dit landhuis, maar de schrijver zelf was herbouwd, ten behoeve van de wereldkijkdichtheid.

Inmiddels is het alweer een jaar of dertien geleden dat de Sovjet-Unie zich heeft opgeheven, zonder dat daar enig gebruik van geweld aan te pas is gekomen. Daaruit zou je kunnen besluiten dat Orwell het bij het verkeerde eind heeft gehad, Maar zo eenvoudig zit het niet in elkaar. Voorspellen en waarschuwen overlappen elkaar. In iedere voorspelling zit een waarschuwing, en als die effect heeft kan het gebeuren dat door deze kracht van de waarschuwing de voorspelling teniet wordt gedaan.

En dan is er nog een ander profetisch element in 1984. Het boek bevat een sociologie van een toekomstig proletariaat, dat door de schrijver in een totalitair geregeerde samenleving is gesitueerd, maar dat ons, levend in de fundamentele democratie van de totale individualisering of `mondigheid' ook bekend voorkomt. In de staat van 1984 heeft het Ministerie van de Waarheid de opdracht het volk voortdurend uit te leggen dat oorlog vrede betekent. Dan is er een onderafdeling, belast met de fabricage ,,van voddige kranten die bijna niets anders bevatten dan sport, misdaad en astrologie. Daar worden de stuiverromannetjes gemaakt en de seksfilms en de sentimentele liedjes, die in elkaar worden gezet met behulp van een soort kaleidoscoop, versificator genaamd. Het ministerie heeft nog een speciale onderafdeling belast met de vervaardiging van de laagste soort pornografie, die in speciale paketten de deur uitgaat.'' Enz. Daar heb je tegenwoordig geen dictatuur voor nodig.

Winston Smith, de held van de roman, werkt bij het Ministerie van Waarheid. Een vriend van hem, Syme, is daar, ook alweer in een onderafdeling, bezig met het samenstellen van het Newspeak of Nieuwspraak Woordenboek. Ze komen elkaar in de kantine tegen. Syme is geestdriftig. ,,De elfde druk is de definitieve druk'', vertelt hij. ,,Wij geven de taal nu haar uiteindelijke vorm – de vorm die ze zal hebben als niemand meer iets anders spreekt. () Jij denkt natuurlijk dat ons voornaamste werk is, nieuwe woorden uit te vinden. Niets daarvan! Wij vernietigen woorden – bij dozijnen, bij honderden, iedere dag. Wij benen de taal uit.'' En dan volgt de nadere theorie van het uitbenen. Ja, zoals Syme zegt: fascinerend. En komt ook dat ons niet bekend voor? Luister eens naar het gebral, gebulk, geschreeuw dat via de herverdeling van de radiozenders de luisteraars bereikt. Je hebt niet meer dan één dun deeltje nodig om er de hele woordenschat in op te bergen.

Dat is zo mooi van 1984, al wordt het in de legende van het boek altijd overgeslagen, hoewel de politieke voorspelling niet is uitgekomen, zie je veel van de rest als de gewoonste dagelijkste werkelijkheid. We gedenken de geboortedatum van de schrijver. Hij verdient het dat zijn 1984 weer eens goed wordt gelezen, niet om de dictatuur van Big Brother, maar omdat hij zo scherp heeft gezien, wat we ons helemaal vrijwillig hebben aangehaald.