Dossier liberalisering

DE NIEUWE MINISTER van Economische Zaken, Laurens Jan Brinkhorst (D66), laat er geen gras over groeien. Nog geen maand in zijn nieuwe functie, heeft Brinkhorst gisteren ingegrepen in het gevoeligste dossier van zijn departement, de komende liberalisering van de energiemarkt. De vrijmaking van de kleinverbruikersmarkt (particuliere en kleine bedrijven) voor stroom en gas gaat wel door, maar niet op de voorgenomen datum van 1 januari 2004. De energiebedrijven krijgen een half jaar extra tijd om zich voor te bereiden en de consumenten moeten ondertussen beter geïnformeerd worden over de veranderingen die hun te wachten staan. Hiermee trotseert Brinkhorst de druk om de liberalisering van de energiemarkt zo snel mogelijk door te zetten en blijft hij toch binnen de uiterste termijn die de Europese Unie aan de energieliberalisering in de lidstaten heeft gesteld. De Kamer kon zich hier gisteren wel in vinden. Maar Brinkhorsts partijgenoot Wim Dik, ooit staatssecretaris van Economische Zaken en oud-directeur van KPN, trad uit protest af als voorzitter van het Platform Versnelling Energieliberalisering.

Het uitstel stelt de energiedistributeurs beter in staat om een ordentelijke overgang van de gereguleerde naar een geliberaliseerde markt te maken. Binnenskamers waarschuwen sommige grote energiebedrijven en de Gasunie al langer dat de liberalisering op 1 januari op een chaos kan uitlopen. De rol van de toezichthouder, de rechten van de consumenten, de voorzieningszekerheid en de leveringszekerheid van gas en elektra zijn niet naar behoren veiliggesteld. Anderzijds houdt de koepelorganisatie EnergieNed vast aan de oorspronkelijke datum en oefenen de aandeelhouders in de energiebedrijven, lagere overheden, druk uit om de netwerken snel te privatiseren – dat zou hun veel geld opleveren. Brinkhorst kiest voor voorzichtigheid en wil voldoende tijd om alle systemen die bij het complexe proces van energieleverantie betrokken zijn deugdelijk te testen.

BIJ ZIJN AANTREDEN op EZ moet Brinkhorst hebben vastgesteld dat het dossier liberalisering een pakket ellende is, de erfenis van het afgelopen jaar van non-bestuur en daarvoor onder minister Jorritsma (VVD) overhaast en vooral slordig beheerd. De liberalisering van markten die jarenlange overheidsmonopolies zijn geweest of door de overheid zijn gereguleerd is niet af te doen met blijmoedige slogans over de zegeningen van marktwerking. Het vergt zorgvuldige regelgeving en een doordacht concept over eigendomsverhoudingen, mogelijkheden van concurrentie en toezicht. Hieraan heeft het in spraakmakende gevallen totaal ontbroken.

De verzelfstandiging van de NS is vastgelopen. De liberalisering van de taximarkt heeft niet geleid tot lagere tarieven of betere service, maar tot een wildgroei aan chauffeurs die de weg niet weten en tot een taxi-oorlog in Amsterdam die door het gevestigde monopolie is gewonnen. De beperkte vrijlating van de notaristarieven heeft vooralsnog tot hogere rekeningen geleid. De liberalisatie van de energiemarkt voor de grootverbruikers heeft wel lagere prijzen opgeleverd voor de afnemers, maar geeft na twee jaar nog steeds problemen.

Op zichzelf zijn er gezonde redenen om geliberaliseerde markten te laten voorzien in de levering van goederen en diensten zoals vervoer, stroom of gas. Particuliere bedrijven voorzien ook in luchtvaartstoelen, auto's, benzine en mineraalwater. De Europese regelgeving schrijft in het kader van de interne markt liberalisering voor en op een aantal terreinen – telecom bijvoorbeeld – zijn de voordelen voor iedereen zichtbaar. Maar de omvorming van nutsbedrijven is niet in een handomdraai geregeld, zoals vorige ministers van EZ neigden te denken. Brinkhorst is geen marktfundamentalist. Dat kan de liberalisering uiteindelijk alleen maar ten goede komen.