Nieuw in Den Haag: lof en eer voor Dutchbat

Acht jaar na de val van Srebrenica heeft de Tweede Kamer vrijwel louter lof voor de rol van Nederlandse militairen daar.

Het diepe onbehagen van Tweede Kamer en kabinet over de Nederlandse rol bij het drama van juli 1995 in Srebrenica is acht jaar later grotendeels verdampt. Nederland geneert zich niet langer voor zijn optreden in de Bosnische enclave. Dat bleek gisteren bij het slotdebat van de Kamer met het kabinet over het rapport van de parlementaire enquêtecommissie Srebrenica.

Minister Kamp (Defensie) kwam met een onverholen lofzang op de militairen van Dutchbat. Ze hadden in onmogelijke omstandigheden hun uiterste best gedaan te redden wat er te redden viel, vond Kamp. ,,Ik heb diep respect voor de militairen van Dutchbat 1, 2 en 3'', aldus de minister. ,,Ik ben trots op u en hoop dat u in de toekomst kunt rekenen op respect in plaats van misprijzen, op waardering in plaats van onbegrip. Dat heeft u meer dan verdiend.''

Zelfs voor de eens zo verguisde bataljonscommandant Karremans en diens plaatsvervanger Franken had Kamp warme woorden bij het debat, dat beoogde een ,,finaal politiek oordeel'' te vellen over de Nederlandse rol in Srebrenica. Ook zij verdienden volgens hem respect. ,,Zij hebben zware beproevingen doorstaan. Karremans had een beter lot verdiend dan te worden verketterd.''

Eerder had premier Balkenende al nadrukkelijk laten weten dat er geen sprake van kon zijn dat het kabinet excuses zou aanbieden aan de nabestaanden van de ruim 7.000 vermoorde moslims. Dat veronderstelde immers schuld en Nederland was zelf helemaal niet schuldig aan de massamoord geweest, meende de premier. Dat waren de Bosnische Serviërs onder aanvoering van generaal Mladic en president Karadzic.

Ook oud-premier Kok had zich vorig jaar, kort na het aftreden van zijn kabinet naar aanleiding van het NIOD-rapport over Srebrenica, al in die geest uitgelaten. Balkenende worstelde er echter zichtbaar minder mee dan zijn voorganger. Ook wees de premier erop dat Nederland als een der weinige landen toch maar zijn nek had durven uitsteken door troepen naar Bosnië te sturen, toen daar de nood hoog was.

De Kamer ging vrijwel zonder slag of stoot akkoord met de volledige rehabilitatie van Dutchbat. Alleen het Kamerlid Vos van GroenLinks sputterde nog wat tegen en hield Kamp voor dat de Nederlandse militairen wellicht genereuzer hadden kunnen zijn door meer vluchtelingen tot de compound van Dutchbat toe te laten. Geërgerd wees Kamp deze ,,aantijging'' van de hand.

De verdamping van het trauma van Srebrenica bleek ook uit het feit dat vrijwel geen Kamerleden de moeite namen het debat bij te wonen. Ook de openbare tribune was nagenoeg leeg. [Vervolg SREBRENICA: pagina 3]

SREBRENICA

Schuldgevoel is verdampt

[Vervolg van pagina 1] Het Kamerdebat schoot het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) geheel in het verkeerde keelgat. Het IKV, dat de politici in Den Haag al jaren bestookt met kritische vragen over `Srebrenica', noemde het ,,een stuitende vertoning''. Deze uitlating was overigens niet afkomstig van IKV-gezicht Mient-Jan Faber maar van projectleider D. van den Berg. Net als veel betrokken politici heeft ook Faber inmiddels het veld moeten verlaten.

Was er dan helemaal niets meer over van de boetvaardigheid, die Kamer en kabinet zo lang in zijn greep hield? Toch wel. Vooral Vos en de christelijke specialisten in schuld en boete, fractieleider Rouvoet (ChristenUnie) en Van der Staaij (SGP), bleven er bij het kabinet op aandringen de hand meer in eigen boezem te steken. Nederland had immers de bevolking van Srebrenica veiligheid beloofd zonder die toezegging na te komen. Pas aan het einde van het debat kwam de premier hun tegemoet door de zin `we zijn tekortgeschoten' uit te spreken. Dat was net een onsje meer dan de `tekortkomingen en een tekortschietende structuur' waarover de premier het eerder tijdens het debat had gehad. Ook verklaarde de premier: ,,Het kabinet voelt wel de pijn van de slachtoffers, er bestaat een immens gevoel van medeleven.''

Ook was het kabinet onmiddellijk bereid op verzoek van de Kamer de Nederlandse bijdrage aan de International Commission on Missing Persons te verdubbelen tot twee miljoen euro per jaar. Minister De Hoop Scheffer (Buitenlandse Zaken), de enige deelnemer aan het debat die zelf begin jaren '90 als Kamerlid een actieve rol had gespeeld bij het besluit naar Srebrenica te gaan, erkende bovendien dat er in 1993 en 1994 veel mis was gegaan in de communicatie tussen zijn huidige departement en het ministerie van Defensie.

Een ander gevoelig punt betrof een groep van 200 Bosnische asielzoekers in Nederland, voor wie tot dusver een speciale regeling van kracht was. De Kamer riep het kabinet op hen een genereuze behandeling te geven. Balkenende wilde dat niet zomaar toezeggen. Eerst moest de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) een diepgaand onderzoek afronden.

Evenmin wilde het kabinet zomaar beloven dat de hulp voor Bosnië, die de laatste tijd bijna is gehalveerd, weer op het oude niveau wordt gebracht. Minister Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) zal zich er nog eens over buigen. Wel wilde De Hoop Scheffer beloven dat de steun voor de hulpprojecten voor de nabestaanden van de slachtoffers in Srebrenica in elk geval gehandhaafd blijven.

Het boek Srebrenica kan nooit gesloten worden, verklaarde gisteren de ene na de andere spreker plechtig. Maar intussen bevestigde het debat een trend, die zich al langer aftekende: Nederland heeft zich ontworsteld aan het trauma. Dat bleek ook al uit het zelfvertrouwen waarmee Nederland zich aanbood voor vaak netelige vredesoperaties, zoals in Afghanistan. Daar schroomde Nederland niet om, samen met de Duitsers, zelfs de leiding op zich te nemen. Ook voor de internationale stabiliteitsmacht in Irak bood Nederland als een der eersten troepen aan.

Overigens moet de Kamer aan deze laatste uitzending nog haar goedkeuring hechten. Ter nadere oriëntatie wil de Kamer vandaag een hoorzitting houden om de risico's te bepalen. Kamp toonde zich vol zelfvertrouwen. Zijn medewerkers en hij waren nauwgezet alle punten doorgelopen van het toetsingskader, dat na het debacle van Srebrenica voor zulke missies werd opgesteld. De operatie in Irak voldoet er geheel aan, zei Kamp.