Wie heeft de macht binnen de VVD?

De `open discussie' die VVD-fractieleider Van Aartsen wil over een eventueel referendum over de komende Europese grondwet, is beladen. Politiek leider Zalm is immers tegen.

Gaat het hem om het referendum of toch om het politiek leiderschap van de VVD? Fractievoorzitter Van Aartsen had tijd en plaats tactisch gekozen. Terwijl de Tweede Kamer druk is met tal van zaken die voor het zomerreces over twee weken nog moeten worden afgehandeld, opende hij deze week op een zijtoneel – een politiek café in Brussel – de strijd. Hij bepleitte dat er volgend jaar in Nederland voor het eerst een nationaal referendum wordt gehouden. Het moet gaan over de ontwerp-grondwet voor de Europese Unie, die dan voorligt ter ratificatie door de regeringen van EU-lidstaten.

Dat is een omstreden standpunt binnen de VVD. Traditioneel is de meerderheid in de partij tegen het instrument van de directe volksraadpleging, dat als inbreuk op de representatieve democratie wordt gezien. Van Aartsen bepleit een ,,open discussie'' in de fractie, die verdeeld is. Zijn belangrijkste tegenstrever in de fractie is Europa-woordvoerder Van Baalen. Maar hoe `open' is een debat tussen een fractievoorzitter met een uitgesproken standpunt en een lid van zijn fractie? Kan die fractievoorzitter wel verliezen zonder politieke averij op te lopen? En hoe verhoudt zich dat `open debat' tot de mening van minister Zalm (Financiën), tevens vice-premier, die tegen het referendum is? Van Aartsen noemde Zalm bij zijn eigen verkiezing tot fractievoorzitter enige weken geleden nog VVD's nummer één en dus de politiek leider: blijft Zalm dat als de fractie tijdens de `open discussie' de kant kiest van van de fractievoorzitter?

Fractieleden laten er in de wandelgangen geen twijfel over bestaan dat de discussie ook over iets anders gaat dan over het referendum; het gaat om de klassiek beladen vraag bij de VVD of de politiek leider wel in het kabinet kan zitten. Wanneer Van Aartsen de VVD-fractie meekrijgt voor het referendum, zei gisteren juist tegenstrever Van Baalen, ,,heeft de fractie het politiek leiderschap aan haar kant''.

Het spel om de leiding heeft Van Aartsen de afgelopen weken zorgvuldig voorbereid. Hij zei vorige week woensdag in Brussel slechts voor het eerst als fractievoorzitter wat hij privé al langer bepleit: dat de VVD zich open moet stellen voor referenda.

Van Aartsen deed zijn coming out als staatsrechtelijk vernieuwer in stapjes. Eerst kondigde hij aan met ,,open oog'' te zullen kijken naar een initiatief-wetsvoorstel van de Kamerleden Karimi (GroenLinks), Dubbelboer (PvdA) en Van der Ham (D66) voor het raadplegend referendum over de Europese Grondwet. Vorige week onderstreepte hij in de Tweede Kamer de verdeeldheid in de VVD over dit onderwerp en kondigde de voornoemde ,,open discussie'' aan, zoals ,,dat in de politiek hoort.'' Gisteren voegde hij er nog eens aan toe dat politici niet met ,,meel in de mond'' horen te praten. ,,We zouden de politiek interessanter maken.''

Daarmee grijpt Van Aartsen de verdeeldheid in zijn partij tegelijk aan als een oefening in `nieuwe politiek' - een stijlkwestie die een politiek leider past. De VVD gaat wat hem betreft de komende maanden de verdeeldheid niet maskeren, zoals in Den Haag gebruikelijk is, maar uitventen. Het is een wijze van optreden die in contrast staat met het opereren van bijvoorbeeld Zalms voorganger als fractievoorzitter Dijkstal, onder wie het streven van de fractie nog was zolang in beslotenheid door te praten dat voor buitenstaanders geen onderling verschil van mening meer merkbaar was.

Gisteren bleek hier en daar bij VVD'ers huiver voor de nieuwe openheid. Zo heeft buitenlandwoordvoerder Wilders naar eigen zeggen wel een mening, maar houdt hij deze vanwege het debat in de fractie ,,nog even achter de kiezen''. Maar anderen spraken zich onvervaard uit. Zo vindt Frank de Grave de invoering van een Europese Grondwet zo ingrijpend, dat hij ,,ertoe neigt'' een bijzondere procedure te rechtvaardigen. ,,Als de nationale grondwet gewijzigd wordt, ontbinden we het parlement. Dat is materieel vergelijkbaar.'' Van Aartsen zelf voert onder meer het stimuleren van het publieke debat als argument aan voor het organiseren van een referendum. Maar Van Baalen acht een eenmalig referendum ,,gelegenheidswetgeving''. ,,Als we er dit keer voor zijn, moeten we echt voor het instrument kiezen'', zegt hij.

Uiteindelijk streeft Van Aartsen wel naar eensgezindheid in stemgedrag. De bedoeling is, zo maakte hij gisteren terug in Den Haag duidelijk, dat de fractieleden begin september een gemeenschappelijk standpunt innemen, waaraan iedereen zich committeert. Zelf heeft hij de fractie beloofd, dat hij zich er bij zal neerleggen als de meerderheid het met hem oneens blijkt, zodat hij zijn eigen positie ook kwetsbaar heeft gemaakt. Volgens VVD'ers zijn er nu ongeveer evenveel voor- als tegenstanders, maar ook twijfelaars. Daar staat tegenover dat de fractie Van Aartsen mede als voorzitter koos om zijn belofte dat hij zich dualistisch wil opstellen tegenover het kabinet.

Wanneer Van Aartsen zijn zin krijgt, geldt hij als politiek leider die op dit principiële onderwerp de koers van de VVD heeft verlegd. Bijkomend voordeel is dat het debat over het referendum een interne VVD-kwestie is die de coalitie niet direct onder druk zet. Het CDA is tegen, maar de andere coalitiepartner D66 is een van voortrekkers. In de Kamer kan mogelijk ook de ChristenUnie het referendum aan een meerderheid helpen.

De relatie tussen Zalm en Van Aartsen lijkt een gespannen periode in te gaan. ,,Dualisme is mooi,'' zei De Grave gisteren, ,,totdat er een probleem komt tussen fractie en minister''. Dan is het onvermijdelijke beeld, meent de ex-kandidaat-fractievoorzitter, dat toch of de minister of de fractievoorzitter een nederlaag lijdt. ,,En een nederlaag moet nu eenmaal later weer worden gecompenseerd met een overwinning.''