Eindexamen moet centraal blijven

Net nu de examens in het voortgezet onderwijs erop zitten, vinden de rectoren van zes Tilburgse scholen dat gestopt moet worden met dit ritueel. Het is in hun ogen slechts een momentopname, met toetsing van formele kennis, terwijl het studiehuis juist gericht is op leren léren.

Op de hedendaagse examens valt van alles aan te merken, maar feit is dat ze er heel anders uitzien dan tien jaar geleden. Momenteel is productief aanwenden van kennis belangrijker dan reproduceren. In de opgaven domineert door alle vakken heen de aandacht voor vaardigheden als: scheiden van hoofd en bijzaken, interpreteren en manipuleren van bronnen en schrijven van een betoog.

Deze accentverschuiving in examineren heeft alles te maken met de invoering van het studiehuis. Een toename aan vaardigheid moet een daling in weten compenseren. Rectoren die het centraal eindexamen neerzetten als een anachronistisch toetsingsintrument van formele kennis, ontkennen deze ontwikkeling en verkopen dus flauwekul.

Daar komt bij dat het centraal schriftelijk examen slechts de helft van de eindscore oplevert. Het schoolexamen verzorgt de rest. Scholen hebben binnen de huidige afspraken volop ruimte om te experimenteren met portfolio en assesment.

Probleem is wel dat leraren niet goed weten hoe dat moet. Ze zijn getraind in toetsen van vaardigheid en kennis door te kijken of antwoorden op gestelde vragen goed of fout zijn.

Examineren door school leidt tot hogere punten voor lagere leerprestaties. Het middelbaar beroepsonderwijs heeft geen centraal schriftelijk examen en elk jaar weer constateert de inspectie dubieuze toetsingspraktijken. Daarom is het goed dat het voortgezet onderwijs wel zo'n examen kent. Het is de enige objectieve kwaliteitsnorm, met een duidelijke functie.

Rectoren die beweren dat het centraal eindexamen de doorstroming naar het hoger onderwijs belemmert, hebben ongelijk. Zonder landelijk examen zijn hogescholen en universiteiten overgeleverd aan gesjoemel op schoolniveau.

Ton van Haperen is leraar en lerarenopleider.

    • Ton van Haperen