Amerika maakt het verschil in nachtelijk Teheran

In Teheran wordt elke nacht geprotesteerd tegen het regime. Kleine betogingen. Maar iedereen kijkt mee, want de Verenigde Staten hebben Iran in het vizier.

Neem een demonstratie tegen het regime van pakweg 6.000 studenten en sympathisanten in Bangladesh. Of in Wit-Rusland. De protesten houden een paar dagen aan. De veiligheidsdiensten meppen erop. Tientallen betogers worden opgepakt. Na verloop van tijd verzandt het protest. De autoriteiten geven wat toe, of niet, en het leven herneemt voor een tijd zijn normale loop.

Dergelijke protesten doen zich met de regelmaat van de klok voor in de wereld. Ze zijn goed voor een kort bericht of een spectaculaire foto in de krant, en in de nieuwsarme zomertijd misschien voor een kort item in het televisiejournaal. Dat was het dan.

De laatste zeven dagen hebben naar schatting 6.000 mensen elke nacht in Teheran gedemonstreerd tegen het Iraanse regime. Oproerpolitie was massaal aanwezig en straatvechters in dienst van de machtige conservatieve factie in het bewind gaven de betogers er met knuppels van langs. Maar de laatsten werden ook weer gedwongen in te binden en de afgelopen nacht was het protest in Teheran in omvang geminderd. Uit andere steden werden kleinere betogingen gemeld. Deze protesten trekken veel internationale aandacht. Het doorslaggevende verschil is Amerika.

Zogeheten neoconservatieve groepen in de Verenigde Staten hebben na de ambtsaanvaarding van president George Bush niet alleen Irak in het vizier genomen, maar ook Iran. Speciaal Iran, eigenlijk. `Wees een man, pak eerst Iran', was de boodschap van sommige van de Amerikaanse pleitbezorgers van een beleid van regimewisseling in het Midden-Oosten. De Islamitische Republiek wordt namelijk in deze – door Israël aangemoedigde – kringen als een veel groter gevaar beschouwd dan het Irak van Saddam Hussein. Lees de publicist Michael Ledeen, afgelopen vrijdag nog in The Wall Street Journal. ,,Iraks steun voor terrorisme was minuscuul vergeleken met Irans activiteit'', schreef hij. ,,Als we serieus de oorlog tegen de terreurmeesters willen winnen, moet het regime in Teheran vallen.''

De gelijkgestemde journalist Kenneth Timmerman citeerde tegelijk in Insight Magazine een Iraanse overloper die onthulde dat Iran achter de aanslagen van 11 september 2001 zit. Aan het slot van het artikel wordt de overloper vanuit veiligheidskringen als een ,,fantast van monumentale proportie'' afgedaan, maar dat doet er niet toe.

Een democratisch Iran zal ook geen kernwapens bouwen, de tweede zware beschuldiging die tegen het huidige bewind in Teheran wordt ingebracht. Richard Perle, een van de architecten van de Amerikaanse campagne tegen Irak, zei gisteren in Berlijn dat ,,bevrijding van het Iraanse volk'' de beste manier is om het Iraanse nucleaire programma aan te pakken.

Het is niet zo dat de ideeën van Ledeen-Perle c.s. onverdund worden gedeeld in de Amerikaanse regering. Maar zij vallen daar wel in goede aarde. President Bush heeft Iran vorig jaar wel met Irak en Noord-Korea ingedeeld in zijn As van het Kwaad, en de afgelopen maanden heeft de regering in Washington een zware campagne gelanceerd tegen het vooralsnog vermeende Iraanse kernwapenprogramma. Voorlopig gaat dat via het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie van de Verenigde Naties, het IAEA. [Vervolg TEHERAN: pagina 5]

TEHERAN

Elke nacht de straat op, maar het is nog lang geen 1979

[Vervolg van pagina 1] Maar de Amerikaanse regering heeft tien dagen geleden onderstreept dat massavernietigingswapens zo nodig met geweld uit `schurkenstaten' als Iran worden verwijderd. Daarbij noemde onderminister van Buitenlandse Zaken John Bolton Iran en Noord-Korea als bronnen van zorg. De EU, die onder Amerikaanse druk staat, liet gisteren weten geweld om de productie van massavernietigingswapens te verhinderen, niet uit te sluiten. Als laatste middel en mits de VN ermee instemmen, voegden de EU-ministers in Luxemburg eraan toe.

Zover is het niet, maar dat wil niet zeggen dat in Washington geen belangstelling bestaat voor het thema regimewisseling. Dat moeten dan de Iraniërs zelf doen, is de gedachte die met name in het Pentagon aanhang heeft (Buitenlandse Zaken is minder enthousiast), via een cumulatief proces van betogingen die uiteindelijk in de val van het islamitische bewind moeten uitmonden. Het Pentagon wordt daarbij gesouffleerd door Iraanse oppositiegroepen-in-ballingschap, zoals de ex-marxistische Mujahedeen-Khalq en die van de jonge sjah.

De Mujahedeen-Khalq, die voor het State Department een terroristische organisatie is maar die zich gewoon in Washington manifesteert, komt elke paar weken met nieuwe onthullingen over Iraanse massavernietigingswapens. De monarchisten op hun beurt melden dat de implosie van het regime ophanden is. Het lijkt erg op de activiteit van de Iraakse oppositie in de afgelopen jaren, die eveneens het Pentagon voorzag van informatie over Saddams massavernietigingswapens en de opstandigheid van het Iraakse volk. In Irak zelf blijkt men nu wat minder enthousiast over deze groepen.

De huidige Iraanse demonstraties worden dan ook door de Amerikaanse regering warm verwelkomd en gesteund – ,,retorisch'', zo wordt van officiële zijde onderstreept – en zo vele malen uitvergroot. De Iraanse meerderheid heeft de buik vol van conservatieve geestelijken die weigeren de de facto democratisering, die op straat zichtbaar is, te accepteren. Maar het is nog lang geen 1979. Toen gingen honderdduizenden dag in dag uit de straat op om tegen de sjah te protesteren. En er was een charismatische leider. Waar blijft de Khomeiny van 2003?