Te weinig tijd voor dichters op opening Poetry

Het 34ste Poetry International festival opende zaterdag met een lange parade van dichters op een podium van zand. Het thema: Méditerrannée. ,,Nu nog een paar versjes'', zei eregast Gerrit Kouwenaar.

Homerus was er niet, en ook Willem Kloos liet verstek gaan op de openingsavond van de 34ste editie van Poetry International zaterdag in de Rotterdamse Schouwburg. Wel waren er heel veel dichters van landen rond de Middellandse Zee en een paar uit Nederland en Vlaanderen. Het thema van het jaarlijkse festival is deze keer Méditerranée, dat ,,azurenplein waaraan zoveel verschillende culturen zich hebben gevestigd'', zoals vertrekkend directeur Tatjana Daan in haar openingswoord voor een zaal met 300 dichters en belangstellenden zei.

In de loop van de avond zou Homerus, die als geen ander die zee bezongen heeft, nog zijdelings via zijn held Odysseus een paar maal in gedichten aanwezig zijn, maar Kloos heeft blijkbaar de verkeerde zee bezongen, want zijn ,,De zee, de zee klotst voort in eindeloze deining/ de zee waarin mijn ziel zich-zelf weerspiegeld ziet'', klonk de hele avond niet. Op een podium als een strand, met echt zand, haalde Daan nog wel Marsman aan – ,,Wie schrijft, schrijve in de geest van deze zee/ of schrijve niet'' – uit diens laatste bundel Tempel en Kruis (1939).

Het grootste deel van de avond bestond uit een haastige opeenvolging van dichters die op schoenen door het strand naar een microfoon ploegden en daar tegen een achtergrond van landschapsdia's van Peter Muller een paar minuten voorlazen uit eigen werk.

Als eerste kreeg Gerrit Kouwenaar, die 9 augustus tachtig wordt, het woord. Presentatrice Maria Heiden introduceerde hem met een citaat van P.N. van Eyck: ,,En mijn gedachten bogen voor hem.'' Kouwenaar (1923) wordt vanavond op het festival geëerd met een speciaal programma. ,,Nu ook nog een paar versjes'', zei hij zaterdag na de lof van zijn inleidster. Voor een dia met een op het strand getrokken bootje las hij recent werk voor, vooral uit zijn succesbundel totaal witte kamer (zesde druk). ,,Op het kleine bladstille plein/ lagen groene bladeren die er niet hoorden/ het was een zomer zoals het behoorde/ totaal als de oorlog die elders woedde.'' Dit gedicht, Kijk het heeft gewaaid, schreef Kouwenaar nadat hij tien jaar geleden met Remco Campert, ooit zijn mede-vijftiger, even het poëziefestival verliet om een wandeling door Rotterdam te maken. Bij de Maas hadden ze aan een pleintje gezeten dat bedekt was met groene bladeren, alsof het gewaaid had, ,,maar dat had het niet''. Kouwenaar, met mediterrane snor, las voor als een licht vermoeide sergeant-majoor buiten dienst: nog steeds krachtig en enthousiast, maar hier en daar wat mompelend. Na de woorden ,,nu iets meer mediterraans'' las hij Plaatselijke tijd voor, met daarin ,,men proeft het rijpe woord meloen'' en ,,muisstil de kleine uil vervliegt''.

De Libanees Abbas Beydoun (1945) was de tweede hoofdgast. Voor een dia van een krabbenpoot die uit het nog natte zand steekt, las Abbas enkele van de prozagedichten waarmee hij beroemd is geworden. Zijn stem steeg en daalde, zijn rechterarm ondersteunde het verhaal met krachtige gebaren. Berlijn, Stockhausen, computer – in zijn Arabische poëzie klinken westerse klanken. Toch koos hij de gedichten niet speciaal voor het Rotterdamse publiek, legde Abbas na afloop uit. ,,Ik verbleef een tijd in Berlijn en heb daar een Dagboek over geschreven. Ik heb geassisteerd bij een opera van Stockhausen en het Joods Museum bezocht. Maar het zijn allemaal mediterrane gedichten!''

Na de pauze betrad de ene na de andere dichter het podium. Bijna allemaal uit landen rond de Middellandse Zee en allemaal in hun eigen taal. De Nederlandse vertaling verscheen steeds simultaan op een scherm, maar er ging veel van het genot van een gedicht – klank, beeld en betekenis – verloren. Iedere dichter kreeg een warm applaus, de Italiaan Franco Buffoni wat harder, en er werd een enkele keer zelfs gelachen, als blijkens de vertaling iets grappigs beweerd werd. Het luidste applaus was voor de Oostenrijker Raoul Schrott, die zondag de poëzie verdedigde in de traditionele lezing Defense of Poetry op het festival. In Cefalù riep hij met beeldende woorden herinneringen op aan wasvrouwen op Sicilië: ,,de zee tot ver een stukgebladerd foliant/ waarvan de pagina's de klippen breken.''

Het is jammer dat het festival bij dit thema geen Nederlanders met wortels in deze streken heeft betrokken. Misschien ook daarom wilde de sfeer zaterdag maar niet Mediterraans worden. In ieder geval kreeg iedereen te weinig tijd in deze ondertitelde dichtersparade. Al kwamen de meesten uit landen rond die zee, in hun woorden proefde je zelden het zuiden of het Midden-Oosten. Gelukkig hadden we de prachtige kleurendia's nog.

34ste Poetry International Festival, t/m 20/6 in: Rotterdamse Schouwburg, Schouwburgplein 25, Rotterdam. Entree €8,50, passe-partout €33,-. Res. via 010-4118110 of www.schouwburg.rotterdam.nl. Zie ook www.poetry.nl/festival

www.nrc.nlTekst Raoul Schrott