De invaller

Juni is de Maand van het Spannende Boek. De Achterpagina vroeg vijf thrillerauteurs een kort verhaal te schrijven. Vandaag René Appel, wiens dertiende misdaadroman `Doorgeschoten' vorige maand bij Bert Bakker verscheen.

Merel pakte een sigaret.

Joost gaf een vuurtje. ,,Het mag nog, dus ik steek er ook maar eentje op. Alvast een beetje vooruit roken.'' Hij ging verder met glazen spoelen.

Ze liet haar blik door het café gaan. Een jong stel zat op gedempte toon ernstig met elkaar te praten, een sjofele man bladerde door de kranten op de leestafel en in een hoek zaten drie overduidelijke vrienden een geslaagde imitatie weg te geven van een bekende bierreclame. Haar ogen dwaalden naar de andere kant van de bar, en bleven haken in de blik van een man die een felrood T-shirt droeg. Ze nam een slokje van de wijn, drukte haar sigaret uit en zag een gefragmenteerd beeld van zichzelf tussen de flessen voor de spiegel achter de bar.

Weer de blik van die man. Hij had opmerkelijk heldere ogen, die bijna licht leken uit te stralen. Verdomd, het was net of hij haar zat te fixeren. Joost had niets in de gaten en tapte op z'n eigen, half nonchalante manier drie biertjes voor de Amstel-jongens.

Plotseling stond ze op, pakte haar portemonnee uit haar tasje, legde een biljet van twintig euro op de bar en ging, bijna rennend, het café uit. Ze hoorde nog net Joost roepen dat ze geld terugkreeg. Snel, snel. Met trillende handen haalde ze haar fietssleuteltje uit de zak van haar spijkerbroek en maakte het slot los. Terwijl ze wegfietste, zag ze uit een ooghoek een rode vlek uit het café komen. ,,Hé!'' riep de man, en daarna nog iets, maar dat was niet meer te verstaan.

Een paar blokken verder was haar huis. Ze keek achter zich en zag iets roods, ook op een fiets. De afstand leek kleiner te worden. Ze sloeg het parkje in waardoor ze een stuk af zou kunnen snijden. De man bleef volgen. Nu scherp naar rechts. Haar fiets gleed weg, met haar rechterbeen wist ze zich nog net staande te houden. Er was verdomme geen mens te zien. Hoe had ze stom kunnen zijn om deze weg te nemen? Ze keek om, zag hem dichterbij komen en sprong weer op haar fiets. Het parkje uit, waarbij ze bijna tegen een passerende auto knalde. ,,Stomme trut'', klonk het vanuit het open autoraam.

Ze smeet haar fiets tegen een boom, rende naar de voordeur en...

Haar huissleutel. Shit!

De man met de ogen zette zijn fiets nu ook neer. Hij kwam op haar toelopen. Ze keek om zich heen. Geen sterveling. Ze probeerde te bedenken wat ze kon doen. Een trap in zijn kruis? Vingers met gepunte nagels in zijn ogen? Bijten? Moest ze janken, gillen, schreeuwen? Ze probeerde geluid voort te brengen, maar er kwam alleen een armzalig gepiep uit haar keel.

,,Hier'', zei de man. ,,Je tasje, dat had je in het café laten liggen. Je herkende me zeker niet?''

Ze schudde haar hoofd.

,,Dacht ik wel. Ik was invaller op het Horizon College. Nederlands, een paar maanden, ondertussen al weer een jaar of zeven geleden. Je zat bij me in de klas, de vierde, volgens mij.''

Het begon haar weer een beetje te dagen. ,,Mijnheer Vermeer?'' probeerde ze.

,,Van der Meer, Theun van der Meer. Ik dacht al dat ik je ergens van kende. Daarom keek ik ook zo. Maar voordat ik 't kon vragen was je verdwenen. Echt als een speer.''

Merel kreeg haar adem langzaam weer onder controle.

,,Misschien wel een beetje gek om te vragen, maar ik ben zo snel weggerend uit het café, dat ik...'' Hij wipte even op zijn benen. ,,Je woont hier?''

Ze knikte.

,,Zou ik misschien even van het toilet gebruik mogen maken?''

Ze sloot haar fiets, deed de huisdeur open, ging hem voor naar boven en wees hem de wc.

Zich generend voor haar eigen angst, wantrouwen en paniek ging ze op de bank zitten.

Hij kwam terug. Glimlachend keek hij om zich heen. ,,Aardige woning. Je woont hier alleen?''

,,Ja, maar eh... wilt u misschien...?''

,,Wil je misschien...''

,,Wil je misschien wat drinken? Ik bedoel, dit is...'' Ze durfde niet te zeggen dat ze zo haar belachelijke verdenking wilde compenseren.

,,Nou, een biertje zou ik nog wel lusten.''

In de keuken pakte ze een flesje bier en een glas. Voor zichzelf schonk ze een glas witte wijn in.

Het blad dat ze voor zich uit droeg terwijl ze de kamer binnenliep, viel rinkelend op de grond. Bier en wijn stroomden over het kleed. ,,Nee'', zei ze, ,,wat doe je nou?''

    • René Appel