HERSENEN HERKENNEN WOORDEN VIA DE SERIE AFZONDERLIJKE LETTERS

Als we lezen herkennen onze hersenen woorden niet in hun geheel – aan het woordbeeld – maar aan de hand van de afzonderlijke letters of zelfs delen van letters. Pas wanneer die met voldoende zekerheid zijn geïdentificeerd, wordt het woord waar ze deel van uitmaken geregistreerd. Dat geldt zelfs voor korte en veel gebruikte woorden die we tijdens een uurtje lezen vele tientallen malen tegenkomen. Volgens drie Amerikaanse psychologen is het herkennen van woorden daarmee een veel minder efficiënt proces dan tot nu toe werd aangenomen (Nature, 12 juni).

Als kinderen beginnen met lezen, moeten ze eerst de letters en hun uitspraak leren om daarna – letter voor letter – woorden te kunnen lezen. Naarmate ze echter meer ervaring krijgen, en meer woorden hebben gezien, gaat het lezen sneller. Hierdoor wordt de indruk gewekt dat naarmate we woorden vaker gezien hebben, ze steeds vaker in zijn geheel leren herkennen.

Een experiment van Dennis Pelli en zijn collega's van New York University and Syracuse University, beide in New York, haalt deze conclusie onderuit. Zij lieten proefpersonen telkens één woord zien uit een reeks van de zesentwintig meest gebruikte Engelse woorden. Ze deden dat voor woorden met een lengte variërend van twee (`of', `to', `in', `pa') tot zestien letters, en ook voor afzonderlijke letters. Nadat het woord of de letter op een beeldscherm was getoond, moesten de proefpersonen het identificeren uit de betreffende lijst van woorden met die lengte. De herkenning van het woord werd echter bemoeilijkt doordat er aan het beeld op het scherm ruis (`sneeuw') was toegevoegd. De prestaties van de proefpersonen werden vergeleken met die van een ideale `lezer', een computerprogramma dat het ruizige beeld op het scherm beeldpunt voor beeldpunt vergelijkt met de afbeelding van de zesentwintig woorden in zijn geheugen en vervolgens het woord kiest dat het beste `past'.

Waar deze ideale lezer woorden van welke lengte dan ook even gemakkelijk identificeert, blijkt het gemak waarmee proefpersonen een woord herkennen omgekeerd evenredig te zijn met de lengte ervan: met doodgewone woorden van vijf letters worden vijf keer zo vaak fouten gemaakt als met afzonderlijke letters. Dat bewijst dat een woord `onleesbaar' is, tenzij de letters ervan afzonderlijk te identificeren zijn. Het experiment onderstreept nog eens dat ons visueel systeem bij uitstek in staat is om elementaire patronen te herkennen. Eerder was bijvoorbeeld al aangetoond dat we voorwerpen waarnemen door ze als het ware op te breken in specifieke basisvormen – zoals lijnen met een bepaalde oriëntatie – waaruit op een hoger niveau een samenhangend beeld wordt samengesteld. Dit wijst op de aanwezigheid van speciale neuronen die uitsluitend reageren op heel specifieke prikkels in ons gezichtsveld. De resultaten van Pelli en zijn collega's laten zien dat er waarschijnlijk wel neuronen zijn voor letters of delen van letters, maar zeker niet voor woorden.