Druk groeit in proces Miloševic

De aanklagers in het proces tegen Slobodan Miloševic hebben moeite om een direct verband aan te tonen tussen de ex-president en oorlogsmisdaden

Woensdag meldde de voormalige chef van de Servische geheime dienst, Jovica Stanišic, zich bij het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag. De aanklagers in het proces tegen Slobodan Miloševic hopen dat hij zaak IT-02-54 een impuls zal geven, want ze hebben veel moeite om de directe betrokkenheid van de ex-president bij de oorlogsmisdaden in Bosnië en Kroatië aan te tonen.

Stanišic en zijn ondergeschikte Frank Simatovic, die al twee weken vast zit in het VN-cellencomplex in Scheveningen, zijn volgens aanklager Geoffrey Nice een ,,cruciale verbindingsschakel'' tussen Miloˇ­sevic en de speciale paramilitaire eenheden en de lokale milities van Serviërs die actief waren tijdens de oorlog in Kroatië (1991-1995) en Bosnië (1992-1995). Beide mannen stonden in die tijd bekend als de trouwste handlangers van Miloševic. Gisteren bij zijn eerste voorgeleiding ontkende Stanišic schuldig te zijn aan oorlogsmisdaden; eerder heeft ook Simatovic schuld ontkend.

Miloševic staat terecht omdat hij de zogenoemde commando-verantwoordelijkheid draagt voor wandaden die door of op initiatief van Stanišic en Simatovic werden gepleegd. In het proces tegen Miloˇ­sevic hebben getuigen verteld dat Stanišic een sleutelrol speelde bij de bewapening van Bosnische en Kroatische Serviërs en dat Simatovic zijn vertegenwoordiger op het slagveld was.

Het tribunaal beschikt bijvoorbeeld over een afgetapt telefoongesprek tussen Radovan Karadzic, de leider van de Bosnische Serviërs, en Stanišic uit 1991, waarin de laatste zegt dat er ,,goede zaken zijn gedaan wat betreft de voorbereidingen'' voor de komende oorlog.

Simatovic speelde deze week een prominente rol in het proces. Een beschermde getuige, aangeduid als C17, betoogde dat Simatovic in Bosnië Serviërs ronselde voor de strijd tegen de moslims en Kroaten. Hij bracht ze onder in trainingskampen en voorzag ze van geld en wapens. C17 was gids bij een speciale eenheid van de Bosnische Serviërs, de Witte Wolven. De opdrachten voor deze terreureenheid werden, volgens C17, gegeven door Simatovic.

Medewerkers van hoofdaanklager Carla Del Ponte proberen de advocaten van Stanišic en Simatovic te overtuigen om mee te werken met het VN-hof. Daarbij is de hoop met name gericht op Stanišic. Hij raakte gebrouilleerd met Miloševic tijdens de escalatie van het geweld in Kosovo. Hij zag dat de president aanstuurde op een confrontatie met de NAVO. Eind 1998 werd hij door Miloševic ontslagen.

Om de bewijsvoering in de zaak Miloševic rond te krijgen, wil Carla Del Ponte dat de regering in Belgrado binnen een maand de letterlijke verslagen van de voormalige Opperste Defensieraad aan het tribunaal verstrekt. Dat staat in een besluit van begin juni, dat gisteren is gepubliceerd. De raad bestond uit de presidenten van Joegoslavië, Servië en Montenegro, en werd regelmatig aangevuld met de legertop en de ministers van Binnenlandse Zaken en Defensie.

Aanklager Nice vindt de transcripties ,,absoluut nodig''. Ze tonen volgens Nice aan dat Miloševic leiding gaf aan de militaire acties in Bosnië en Kroatië.

De advocaat van Servië-Montenegro, Vladimir Djeric, vindt dat de VN-aanklagers hun bevoegdheden overschatten door onbeperkte inzage in staatsgeheimen te eisen. Medewerkers van Nice gaan ervan uit dat ze de stukken wel mogen inzien, maar dat ze niet in de rechtszaal als bewijsmateriaal kunnen worden gepresenteerd. De aanklagers blijven dan afhankelijk van getuigenverklaringen van Miloševic' naaste medewerkers.