`In het water is alles anders'

In `De Zwemmer', de roman van Zsuzsa Bánk, is het niet-gezegde soms net zo aanwezig als het uitgesprokene. Die sfeer heerste in het Hongarije van destijds, het land van het geluk uit Bánks jeugd.

Een grijsblauw meer met een spiegelglad wateroppervlak, een stukje houten steiger, een roeiboot die doodstil in het water ligt. De buitenkant van De zwemmer, het debuut van de Duits-Hongaarse schrijfster en journaliste Zsuzsa Bánk, weerspiegelt de binnenkant.

Wie het boek openslaat treedt een wereld binnen van bewegingsloosheid, van absolute stilte en van melancholie. Een wereld waarin gezwegen wordt, waarin onder het gladde oppervlak heftige emoties kolken, maar waarin de verstarring zodanig is ingetreden dat er uiterlijk geen rimpeling meer valt waar te nemen.

Zsuzsa Bánk is een meester in deze gesluierde vorm van vertelkunst. Haar hoofdstukken deelt ze in in een veelheid van korte alinea's, die ieder bestaan uit korte, eenvoudige zinnen. Maar wat er staat wordt gekleurd en aangevuld door wat er niet staat. Het niet-gezegde is soms net zo aanwezig als het uitgesprokene. In haar taalgebruik bezigt Bánk een harmonie, een ritme en een volgehouden symmetrie, die volledig in overeenstemming zijn met de melancholieke toon van het boek en die Nelleke van Maaren in haar vertaling uit het Duits overigens voortreffelijk heeft weten te bewaren.

Zsuzsa Bánk is een achtendertigjarige, intelligente, bij haar bezoek aan Amsterdam hoogzwangere schrijfster die in Frankfurt woont, politieke wetenschappen studeerde en een tijdje in de Verenigde Staten en Italië woonde. ,,Die in elkaar geschoven zinnen, de zweeftoon van melancholie, dat is mijn manier van vertellen'', zegt ze, ,,de plot van het boek stond binnen een half jaar, daarna begon het gevijl en geschaaf aan de zinnen. De traagheid, de melodie, de fijne ritmiek, de klanken waarmee de zinnen beginnen en eindigen, daar heb ik een jaar aan gewerkt.''

Opwelling

In De zwemmer vertelt een jonge Hongaarse vrouw hoe haar moeder haar gezin verliet vlak na het neerslaan van de Hongaarse opstand in 1956. Zonder om te kijken en zonder bagage stapte ze, in een opwelling, met een vriendin op de trein, rende in het holst van de nacht de grens naar het vrije Westen over en probeerde er een nieuw leven op te bouwen. Haar echtgenoot, zoon en dochter zijn van hun anker geslagen: ze verlaten huis en haard, reizen van hot naar her, van familie naar vrienden, van stad naar platteland in een odyssee van ontreddering. Waar ze ook zijn, zwijgen is het parool.

,,Mijn personages kunnen zich gewoon niet uiten. Ze leven in die tijd, tegen die politieke achtergrond en dan blijft er misschien weinig anders over dan te zwijgen. Veel blijft onverklaard. Waarom is de moeder weggegaan? Waarom is het land leeggebloed? Waarom weet de vader niet hoe hij met zijn kinderen moet omgaan? Allemaal vragen die onbeantwoord blijven. In het Hongarije van die tijd neemt men het leven zoals het komt.''

In dat contrast met de gangbare westerse levenshouding schuilt waarschijnlijk ook een deel van de aantrekkingskracht van De zwemmer. Bánks Hongaarse ouders vluchtten in 1956 naar Duitsland, waar zij tien jaar later geboren werd. Ze voelt zich Duitse, ook al is het Duits niet de taal van haar ouders. ,,Hongarije is het land van het geluk uit mijn jeugd. Als kind vond ik Hongarije het toppunt van exotisme, alles was volslagen anders dan in Duitsland. Ik ben kind van de grote stad, opgegroeid in een snelle, dynamische omgeving. In het Hongarije van mijn grootmoeder stond de natuur in het middelpunt: het licht dat per dagdeel verschilde, de hete zomers daar, het gouden licht van het zuiden, de manier waarop men er met elkaar omging, alles was volledig anders.

,,Als we Hongarije binnenreden, trad ik een wereld van mooie plaatjes binnen. Om esthetische redenen wilde ik mijn roman daar laten spelen. Alleen al de manier waarop mijn grootmoeder thee maakte! Niks saai theezakje, maar een grote pan kokend water waar ze de thee in strooide en weer met een grote lepel uitschepte, voor het door een zeefje in de kopjes te gieten.''

Wat Bánk fascineerde was ook het harde, rauwe leven op het platteland, de heldere patriarchale structuur, waar de man doet wat de man moet doen en waar de vrouw zonder morren de vrouwentaken vervult. ,,Het leven op het Hongaarse platteland had voor mij iets surreëels, tussen droom en werkelijkheid. Als je naar het landschap kijkt, slokt de hemel de aarde op. Alles zit in elkaar gedraaid, er zijn geen duidelijke grenzen.''

De politieke ontwikkelingen, de opstand van Boedapest in 1956 en de onderdrukking ervan door het communistische regime spelen in De zwemmer geen rol van betekenis. ,,Maar het leven van mijn personages wordt er wel door beïnvloed, ook al liepen ze niet mee in de straten van Boedapest. Je kunt mijn boek wel degelijk door een politieke bril lezen.''

Neem de passage over de textielfabriek waarin de moeder werkte aan het begin van haar huwelijk: `Ze had katoenen draden tussen haar tanden vastgehouden, terwijl een machine de draden reinigde. Aan een weefstoel had ze met haar handen rood garen van rechts naar links en van links naar rechts gejaagd. Als de draad brak, had ze hem met haar lippen bevochtigd en weer aan elkaar geknoopt. Was de spoel leeg, dan had ze een nieuwe genomen en het garen met haar mond door het kleine gaatje gezogen om het in te rijgen. Stukjes katoen had moeder in haar keel gekregen, jarenlang had ze vezeltjes geslikt.' Een verstikkingsmotief dat politiek kan worden geduid?

,,Dat mag je zo lezen. Het motief komt op verschillende plaatsen voor. De moeder haat het dorp omdat kinderen er sterven door een val in de gierput. Het eeuwige, gelaten wachten zou je ook politiek kunnen interpreteren, het wachten op het moment waarop er eindelijk eens iets gebeurt, iets verandert. Maar dat zijn allemaal mogelijke lezingen, het was niet mijn bedoeling een politieke roman te schrijven.''

Lijdzaamheid

De zwemmer is voor Zsuzsa Bánk geen biografie van de tijd waarin haar verhaal speelt, het gaat haar om de personages. ,,De emotionele structuur waarin mijn figuren ingebed zijn, die gevoelswereld van afscheid nemen, van eenzaamheid en van achtergelaten worden, dat was belangrijk voor mij. Het draait om het eeuwige heimwee.'' De moeder neemt na haar vlucht de naam aan van Kata Ringloos, natuurlijk niet alleen omdat ze haar overtocht met haar trouwring moest betalen maar ook als symbool voor haar nieuwe bestaan. ,,Ze heeft alle banden doorgesneden, hoort nergens meer thuis. Het zou haar een geweldig gevoel van bevrijding hebben kunnen geven, maar bij haar is het een treurig soort vrijheid. Haar nieuwe naam heeft een trieste bijsmaak.''

Terwijl de volwassenen hun ziel in stille lijdzaamheid bezitten, fantaseren de kinderen een prettiger wereld bij elkaar. Isti, de zoon, trekt zich helemaal terug in een wereld vol stemmen en beelden die hij beter kan verdragen dan de realiteit. Kata, de vertelster, slaagt erin om het verleden een plek te geven en kiest op haar beurt voor een toekomst in het vrije Westen.

,,Beide kinderen zijn kunstenaars in het overleven'', zegt Bánk, ,,ze wanhopen niet, ze hebben elkaar, ze zoeken anderen met wie ze samen willen zijn. Kata is de grote treurende, Isti wil breken met het verleden, hij wil niet meer aan zijn verdwenen moeder denken. Ze reizen rusteloos, ze zoeken en ze vinden het één keer.''

Daarmee duidt Bánk op de ene zomer die ze doorbrengen bij familieleden in een huis aan een meer. De vader is een fantastisch zwemmer. Aan de waterkant wordt hij een ander mens, opener, weet ineens wat hij tegen zijn kinderen moet zeggen. Hij leert ook zijn zoon en dochter zwemmen. Pas dan kent iedereen een moment van lichtheid, van broos saamhorig geluk. ,,Ik wilde dit halve gezin iets bijzonders geven, iets wat niemand had. In Hongarije kon in die tijd niemand zwemmen, zelfs niet als je aan een meer of rivier woonde. Zwembaden bestonden er niet. Dat de vader zo uitstekend zwemt, onderscheidt hem dus van anderen. In het water is alles anders, mijn personages vinden er wat ze op het land tevergeefs zoeken. Ze kunnen afstand nemen, wegzwemmen van alle vragen naar het waarom, hun geluk elders zoeken. Het meer verandert ook van aanblik: soms is het heel zacht en vriendelijk, dan weer stil, hard en glad, een spiegel van de dood. Zo is het leven daar.''

Zsuzsa Bánk: De zwemmer. Vertaald door Nelleke van Maaren, De Bezige Bij, 283 blz. €19,90