Gijs de Vries in Europese glansrol

De Nederlandse vertegenwoordiger in de Europese Conventie heeft een sleutelfunctie vervuld.

Nederland heeft het afgelopen halfjaar een centrale rol gespeeld in de Europese Conventie. Aanvankelijk was Nederland vorig jaar weinig zichtbaar. Maar na de benoeming in oktober van de VVD'er Gijs de Vries tot vertegenwoordiger van de Nederlandse regering kwam daarin snel verandering. Nederland wist zich samen met België en Luxemburg in een positie te manoeuvreren die essentieel was voor het overbruggen van tegenstellingen tussen grote en kleine landen.

Bij het begin van de Conventie vorig jaar zag toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen (VVD) weinig heil in de onderneming. ,,Het echte werk'' bij de onderhandelingen over een nieuw Europees verdrag zou door een Intergouvernementele Conferentie van de Europese regeringen gebeuren, dacht hij. Oud-minister Hans van Mierlo (D66) werd tot vertegenwoordiger van de regering bij de Conventie benoemd. Die beschouwde de Conventie als ,,een politieke brainstorming''.

Het kabinet-Balkenende I realiseerde zich dat de Conventie in Brussel serieus aan onderhandelingen over verdragsteksten was begonnen. Daarbij zouden onvermijdelijk compromissen worden gesloten die voor Nederland van belang konden zijn, ook al zouden de Europese regeringen ze in een later stadium wellicht niet allemaal overnemen. Van Mierlo werd vervangen door Gijs de Vries, Europakenner bij uitstek.

Tegelijk werden de regeringen van België en Luxemburg benaderd om te zien of de Benelux één lijn kon trekken. Aanvankelijk vond Nederland in de Belgische premier Verhofstadt een eigenzinnige partner, die zijn eigen gang trachtte te gaan en zijn oren naar grote landen liet hangen. Juist tegen pogingen van die grote landen om door benoeming van een Europese president meer macht in de Europese Unie te krijgen, wilde Den Haag een front organiseren. Maar Verhofstadt draaide bij. Het enige geschilpunt bleef dat België direct bereid was een vaste voorzitter van de Europese Raad (van regeringsleiders) te aanvaarden, en dat Nederland wilde vasthouden aan het bestaande systeem van een halfjaarlijks roulerend voorzitterschap. De Benelux kreeg dertien andere landen achter zich die ook geen sterke EU-president wilden. [Vervolg DE VRIES: pagina 5]

DE VRIES

'Politieke bruggen slaan'

[Vervolg van pagina 1] Inmiddels bouwde Gijs de Vries met haarscherpe analyses zeer snel een bijzondere reputatie op binnen de Conventie. Na korte tijd was het beeld vergeten van het politiek instabiele Nederland dat op het Europese toneel wat aan de zijlijn stond. De Vries werd een geziene figuur bij bijeenkomsten van de regeringsvertegenwoordigers.

Na het samenbrengen van de kleine landen wilde hij ook de brug naar de grote landen slaan. Dat leidde ertoe dat Joschka Fischer, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, in de plenaire vergadering van de Conventie het Benelux-standpunt prees als uitgangspunt voor het zoeken naar compromissen.

De 47-jarige De Vries had het grote voordeel van zijn uitstekende dossierkennis. Van 1984 tot 1998 was hij lid van het Europees Parlement, waarvan de laatste vier jaar als voorzitter van de liberale fractie. Hij was daarna staatssecretaris van Binnenlandse Zaken. Het lidmaatschap van de Tweede Kamer zei hij op om regeringsvertegenwoordiger te kunnen worden. De Vries slaagde er ook in de twee vertegenwoordigers van het Nederlandse parlement in de Conventie, CDA-senator René van der Linden en PvdA-Kamerlid Frans Timmermans, aan zijn kant te krijgen.

Gisteren kwam voor De Vries het hoogtepunt. Het presidium had een ontwerptekst voor het constitutioneel verdrag achter gesloten deuren aan de regeringsvertegenwoordigers voorgelegd waaraan het nog maar weinig wenste te veranderen. Maar 22 kleine landen hadden gezamenlijk amendementen ingediend. Giulio Amato, vice-voorzitter van de Conventie en staatsrechtdeskundige, reageerde daarop met een academisch betoog. Op scherpe toon onderbrak De Vries hem: ,,Wij zijn hier bezig met een uiterste poging om politieke bruggen te slaan.'' Amato, die duidelijk had willen maken geen behoefte aan amendementen te hebben, bond zwaar beledigd in.

Tenslotte werden veel van de amendementen alsnog in de tekst verwerkt. Daardoor krijgt volgens de eindtekst de Europese Raad geen wetgevende bevoegdheid en moet de voorzitter van deze Raad bij de voorbereiding van het lange termijnbeleid van de EU samenwerken met de voorzitter van de Europese Commissie. Dat diende het hoofddoel van Nederland: de macht van de grote landen via de Europese Raad en een vaste voorzitter zoveel mogelijk beperken.