Rookverbod horeca

In de discussie over de aangekondigde verplichting voor werkgevers om voor een rookvrije werkplek voor horecawerknemers te zorgen, is de Europese dimensie sterk onderbelicht gebleven. Het is namelijk de vraag of een rookverbod in de horeca Europees gezien stand kan houden.

Een van de pijlers van de interne markt is het vrij verkeer van diensten. De gastvrijheid die de horeca biedt kan als een dienst beschouwd worden.

Vanuit deze optiek gezien belemmert een rookverbod voor de horeca het vrij verkeer van diensten in de EU, want Duitse en Belgische gasten zullen massaal de Nederlandse horeca, met name in de grensstreken mijden.

Zolang Nederland het enige land is dat onrealistisch en onredelijk ver op de muziek vooruit loopt, zal derhalve sprake zijn van een verstoring van de interne markt. De Europese Commissie heeft in het verleden niet geschroomd om in te grijpen wanneer nationale regels de werking van de interne markt belemmeren, zoals bij de accijnsverhoging op alcohol in Zweden.

Verbetering van de arbeidsomstandigheden van werknemers staat hoog op de Europese agenda, getuige bijvoorbeeld wetgeving over maximale blootstelling aan geluid op de werkplek. Het is in dit opzicht logisch om analoog hieraan ook de maximale concentratie rook op de werkplek onder een Europese norm te brengen. Door voldoende afzuiging en luchtverversing kan iedere horecaondernemer ervoor zorgen dat hieraan voldaan wordt. Zo wordt een gezonde werkplek op een realistische en praktische manier gewaarborgd.