Willekeur en schaamte

Even heb ik overwogen om tijdens de persvoorstelling van Sébastien Lifshitz' film Presque rien de operateur te waarschuwen dat hij de aktes verwisseld moest hebben. Een jongen die aan het Bretonse strand flirt met een andere jongen, en ruzie maakt met de bazige tante die zijn bedlegerige moeder verzorgt, kan toch niet ineens zijn maag laten leegpompen na een zelfmoordpoging, waarna de aarzelende en stiekeme homoseksuele ontluiking weer onverdroten voortgaat?

Flashbacks en flash forwards horen bij een moderne manier van vertellen, maar ze zijn zelden zo bot en onvoorbereid als in deze onbeholpen film, die weinig bewuste structurering van scenario en montage na lijkt te streven. Gelukkig ben ik blijven zitten: na afloop lees ik dat regisseur Lifshitz het allemaal zo gewild heeft: ,,Omdat veel aspecten van de personages in het duister liggen, worden die hier en daar ondoorzichtig. Ik vind dat een film soms zulke leegtes nodig heeft, opdat de kijker zijn eigen interpretaties kan uitproberen. Dit actieve kijken brengt hem emotioneel gezien veel dichter bij de personages in de film.''

Mijn actieve kijken leidde vooral tot emoties als boosheid over de associatie van homoseksualiteit met zelfvernietiging, schaamte en depressiviteit. Dit alles wordt opgediend in een ondoordachte presentatie, die de essentie weghakt ten gunste van willekeurige andere scènes. Op zijn welwillendst zou je Presque rien kunnen vergelijken met Jacky van Fow-pyng Hu en Brat Ljatifi, maar dat is te veel eer.

Presque rien. Regie: Sébastien Lifshitz. Met: Jérémie Elkaïn, Stéphane Rideau, Dominique Reymond. In: Rialto, Amsterdam.