Referendum moet redmiddel voor Europa worden

De onderhandelingen over een Europese grondwet naderen hun ontknoping en dus wilden de leden van de Eerste en de Tweede Kamer overleg met het kabinet. Veel leverde dat niet op.

Slechts een handjevol journalisten en een mager groepje andere belangstellenden bevolkten gisteren de tribune van de Tweede Kamer bij de ongebruikelijke vergadering met leden van de Eerste Kamer over de Europese Conventie. Ook al legt de Conventie de laatste hand aan een ontwerp voor een eerste Europese grondwet, de gemiddelde Nederlander wordt er niet warm of koud van. Europa leeft niet bij het grote publiek, stelde de ene na de andere spreker bij het debat gelaten vast.

Staatssecretaris Nicolaï (Europese Zaken) wees enigszins vergoelijkend op de talrijke websites, bijeenkomsten en voordrachten die hij heeft georganiseerd. Maar hij erkende grif dat het ,,heel onbevredigend'' was dat er overal in het land niet meer over Europa en de Conventie werd gesproken.

Juist hierdoor wint de gedachte steeds meer veld om de burgers meer bij Europa te betrekken door ze zelf via een raadgevend referendum hun mening te laten geven over het ontwerp voor een Europese grondwet. Ook bij partijen en woordvoerders, die daar tot voor kort niet voor voelden. ,,Misschien is het een paardenmiddel'', aldus het Tweede Kamerlid Timmermans (PvdA). ,,Maar ik zie geen andere mogelijkheid meer om deze klem waarin wij als samenleving in Nederland zitten, te doorbreken.''

Tijdens het debat gisteren bleken ook de christelijke partijen, die lange tijd fel gekant waren tegen elke vorm van een referendum, vatbaarder te worden voor deze gedachte. Fractieleider Rouvoet (ChristenUnie), tot nu toe een geharnast tegenstander van referenda, liet gisteren plotseling weten dat zijn partij ernstig nadenkt over de voordelen van een volksraadpleging, mits de uitkomst ervan niet bindend is. Hetzelfde zei ook CDA-senator Van der Linden te doen, al blijft zijn collega Van Dijk uit de Tweede Kamer afhoudend jegens een referendum. De VVD, tot voor kort eveneens categorisch tegen referenda, dubt nog over de opstelling van de fractie.

Premier Balkenende (CDA) blijft tegen een referendum, zo liet hij na afloop van het debat tegen journalisten blijken. Ook Nicolaï (VVD) heeft zich daar bij herhaling publiekelijk tegen uitgesproken. Een referendum over een Europese grondwet doet geen recht aan de complexe materie, menen zij.

Het lange debat van gisteren had iets ongrijpbaars doordat kabinet en Kamerleden spraken over voorstellen die inmiddels alweer gedeeltelijk zijn acherhaald door nieuww ontwikkelingen in Brussel. De CDA'er Van der Linden stelde op een gegeven moment voor ook de jongste voorstellen uit Brussel bij het overleg te betrekken, maar dit werd door plaatsvervangend Kamervoorzitter Dijksma resoluut van de hand gewezen. Die jongste voorstellen stonden immers niet op de agenda.

Ook bleef het debat soms wat onbestemd doordat premier Balkenende, minister De Hoop Scheffer (Buitenlandse Zaken) en staatssecretaris Nicolaï weigerden aan te geven tot welke concessies ze precies bereid waren in de slotfase van de onderhandelingen over de grondwet in Brussel. Daardoor bleef onduidelijk of het kabinet bereid is een vaste voorzitter van de Europese Raad te aanvaarden.

Vorige week suggereerde Nicolaï dat Nederland daarmee zou kunnen leven op voorwaarde dat die voorzitter niet machtig wordt. Timmermans juichte zo'n stap gisteren toe, maar vooral zijn VVD-collega Van Baalen spoorde het kabinet juistkrachtig aan zolang mogelijk vast te houden aan het huidige systeem, waarbij de lidstaten bij toerbeurt het voorzitterschap zes maanden bekleden.

Ongemakkelijk voor het kabinet is dat de Tweede Kamer er in meerderheid voor is dat elk van de 25 lidstaten in de toekomst een Europees commissaris behoudt met stemrecht. Dit is namelijk strijdig met een Benelux-memorandum, waaraan het kabinet zich vorig jaar heeft gecommitteerd. Dat voorziet slechts in een Europese Commissie met 15 leden met stemrecht, terwijl de overigen het zonder stemrecht zouden moeten stellen.

Voor het overige stortten de Kamerleden zich met overgave op enkele voor hen belangrijke details. Voor de christelijke partijen was dat het feit dat er in de preambule van de grondwet geen verwijzing naar de joods-christelijke traditie is opgenomen. Dit terwijl er wél een verwijzing naar het humanisme en de Verlichting in voor komt. Dat gaf geen pas, vonden zij en verzochten het kabinet om er voor te zorgen dat dit werd veranderd.