Nooit meer een stroomstoring

De cijfers van onderzoeksinstituut Kema zijn duidelijk: stroomuitval komt tegenwoordig vaker voor dan twintig jaar geleden. En dat terwijl de consequenties van een stroomstoring nu groter zijn dan vroeger. Niet alleen de diepvries lijdt onder een storing. Computers, alarmcentrales en andere elektronica kunnen door storingen niet alleen uitvallen, maar ook beschadigd raken. Technische maatregelen nemen kan lonen, want mogelijkheden om de schade te verhalen zijn beperkt.

De cijfers zijn niet rooskleurig. Een rapport van brancheorganisatie EnergieNed stelt dat de gemiddelde uitval over 2002 28 minuten per gebruiker was. Dat is nauwelijks slechter dan het gemiddelde over de afgelopen 5 jaar: 27 minuten. Maar een nuancering is op zijn plaats. Een rapport van Kema uit maart 2002 laat over de lange termijn een aanzienlijk triester beeld zien. Tussen 1976 en 2000 was de gemiddelde stroomuitval 22 minuten per jaar, ofwel 6 minuten minder dan in 2002. In het Kema-rapport relativeren elektriciteitsbedrijven de cijfers: zij beweren dat de stijging vooral op papier plaatsvindt en het gevolg is van een betere storingsboekhouding. Als rapportagemethodes inderdaad het verschil maken, dan betekent dit dat vroegere foutrapportages een onwaarschijnlijk grote onnauwkeurigheid van ruim 27 procent bevatten.

Het lijkt dus veilig er van uit te gaan dat het aantal stroomstoringen wel degelijk toeneemt. Inwoners van Arnhem (28 augustus 2002), Amsterdam (6 november, 13 en 28 december 2002), Rotterdam (6 december 2002), Breda (20 januari 2003) en Nijmegen (3 februari 2003) vermoedden dat al.

Ewald van Kouwen van de Consumentenbond vindt de situatie niet dramatisch: ,,Energieconsumenten zijn nog altijd tevreden, er komen hier weinig klachten binnen. Maar de tendens is wel dat het aantal storingsminuten toeneemt. Die tendens houden we, net als de liberalisering van de energiemarkt, aandachtig in de gaten.''

En terecht, want de kosten van stroomstoringen zijn nauwelijks te verhalen. Dat levert voor het energiebedrijf dus weinig motivatie op om het aantal storingsminuten terug te dringen. Van Kouwen: ,,Als je schade hebt geleden, is in principe het energiebedrijf aansprakelijk. In de praktijk is het lastig om geld terug te krijgen, want de oorzaak van de storing moet het energiebedrijf toe te rekenen zijn. Op het moment dat een shovel tegen een stroomverdeler aanrijdt, zal het energiebedrijf zeggen: `Dat is niet mijn schuld'.''

Stroomafnemers zijn dus in de meeste gevallen aangewezen op de Elektriciteitswet, meldt Barbara Roest van de Nederlandse Mededingingsautoriteit: ,,In artikel 31, lid 1, sub F van die wet staat dat consumenten en bedrijven na een stroomstoring van minstens vier uur recht hebben op een schadevergoeding.'' Die is verre van royaal: 35 euro voor consumenten, 910 euro voor bedrijven. Naar de rechter gaan om meer geld te krijgen is mogelijk, maar succes is niet gegarandeerd.

Zelf maatregelen nemen is daarom aan te raden. Er zijn grofweg twee soorten apparaten die de effecten van stroomstoringen tegengaan: zogeheten spanningsfilters en noodstroomvoorzieningen. De eerste categorie apparaten is nuttig voor bezitters van kostbare apparatuur. Bij een stroomstoring kunnen er vreemde dingen gebeuren met de geleverde elektriciteit. Plotseling hogere of juist lagere spanningen zijn dan mogelijk. Vooral gecompliceerde elektronische apparatuur als computers, stereo's, tv's, alarm- en telefooncentrales kan hier slecht tegen. Een spanningsfilter haalt alle ongerechtigheden uit de elektriciteit en bevat bovendien een overspanningsbeveiliging: een soort zekering die er de brui aan geeft, mocht de spanning opeens wel heel erg toenemen. Dat laatste kan ook bij een blikseminslag het geval zijn.

Spanningsfilters zijn goedkoop. Zo is er de Trust Power Protector 510, voor rond de 10 euro. Daar zit een gratis verzekering bij die tot 10.000 euro zegt uit te keren in het geval dat aangesloten apparaten het toch begeven.

Er zijn ook kostbaarder mogelijkheden, zoals een noodstroomvoorziening, ook wel UPS (uninterruptable power supply) genoemd. Deze zijn in principe alleen geschikt voor relatief kleine elektronische apparaten, zoals alarmcentrales (die vaak ook een ingebouwde accu hebben) en personal computers. Een grote diepvries houdt het er niet lang op vol. Op de markt van noodstroomvoorzieningen is onder meer het Amerikaanse bedrijf APC erg actief.

Wie maar één pc heeft, kan toe met een eenvoudige versie van rond de 100 euro. Daarmee heeft een gebruiker een beperkt aantal minuten de tijd om de pc af te sluiten. Wie meer kracht nodig heeft, bijvoorbeeld voor het aansluiten van meer stroom verbruikende apparaten, of een noodstroomvoorziening met een langere adem wil, ziet de prijs al snel oplopen tot enkele honderden euro's. Het topmodel van APC kost zelfs 31.700 euro, wat voor een huishouden iets te veel van het goede is.

Een overzicht van de goedkoopste noodstroomvoedingen is op internet te vinden: http://www.tweakers.net/pricewatch/ cat/54, waar ook prijzen van concurrerende merken als Merlin Gerin en Mustek staan.