Mondialisering: hét recept voor Afrika

Wie nu al een idee wil krijgen van wat Robert Kaplan ,,de komende anarchie'' heeft genoemd, hoeft alleen maar de dagelijkse berichten uit Afrika te lezen. Die weerleggen de eigenaardige hegeliaanse opvatting dat de geschiedenis zich altijd voorwaarts beweegt; in Afrika staat zij al twintig jaar in de achteruit.

De zaken staan er in Afrika nu zó slecht voor dat Amerikanen zelfs bereid zijn zich door Franse militairen te laten redden. Dat verheffende schouwspel deed zich gisteren voor, toen Franse helikopters gestrande Amerikanen uit de belegerde Liberiaanse hoofdstad Monrovia begonnen af te voeren naar een Frans schip voor de kust.

Intussen ploeteren Franse troepen om burgeroorlogen in Congo en Ivoorkust te bedwingen, zijn er protestrellen tegen het despotische bewind van Robert Mugabe in Zimbabwe, en is de president van Liberia net aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden in het buurland Sierra Leone. En dan hebben wij het nog niet gehad over de gevolgen van hiv-aids, inmiddels de stille holocaust van dit werelddeel.

Wie gelooft in een wereldwijde markteconomie, vindt in Afrika de onbegrijpelijke uitzondering. Midden in een wereld van aanzwellende handelsstromen en economische groei gaat Afrika achteruit. Volgens gegevens van de Wereldbank is het bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking in Afrika ten zuiden van de Sahara tussen 1990 en 2001 zelfs met 0,2 procent gedááld. De levensverwachting is de afgelopen twintig jaar gedaald, en het aantal mensen dat in armoede leeft is gestaag toegenomen.

Het is makkelijk de mondialisering de schuld te geven van Afrika's nachtmerrie, en dat is precies wat vele demonstranten vorige week tijdens de G8-top in Evian in Frankrijk hebben gedaan. Maar zij hebben het bij het verkeerde eind: het probleem met Afrika is niet dat het te sterk verbonden is met de mondiale economie, maar te weinig. Afrika behoeft niet minder mondialisering, maar méér.

In geld uitgedrukt is het zo dat Afrika onvoldoende buitenlands kapitaal aantrekt om in zijn ontwikkelingsbehoeften te voorzien. Afrika omvat ongeveer tien procent van de wereldbevolking, maar ontving in 2001 slechts ongeveer één procent van de rechtstreekse investeringen in de wereld. Voor Afrika ten zuiden van de Sahara beliep het aandeel in de investeringen slechts 0,7 procent, en daarvan ging het merendeel naar aardolie en mijnbouw.

Mondiale hulporganisaties als de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds proberen nu al een generatie lang noodoplossingen toe te passen, maar dat zal niet baten zolang Afrika het kapitaal mist om zelfstandig groei en ontwikkeling te genereren. Pas dan zal eindelijk de weldadige ontwikkelingscyclus kunnen beginnen.

Maar hoe krijgen we Afrika de goede kant op? De zinnigste voorstellen die ik heb gezien zullen binnenkort worden gepubliceerd door een groepje zwaargewichten: de Commission on Capital Flows to Africa, onder voorzitterschap van James Harmon, een zakenbankier die onder Clinton aan het hoofd stond van de Amerikaanse Export-Import Bank.

Het uitgangspunt van deze commissie is dat, zolang er geen particulier kapitaal naar Afrika vloeit, al het handenwringen en alle hulptoezeggingen die jaarlijks op de G8-top te horen zijn, geen blijvend effect zullen sorteren. In plaats daarvan pleit de commissie voor veranderingen die het rendement van investeringen in Afrika verbeteren, en die zulke investeringen dus aantrekkelijker maken.

In een concept van het definitieve verslag van de commissie wordt een tienjarenplan geschetst om de Afrikaanse economieën uit de achteruit in de vooruit te krijgen. Heel terecht benadrukt de groep dat `mondialisering' realiteit moet worden in plaats van een leus te blijven.

Een van hun aanbevelingen is dat alle producten uit Afrika vrij van invoerrechten en zonder quota de Verenigde Staten moeten kunnen binnenkomen. Dat is discriminerend en niet eerlijk jegens andere landen, zou kunnen worden tegengeworpen. Nou en? Afrika kan wel wat positieve discriminatie gebruiken. De commissie zal ook aanbevelen dat de Verenigde Staten vrijhandelsovereenkomsten sluiten met afzonderlijke Afrikaanse landen, en dat er een vrijhandelszone komt in zuidelijk Afrika.

Het allerbelangrijkste is misschien wel dat de commissie erop zal aandringen dat de komende tien jaar in de VS geen belasting zal worden geheven over in dat land ingevoerde winst uit nieuwe investeringen in Afrika door Amerikaanse bedrijven. Dat zal investeren in Afrika onmiddellijk aantrekkelijker maken.

De commissie schat dat een algehele vermindering van belastingen voor het bedrijfsleven met tien procentpunt, mits gecombineerd met plaatselijke belastinghervormingen in Afrika, zou kunnen resulteren in een toename van twintig tot veertig procent van investeringen in Afrika in andere zaken dan energie. Anders gezegd: in 800 miljoen tot 1,6 miljard dollar meer per jaar.

Voor iedere dollar die de Amerikaanse schatkist misloopt, zou naar berekening van de commissie vijf dollar ten goede komen aan de Afrikanen. Dát is nou eens een belastingverlaging waar ik enthousiast over kan worden, een die wat doet voor arme kinderen in Afrika.

Mondialisering is onontkoombaar en wat mij betreft een goede zaak. Dat laatste zal duidelijker worden wanneer haar magie eindelijk Afrika bereikt.

David Ignatius is columnist.

© Washington Post Writers Group