Hollandse gezelligheid op Tenerife

Freek Staps gaat op het Canarische eiland Tenerife op zoek naar Hollandse gezelligheid, maar raakt verstrikt in een web van ruzies en broodnijd.

In winkelcomplex City Centre in dit epicentrum van Europa's last-minute-toerisme zit onverwachts een kapperszaak: Intercoiffures Holland. Hier in Playa de las Americas op het Canarische eiland Tenerife knipt kapster Carola met Brabantse tongval, verzorgt zij coupe soleils, en zet niet zelden permanentjes bij grijzende dames. Een geschilderde rood-wit-blauwe vlag boven de deur moet klanten uit Bloemendaal, Bleiswijk en Borne binnenlokken, maar aan de openingstijden valt af te lezen dat Carola na tien jaar knippen in de zon is meegegaan met het Spaanse ritme: Intercoiffures Holland is dicht en houdt lunchpauze van 1 tot 4.

Voor een cultuurvakantie ga je niet naar Tenerife. In het dorre zuiden, waar bijna alle toeristen zitten, zijn vooral kunstmatige stranden en oneindige rijen souvenirshops te vinden en weinig authentieks of het moeten de enorme aantallen Britten zijn die al om elf uur 's ochtends achter een pint in de pub naar paardenrennen zitten te kijken. Na de verplichte rit richting de top van dit vulkaaneiland rest de Nederlandse bezoeker niets anders dan mee te gaan met het chauvinisme dat hier hoogtij viert. Laat de Britten dus maar links liggen, de zoektocht naar Oudhollandse gezelligheid op Tenerife kan beginnen.

Dutch is Holland?

Vlakbij Carola's gesloten kapperszaak Intercoiffures Holland is de lokale VVV gevestigd. De dame achter de balie is verrast over de vraag over Nederlandse uitspanningen op het eiland. ,,You are Dutch?'', herhaalt ze de introductie. ,,Dutch is Holland?'' Bij de VVV liggen nog wat oude exemplaren van het gidsje dat lokale Nederlandse en Vlaamse ondernemers uitgeven. Daarin foto's van Nederlands aandoende cafés en hun besnorde eigenaren. Een van die cafés is Flying Dutchman, ingesloten tussen een karaoke-bar waar je de hele avond `You never walk alone' kunt zingen en de `Adult toy shop' open all day, every day.

,,Het is hier he-le-maal geweldig'', verzekert barman Erik Bos. ,,Iedereen wordt hier automatisch verliefd op het eiland'', zwijmelt collega Esther Pietersz.

Maar de koffie met appeltaart voor 4 euro lijken maar moeilijk te kunnen concurreren met het `breakfast all day' voor 2,99 euro van de buren (gebakken eieren, een Brits worstje, bacon, tomaat en toast). Daar zit het namelijk wel vol. Ironisch genoeg is de enige gast van het Hollandse bruine café een Brit. Hij heeft echter genoeg aan zijn pint, waar hij zijn armen beschermend omheen gelegd heeft. Blijf af. En laat me met rust.

,,Maar kom zeker eens terug als er een voetbalwedstrijd op is'', schreeuwt Bos boven de Nederlandse weersverwachting 8 graden van het via de satelliet ontvangen Sky Radio uit. ,,Dan komen alle Nederlanders hier een feestje bouwen.'' Ook bij snackbar Holland Snack, waar Bos zelf de kroketten frituurt en ballen gehakt verkoopt, loopt het dan echt storm. Laatst nog, zegt Pietersz, toen was zelfs Patricia Paay er. Heel wat beter dan bijvoorbeeld die andere Nederlandse bar, De Bierelier, waar een Roemeen en een Italiaanse de scepter zwaaien. En dat moet gezellig Nederlands zijn? Laat haar niet lachen.

Maar dat was Hans Derksen ook helemaal niet van plan. De Nederlandse barman kan dat ,,irritante'' verwijt over de nationaliteit van zijn baas, de eigenaar van De Bierelier, niet meer horen. ,,Ík ben hier het gezicht van de zaak'', zegt Derksen, die een voortand mist. Net als de eerder vandaag bezochte bar moet ook De Bierelier, volgens sommige van zijn eigen lichtreclames Hierelier geheten, het op deze zonnige dag aan het strand zonder klanten doen. Excuses heeft Derksen niet, vorig jaar was het volgens hem zelfs in de zomer al 30 procent rustiger op het eiland. Bestemmingen als Hongarije en Roemenië zijn nog goedkoper dan Tenerife en dus de boosdoener, zegt Derksen op basis van SBS6-reclames die hij via zijn satellietschotel dag in dag uit voorbij ziet komen.

Nederlanders die überhaupt nog naar Playa de las Americas komen, zijn volgens de barman onder te verdelen in twee groepen: zij die van de buitenwereld met vakantie moeten en dus met gelimiteerd budget komen, en ,,de armoedzaaiers met vlooienbanden''. Met die laatste groep bedoelt Derksen mensen die in een hotel zitten waar het eten en drinken van tevoren al is afgekocht met een felgekleurd polsbandje als bewijs. Deze toeristen hebben al een keer betaald voor hun consumpties, zo beredeneert de forse Derksen terwijl hij zijn krap zittende paarse overhemd een knoopje verder open doet, en dat gaan ze dus niet nog een keer doen in zijn Nederlandse bar.

Derksen gaat binnenkort een grote investering doen. Alle blauwe kuipstoeltjes en het verlopen tuinmeubilair gaan eruit. Noodzakelijk, zo zegt hij beslist. Al was het alleen maar om de nare verhalen te pareren die Nederlandse bareigenaren aan toeristen vertellen over de trieste aankleding van de terrassen van `collega's'. Zelf wil hij weinig van ,,de anderen'' weten. Het is allemaal ,,haat en nijd'' tussen de Hollanders hier, weet hij. ,,Broodnijd.''

De oorzaak daarvoor is overduidelijk. Het gaat slecht met de barretjes op het eiland ze leggen het af tegen de Britten. Van de negen miljoen reizigers die het nabij gelegen vliegveld Reina Sofía verwerkt, kwamen er volgens het Spaans verkeersbureau in Nederland drie jaar geleden nog 150.000 uit Nederland. Maar het Nederlandse aandeel neemt af. Mede daarom hebben de eigenaren van Double Dutch hun bar een half jaar geleden van de hand gedaan, weet Derksen. Dat waren de enigen met wie hij het nog een beetje kon vinden.

Appelmoes

Schuin tegenover supermarkt Mr Cut Price zit nog een kapsalon: Linda. Zij is ook Hollands, maar wel open. Oranje muur, oranje broek, helemaal af. Linda Kievits is 32 en kwam tien jaar geleden naar Playa de las Americas. Appelmoes, pannenkoekmeel, groenten, ze had zoveel mee dat ze moest bijbetalen op Schiphol. ,,Ik dacht dat het een apeneiland zou zijn.''

Tien jaar later weet ze wel beter: op het eiland en haar werk is ze dol, maar het Nederlandse element hier kan haar gestolen worden. ,,Als ik op Hollanders zou moeten draaien, had ik het niet gered. Veel te gierig.'' Linda is wel veel open: zes dagen per week. Dagelijks heeft ze tussen de tien en vijftien klanten, waarvan gemiddeld één oudere Nederlandse overwinteraar en één Nederlandse toerist. ,,Die dan vaak alleen maar wat gekleurde vlechtjes wil.''

Nee, praat haar niet van de Nederlanders op Tenerife. Zoals die ene keer, begint ze dan toch maar, toen een concurrerende bar zanger René Froger in de zaak had. Hartstikke leuk, toch? Maar wat deden ze, vertelt de kapster. Het personeel van het café vertelde zo snel mogelijk van hun hooggeeerde gast aan bezoekers van de andere barren, die hun eigen kruk prompt verlieten en de bar met de Bekende Nederlander direct van hogere omzet kwamen voorzien.

,,Ze gunnen de ander elkaars boterham niet'', vertelt haar vriend Ton Tiel ongevraagd. Volgens Tiel, vroeger uitsmijter in Breda, en zijn vriendin hebben de bestaande barren hier niets meer te bieden. Hun uitbaters zijn naar het eiland gekomen toen het nog booming was, hadden al snel door dat het zonnetje lekker warm was en gingen op een kruk zitten afwachten. Zo zit je volgens Linda bij de Double Dutch ,,alleen maar tegen twee pilaren aan te kijken'', Bar Amsterdam lijkt met die rode lichtjes op een bordeel en ,,die puddingzak achter de bar bij de Bierelier, dat moet dan leuk zijn''.

Zijn er verder nog wel leuke Nederlanders hier met bijzondere zaken? Die andere Brabantse kapster misschien? ,,Dat is mijn zus'', reageert Linda kortaf. Ze stopt met knippen, gaat even zitten en rookt een sigaret. Waarna ze uitgebreid vertelt over de familievete die zich over de hoofden van andere Nederlanders hier uitstrekt en waarom beide zussen misschien nog wel in hetzelfde appartementencomplex wonen, maar al jaren niet meer met elkaar praten. De details van die hele geschiedenis moesten maar niet in de krant, beseft Linda. ,,Mijn ouders zouden zich een rolberoete schrikken.''

Aan het einde van de knipbeurt slaakt Linda een laatste zucht: ,,het had zo leuk kunnen zijn.'' Ton: ,,Weet je waar het hier wél gezellig is? In een Engelse pub.''