Heidehuizen - Jubbega

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week aan de oostgrens van Friesland.

Het is VVV-weer: een zoele zon blinkt aan een blauwe hemel met her-en-der-wolken, de hitte wordt verkoeld door bescheiden windgeblaas. Het landschap draagt een cocktailmanteltje van lentegroen waar het babyzachte vanaf is. Het groen rijpt, het neigt naar zomerse, volwassen verleiding. Zo krijg je de aantrekkelijkste foto's voor je folders, zo verkoop je je natuurschoon het best. De bossen in het oosten van Friesland zijn vooral uitgevent aan de fietsers, veel wandelaars zie ik er niet. Op de zand- en schelpenpaden is het stil, terwijl het zulk goed lopen is, hier, met verende knieën en met, bij voorkeur wat overdreven, zwiebelende armen, waarbij de vingers de lichte puntjes aan lage takken aaien.

Dit zijn geen dichte bossen. De bomen geven elkaar de ruimte, plassen zonlicht dringen gemakkelijk door tot op de hoog en breed uitgespreide varens tussen de wortels. Aan de rand van Beetsterzwaag vervloeit het bos in een smalle lovers lane. Jaar in jaar uit kerfden verliefde stellen harten in de stammen van de bomen, met hun liefdesjaartal erin en hun initialen ernaast. De harten groeiden breed, de initialen werden met de tijd onleesbaar en of de minnaars nog altijd samen zijn wil ik niet bedenken. Maar de jaartallen laten zich nog altijd ontcijferen: 1940, 1944, 1955, tot in de jaren negentig is in de schors liefde vereeuwigd. Vanaf het jaar 2000 is het stil. Hebben de jongemannen van tegenwoordig soms geen zakmes meer? Dat zou een verarming zijn.

We zien huizen en horen een luidspreker-oproep: ,,Attentie, attentie. Deelnemers aan het Nederlandstalig amateurnet worden verwacht in het voorhuus...'' Mannen in losse overhemden defileren langs kraampjes vol kastjes met draden eruit – Beetsterzwaag organiseert voor de 25ste keer de Friese radiomarkt. Een duizelig orgeltje maakt muziek, de sfeer is toch die van het Zwitsers mes (met kurkentrekker én priem) in elke broekzak en dochter bloost omdat ze vanonder een blonde kuif wordt aangesproken: ,,Warm he, famke.'' We scheuren ons los en wandelen het dorp uit, de bossen weer in. Die bossen voeren langs golfbanen, enorme lege gebieden met witte vlaggen aan gaten en bevolkt door een enkele trage stapper (een curieuze ondersoort van het menselijk ras). De bossen worden ook onderbroken door grasland. Het gemaaide gras ligt in rechte walletjes opgetast, door vrouwen bestuurde trekkers met draaiende graaigevallen erachter rijden eroverheen en keren de boel. Na een bruin heideveld dat is bevlokt met bloeiende wollepluis maakt het bos plaats voor een weiland met jonge koeien. En een stier. Hij kijkt of hij Wim heet. Tussen zijn achterpoten bungelt iets dat te roze, te groot, te hulpeloos oogt voor het woord `zak'. Hij loeit, hij bokt, hij dreigt met een schraaphoef. Niemand luistert, niemand slaat acht op hem.

14 km. Kaarten 19-22 uit: Zevenwoudenpad. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort, 2001. Tel. taxi 0513 461355. Openb. verv. is schaars. Inl. tel. 0900 9292.