Gepolitiseerde misdaad

Het is de maand van het spannende boek. Schrijvers van misdaadromans hebben hun onderwerpen voor het oprapen. Zeker nu er een tendens is actuele thema's in thrillers te behandelen. Mevrouw Pieper, gehuwd met een vermogende captain of industry, is neergestoken op hun landgoed in Aerdenhout. De directeur van PSV zit vast op verdenking van misbruik van minderjarigen die hij bovendien bewust kan hebben besmet met hiv. De Duitse politicus Mölleman zoekt op spectaculaire wijze de dood nadat tegen hem een onderzoek wegens politieke corruptie en verduistering is geopend.

Tomas Ross schreef het lezersgeschenk voor de maand van het spannende boek (over nooit opgehelderde terreuraanslagen van de linkse actiegroepen RaRa in de jaren tachtig). Daarvóór publiceerde hij faction (documentaire thrillers) over onder andere intriges aan het hof en de moord op Pim Fortuyn. Hij kan na deze week weer ruimschoots vooruit. Tegelijk blijkt uit het nieuws nog eens dat misdaadauteurs onmogelijk kunnen concurreren met de werkelijkheid. De misdaad doet zich voor in een zo oneindige variatie en levert zulke verbijsterende en ongelooflijke verhalen op dat de meeste fictie erbij verbleekt tot een pover aftreksel.

Welke misdaadschrijver had het volgende, schijnbaar eenvoudige voorval kunnen bedenken?

Roel Pieper doet bij de politie een poging tot aangifte tegen een man die zijn zwaar bewaakte landgoed is binnengedrongen. Van de indringer, die weinig goeds in de zin had, zijn videobeelden beschikbaar. De politie onderneemt niets. Volgens Pieper met het wonderbaarlijke excuus dat de waarschuwingen `verboden toegang' op de hekken rond het landgoed geen melding maakten van artikel 461 Wetboek van Strafrecht. Vijf dagen later wordt het echtpaar Pieper met een mes aangevallen door dezelfde man. Zijn vrouw raakt zwaargewond. Het ontbreekt er nog maar aan dat de politie ook dit geeuwend ter zijde legt met het argument dat mevrouw helaas had verzuimd een etiket op haar voorhoofd te plakken met de tekst: `Verboden mij opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Artikel 302 Wetboek van strafrecht.'

Achteraf zegt justitie dat de aanvankelijke melding wel degelijk serieus was genomen. Dat is moeilijk te geloven. Opsporingsambtenaren moeten ,,ten spoedigste proces-verbaal opmaken'' van een strafbaar feit, maar dat was nagelaten. De politie heeft nu eenmaal in zulke omstandigheden een zekere vrijheid van beleid. En hoe kon zij nu weten dat die indringer gevaarlijk was?

Zo is het geval-Pieper illustratief voor een maatschappelijk probleem: de burger die zich onveilig voelt, direct bedreigd of in zijn recht aangetast, wordt geconfronteerd met een log ambtelijk apparaat dat werkt met abstracte `targets', prioriteiten en doelmatigheidseisen bij de opsporing. Die burger betreedt de wereld van Kafka. Maar het verhaal over de ontbrekende verwijzing naar artikel 461 op de verbodsborden rond Piepers landgoed had zelfs Kafka niet kunnen verzinnen. Dus het moet wel waar zijn, al is het later in alle toonaarden ontkend.

Er zijn nóg een paar veelbetekenende maatschappelijke symptomen aan de dag getreden naar aanleiding van het afschuwelijke voorval met mevrouw Pieper als slachtoffer. Het leedvermaak, de platte lol ten koste van anderen. Op radio Noordzee FM werd, meldt De Telegraaf, onder leiding van radiopresentator Gordon (dezelfde die met kweelzang partijbijeenkomsten van de VVD opluistert) ,,smakelijk gelachen om de zogenaamde grap dat Pieper en zijn vrouw waren neergestoken met een aardappelmesje''. Over verloedering van normen en waarden gesproken.

Dan, misschien nog wel het meest typerend voor het maatschappelijke klimaat, is er de verklaring die Roel Pieper zelf geeft van de achtergrond van de steekpartij. Hij legt een verband met zijn recente optreden in het televisieprogramma Rondom 10. Daarin betoogde Pieper dat alle aandacht die de media aan de hoge inkomens van topbestuurders in het bedrijfsleven schenken ongenuanceerd is en dat deze groep gedemoniseerd wordt. Het is een interessante veronderstelling. Er bestaan aanwijzingen dat in waanzin omgeslagen afgunst op de rijkdom van topmanagers de dader tot zijn aanval heeft bewogen. Ik vraag me niettemin af of het verantwoord is de agressie van een, waarschijnlijk gestoord, individu op deze manier te politiseren en tot gevolg van media-aandacht te verklaren (zoals ontvoeringen en afpersingen niet zelden tot media-aandacht zijn herleid).

Het politiseren van de misdaad heeft als implicatie dat kritiek op de `zelfverrijking' en de `graaicultuur' in de top van het bedrijfsleven als het ware aanzet tot geweld en dat die kritiek daarom maar beter achterwege zou kunnen blijven. Voor de vrijheid van debat zou een dergelijke benadering schadelijke consequenties kunnen hebben.

Pieper refereerde met zijn klacht over demonisering uiteraard aan de moord op Fortuyn. Gezien diens politieke rol was de politisering van de op hem gepleegde moord in zekere zin onvermijdelijk. Maar dat vervolgens de politieke leiders van andere partijen politiebescherming nodig hadden en kogelbrieven toegezonden kregen, toont aan hoe politisering van de misdaad kan doorschieten in een even heilloos als gevaarlijk complotdenken. Een staaltje hiervan geeft deze week het weekblad HP/De Tijd, dat `het sinistere netwerk rond GroenLinks' in verband brengt met de moord. Zich verschuilend achter een evident verknipte `extreem-linksdeskundige', wijdt het blad zijn omslagverhaal aan een verondersteld verband tussen de moordenaar van Fortuyn en GroenLinks. Reuze lollig.

Mogelijk heeft de deep throat van HP/De Tijd te veel thrillers gelezen waarin de bizarre, verschrikkelijke en inhumane werkelijkheid van de misdaad vaak al te simplistisch wordt gereduceerd tot een gekunstelde complottheorie. Politieke en spionagethrillers doen vaak zo weinig recht aan waar het in romans, ook de betere misdaadromans, om gaat, zoals de succesvolle Zweedse misdaadschrijver Henning Mankell in een vraaggesprek met Vrij Nederland onder woorden bracht: ,,Bij alles wat ik schrijf, weet ik dat de werkelijkheid nog smeriger is. Ik kan bedenken wat ik wil, maar als het erop aankomt, loop ik hopeloos achter op de realiteit.'' Mankell probeert zijn hoofdpersoon, politieman Wallander, te laten doorgronden hoe de samenleving in elkaar zit, anders kan hij de uitwassen niet bestrijden. In zijn laatste in het Nederlands vertaalde roman, Midzomermoord, is de dader een uitgestotene, een werkloze, door jaloezie op andermans geluk gedreven waanzinnige. ,,Laten we uitgaan van het slechtste'', zegt Mankell. Maar ook: ,,Wat gebeurt er met mensen die door de maatschappij eigenlijk niet gewenst worden? Wat gebeurt er met mensen die wij er eigenlijk niet bij willen hebben?'' Vragen die ook met betrekking tot de dader in de tragedie-Pieper kunnen worden gesteld.