De wereld wordt niet beter van schuldgevoel

Twintigers en dertigers zijn toch geëngageerd: uit onderzoek blijkt dat de maatschappelijke betrokkenheid onder hen groeit. Maar het idealisme blijkt vooral spektakelgericht instant-activisme: `Je moet je engagement op het huisje-boompje- beestje-model kunnen loslaten.'

In een oude elektriciteitscentrale in de Rotterdamse haven zit een stel jonge meiden in een bloedhete ruimte te werken aan de website MoveYourAss. Via internet worden live beelden uitgezonden van hun verslaggevers die door Zuid-Amerika trekken op zoek naar ,,de beste en leukste manieren om de wereld te verbeteren''. Maar ook jongeren die dichter bij huis `iets goeds' willen doen krijgen een scala van mogelijkheden op de site voorgeschoteld.

Dat gebeurt op Monty-Python-achtige wijze. Door het beeld rent een paar billen op voetjes – het logo van MoveYourAss – om jongeren aan te sporen uit hun luie stoel te komen. Er is een cursus `verbeter de wereld, begin bij je oma', een vacaturebank voor idealisten en een test om uit te zoeken wat voor type mens je bent. Wat je ook invult, de uitslag is altijd `Miss/Mister World'. De boodschap: iedereen kan de wereld verbeteren.

MoveYourAss, sinds april in de lucht, is een samenwerkingsverband van de idealistisch getinte De Nieuwe Omroep en bureau MoveYourWorld dat jongerenactiviteiten over internationale samenwerking organiseert. ,,We merken dat er onder twintigers behoefte bestaat zelf iets bij te dragen aan een betere wereld'', constateert hoofdredactrice Anna Visser (28), ,,maar ze weten niet hoe.''

Die twintigers, weet Visser, worden afgeschrikt door de ingewikkelde termen uit de ontwikkelingswereld en hebben het idee dat je een Arafat-sjaal moet dragen of veganist moet worden om iets te kunnen doen. Maar waarom zou je in de zomervakantie niet een project doen voor zwerfkinderen in Zuid-Amerika en daar 's avonds lekker uitgaan? Visser: ,,MoveYourAss geeft geen waardeoordeel: als je vegetariër wil worden, is dat voor ons niet beter of slechter dan drie jaar uitgezonden worden.'' En de onorthodoxe, humoristische methode die sterk afwijkt van de traditionele aanpak lijkt aan te slaan: elke dag bezoeken 900 geïnteresseerden de internetsite.

Instant-activisme

Dat is ook geen wonder, als je afgaat op de `mentaliteitsmonitor' van bureau Motivaction, dat elk jaar de normen en waarden in Nederland onderzoekt. Het sociaal marktonderzoeksbureau constateert dat het maatschappelijk en politiek engagement onder twintigers en dertigers vorig jaar met 10 procent is gestegen. Niet alleen de betrokkenheid bij politiek Den Haag – politiek is sinds aansprekende politici als Fortuyn en Bos niet meer saai – ook het verantwoordelijkheidsgevoel ten opzichte van andere mensen en de directe omgeving is toegenomen. We zien een praktisch idealisme opkomen waar ieder op zijn eigen manier vorm aan geeft, vertelt onderzoeker Martijn Lampert in het glimmende kantoorgebouw van Motivaction in Amsterdam. Jongeren willen graag iets doen, maar niet jaren achtereen in de vorm van vrijwilligerswerk of lidmaatschap van een politieke partij. Het is in feite instant-activisme. Lampert spreekt in dit verband over het ,,aangaan van kortstondige verbanden''.

Dat betekent dat deze jongeren zich incidenteel voor één actie van Greenpeace of Amnesty als vrijwilliger aanmelden, bewuster producten kopen of op een `inspirator' stemmen. Daarnaast willen ze een keer iets voor de buurt doen, of deelnemen aan een stille tocht. Sommige organisaties pikken dat op door de mogelijkheid te bieden je tijdelijk aan hen te verbinden. Organisaties die dat niet doen, moeten – willen ze op lange termijn blijven bestaan – professionaliseren, zegt Lampert, en hun vrijwilligerswerk zó inrichten dat iemand die één keer per maand iets wil doen, ook bij hen terecht kan. ,,Dat past meer bij deze tijd.'' Zulke belangenorganisaties, denkt Lampert, passen beter bij de identiteit van jongeren: ze zoeken toch een zekere spanning en actie.

Maar wie zijn deze jongeren nu precies? Degenen bij wie Lampert meer engagement onderscheidt zijn volwassen geworden in de jaren tachtig – dat is de `verloren generatie' die moeite had een baan te vinden. Maar Lampert ziet ook engagement bij de `pragmatische generatie' uit de jaren negentig die opgroeide in een beeld- en ervaringscultuur, de zap- en MTV-generatie. Lampert: ,,Zij positioneren zich maatschappelijk gezien op basis van wat ze kopen en dragen; de beeld- en consumptiecultuur bepaalt hun venster op de wereld, niet de krant of de opiniebladen. Daar komt dus ook een ander soort engagement uit voort: `gemediatiseerde' betrokkenheid noem ik het. Meer spektakelgericht. Liever Greenpeace dus dan Natuurmonumenten.''

Beide generaties botsen met de verstokte jaren-'60-idealisten, die vaak aan het hoofd staan van maatschappelijke organisaties. Lampert: ,,De protestgeneratie van de jaren '60 kan zich moeilijk inleven in de jongeren en is erg weerbarstig. Die wil niet veranderen en denkt: je kiest toch ergens voor? Zij hebben die maatschappelijke betrokkenheid in hun bloed zitten, omdat ze zich destijds hebben moeten ontworstelen aan hun vaders en aan de instituties. Bij de jongeren gaat het niet zo automatisch. Die hebben minder plichtsbesef omdat ze juist alles mochten. Hun ouders waren anti-autoritair, hanteerden het onderhandelingsmodel en hebben de kinderen bewust nooit in een keurslijf gedrukt. Jongeren hebben dus volop kunnen genieten en zijn vooral met zichzelf bezig geweest.''

Dat nu juist deze generatie zich geëngageerd opstelt en kritischer wordt ten opzichte van hun ouders en de samenleving, komt volgens de onderzoeker doordat ze zien dat de dingen niet meer goed lopen. ,,Ze merken dat het individualisme te ver is doorgeschoten en gaan op zoek naar nieuwe verbanden.'' Lampert pakt het Motivaction-rapport erbij. Lang, zo valt daarin te lezen, was het en vogue om te zeggen dat je het `druk-druk-druk' had. Maar het gevoel alles te moeten doen – reizen, topbaan, toprelatie, tophuis – en daar status aan te ontlenen, is door de toenemende tijdsstress, vermoeidheid en economische teruggang sterk gedevalueerd. Meer geld, duurdere auto, groter huis – het hoeft allemaal niet meer zo. ,,Steeds meer Nederlanders willen tijd maken voor de dingen die ze echt belangrijk vinden'', constateert de onderzoeker, ,,en identificeren zich minder met hun werk. Dat zal zeker gevolgen hebben voor de arbeidsproductiviteit. De spanning tussen werkgevers en werknemers neemt ongetwijfeld verder toe.''

Dogma's

Hoewel het belang van materiële zaken afneemt, zijn de meeste jongeren volgens Motivaction-maatstaven nog `hedonisten' en niet `post-materialisten'. ,,Ze houden niet van al te strenge dogma's'', oppert de aangeschoven directeur Frits Spangenberg. Dat legt te veel beperkingen op. De anders-globalisten, die wél in die hoek zitten, vormen nog slechts een kleine groepering in Nederland. Er is vooral belangstelling voor engagement dat je op het huisje-boompje-beestje-model kan loslaten. Beter onderwijs, betere zorg, meer aandacht voor de leefomgeving en voor elkaar.

Of er een grootschalige mobilisatie zal komen van de geëngageerde hedonisten valt dus nog te bezien. ,,Het is niet de meest georganiseerde en bevlogen generatie'', zegt Spangenberg, ,,maar naarmate het economisch slechter gaat, kan het idealisme en het verlangen naar verandering toenemen – de voedingsbodem is er. Het zal meer eigenbelang-idealisme zijn dan maatschappijhervormend.''

Dat roept de vraag op wat `idealisme' eigenlijk is. Preciezer: gaat idealisme wel samen met eigenbelang? René Bekkers, socioloog aan de Universiteit Utrecht, denkt even na, zegt dan: ,,Een idealist is iemand die zich vanuit een principiële overtuiging inzet voor een zaak die hij goed acht en die hem zelf niet meteen wat oplevert.'' Maar, voegt hij daar onmiddellijk aan toe: ,,We hebben idealisme altijd op een te hoog voetstuk geplaatst, de definitie is te strikt geweest. Want eerlijk gezegd denk ik dat de belangrijkste reden om anti-globalist te worden is dat méér mensen het doen. Dat is veel leuker dan in je eentje naar Genua gaan. Veel heeft te maken met saamhorigheidsgevoel. Dat zag je ook in de provotijd. Op een bepaalde manier was het gewoon gezellig, omdat iedereen uit je omgeving het deed, beetje tegen de gevestigde orde trappen.'' Bovendien zegt een definitie niets over hoe `goed' het gedrag van mensen nou eigenlijk is, wil Bekkers benadrukken. ,,We hebben de motieven voor vrijwilligerswerk wel eens onderzocht. In 2000 zei 30 procent dat ze vrijwilligerswerk deden, omdat ze het `leuk' vinden. Nu is dat 70 procent. Zegt dat iets over hun idealisme? Nee, ze komen er gewoon eerder voor uit dat ze er lol in hebben.''

Zelfopoffering

Idealisme ís ook verbetering van jezelf, bekent politicologe Natasja van den Berg (28) onomwonden in een Amsterdams café. Ze werkt freelance voor non-profitorganisaties op het gebied van communicatie en schreef met Sophie Koers de onlangs verschenen gids Praktisch Idealisme: handboek voor de beginnende wereldverbeteraar. Vanachter een koffie-verkeerd: ,,Waarom zou je alleen op de ander mogen focussen? Je krijgt geen betere wereld van zelfopoffering. Je moet alleen verantwoordelijkheid nemen voor iets waar je verantwoordelijk voor kúnt zijn. Als het broeikasprobleem en de honger in de wereld zijn opgelost, maar iedereen is nog ongelukkig; is dat dan een betere wereld? Nee. Wij vinden niet dat het oplossen van die problemen vóór je eigen geluk komt.''

Vandaar dat in het boek, naast tips voor economischer energiegebruik, biologisch consumeren en duurzaam kleren kopen, ook staat: ,,Ga eens naar de sauna, erg goed voor je weerstand en het ontspant heerlijk.'' Of: ,,Als skiën belangrijk voor je is, ga je skiën. De wereld wordt niet beter van schuldgevoel. Neem wel verantwoordelijkheid: denk na over de gevolgen die je skivakantie voor de bergen heeft en kijk of je daar een positieve draai aan kunt geven.''

Na het schrijven van de hoofdstukken over verantwoord winkelen en consumeren zeiden de schrijfsters tegen elkaar: dat gaan we eens een tijdje in praktijk brengen. Maar wat bleek? ,,Doodongelukkig'' werden ze ervan, niks mocht meer.

Van den Berg: ,,Wat is dan beter: een half jaar alle tips opvolgen en depressief worden of gedurende vijftig jaar een paar van die tips volgen?''

Van den Berg en Koers knoopten er een gesprek over aan met jaren-'60-idealisten. ,,Die hadden destijds wél het idee dat idealisme moest samengaan met zelfopoffering. Wat een onzin. De meeste hebben hun idealisme ook weer opgegeven, omdat ze niet meer mochten reizen, autorijden, vlees eten. Maar dat wérkt niet, dan word je machteloos. De wereld is te zwaar om op je schouders te dragen. Idealisme was vroeger iets voor uitzonderlijk goede mensen, wij geven het weer terug aan de normale burger.''