Het nieuws van 7 juni 2003

Mafkut

Zegt de dochter van Patty, terwijl ze de gootsteenstopper op haar borsten zet: ,,Die hoef ik lekker niet op te spuiten.'' Zegt Patty: ,,Nee, lekker. Je bent ook dertig jaar jonger dan je moeder, mafkut.'' Nu de hartstocht voor de nieuwe politiek alweer een herinnering aan een herinnering is geworden, zal binnenkort onherroepelijk een brede maatschappelijke discussie losbarsten over wiens wassen beeld er in Madame Tussaud mag komen te staan, dat van Patty of Patricia op een plekje naast die andere iconen van het nieuwe Nederland, Jim en Jamai, Kenneth en Clara. Want terwijl journalisten en tv-beschouwers de cultuurschok van Big Brother nog maar net te boven zijn, heeft de massacultuur alweer een nieuwe revolutie teweeggebracht: de real life soap. Zijn Patty's tranen wel echt? Was dat werkelijk een erectie van Adam? Het was de afgelopen maanden een heuse cultuurstrijd, een bitter gevecht tussen wat in Nederland voor diva doorgaat: vertimmerde middelbare vrouwen die na een gestrande carrière in de showbizz voor de onzekere vluchthaven van de glamour hebben gekozen. Hollandse glamour: dat claustrofobische universum van Botox-prikken en Leco-kapsels, van eindeloze extensions en bergen implantaat. Vanessa's opgespoten lippen stonden strak van frustratie, terwijl haar society-concurrenten de kijkcijfers opjoegen met hun privé-leven. Paul van Liempt in Het Parool: ,,Adams Family is onderhoudend, maar plaatjes van sprookjesparen, grote landhuizen, exorbitante tuinfeesten en helikopters kennen we al van Ivo Niehe. De middeleeuwse klucht boeren aan tafel, scheten in bed die in Patty's Posse wordt opgevoerd, zorgde voor meer vermaak.''

Terug naar af

Dat Radioheads album OK Computer uit 1997 als mijlpaal in de muziekgeschiedenis mag gelden heb ik nooit begrepen, en dat dit misverstand zo uit de klauwen is gelopen dat het Engelse muziekblad NME tegenwoordig in recensies het begrip OK Computer hanteert als synoniem voor `nieuwe mijlpaal' wijd ik maar aan de onwaarschijnlijke teloorgang van journalistieke ruggegraat in dat blad. `Dit is de OK Computer van de hip hop', schrijft NME, of: `dit is de OK Computer van de Nieuwe Rock Revolutie'. Dat Radiohead na in 1995 een meesterwerk te hebben gemaakt met The Bends, een liedjesalbum van onvergetelijke klasse, door een gebrek aan inspiratie en groepschemie aan het experimenteren sloeg was tot daar aan toe. Maar dat hele hordes journalisten in het product van die experimenten iets unieks zagen is mijns inziens toch vooral een gevolg geweest van een groot gebrek aan andere te hypen onderwerpen. Stervende Britpop, nog nooit een echte neger van dichtbij gezien, geen sjoege van dance en doodsbenauwd voor getaoeëerde binken; wat te doen? OK Computer was een dubbeltje op zijn kant voor Radiohead en met dank aan het journaille viel dat dubbeltje zo goed dat de band ermee gered werd en tot mythe werd gebombardeerd. Dat ze na The Bends nauwelijks nog waardige liedjes hebben geschreven, maar hun compositorische armoe verstopten in een macramé van losse eindjes van Genesis, Yes, Gentle Giant en Pink Floyd met het grote borduurboek van de symfonische rock op schoot is maar weinig opgemerkt. Nu zijn het ook geweldige verkopers. Politiek zo correct dat je ze wel op schoot wil nemen om de fles te geven, qua marketingstrategie ronduit geniaal door leden van de pers intiem te vergasten op een eerste beluistering van een nieuw probeersel, of, zoals nu het geval lijkt met de nieuwe plaat Hail To The Thief, de hele zooi vroegtijdig lekken, kijken wat de pers ervan vindt en ondertussen al voor het verschijnen tien nummers van de NME aan je plaatje gewijd hebben. Weet je tijdens de echte release ook ruimschoots voor de vragen komen al precies wat je zeggen moet. We zijn sinds 1995 drie experimenten verder en met Hail To The Thief lijkt Radiohead ook toe te geven dat de weg muzikaal gezien nu wel heel rap dood begon te lopen. We treffen zowaar weer liedjes aan die in het patroon van The Bends zouden passen, en ook de swing lijkt soms helemaal terug. Natuurlijk staan er ook weer knutselwerkjes op waar Anthony Philips, de meest oorspronkelijk gebleven Genesis man uit de jaren zeventig, zich niet voor zou hoeven schamen, maar goddank is het toch enkele malen de lyriek van de melodie en de tekstuele kracht van Yorke waardoor een lied op sleeptouw wordt genomen. Sommige nummers klinken zowaar zelfs luchtig. Dat er nog altijd hopeloos met elektronica geknoeid wordt viel te verwachten, maar dat de groep op dat vlak het vermaledijde OK Computer nooit overtroffen heeft zegt ook weer genoeg. Radiohead is op Hail To The Thief weer een dubbeltje op zijn kant, maar gezien de vorige twee albums is dat een hele vooruitgang.

De boogschutter kan niet missen

Jacques Hamelink mag dan misschien voor sommigen klinken als een naam uit een ver verleden, hij is een van de vitaalste en interessantste dichters van deze tijd, die gemiddeld om het jaar verrast met een nieuwe, volle, eigenzinnige en zeer veeleisende poëziebundel. Ik zelf ontdekte hem pas in 1997, toen hij al een imposant oeuvre op zijn naam had staan. In dat jaar verscheen zijn romandikke gedichtenbundel Zeegezang inclusief Gesternten van Frederik de Zeeman, een poëzieboek dat zich niet alleen in omvang onderscheidt van de bundels die het omringen in de kast. In meer dan honderd duizelingwekkend goedgevulde gedichten wordt het verhaal verteld van Frederik de Zeeman, alle zeemannen en de zee. Het is een bundel met de encyclopedische ambitie van alomvattendheid, die de zeegschiedenis van alle wereldzeeën in kaart wil brengen. Twee jaar later verscheen het even volle en opvallende Liedboek der oorlogen en feesten van al-Haqq. Waar Zeegezang het boek van de zee is, is het Liedboek de bundel van de woestijn. In ruim dertig cycli van drie samenhangende sonnetvormige gedichten tracht het de volledige Semitische geschiedenis te omvatten. In 2001 volgde Zilverzonnige en onneembare maan, dat werd genomineerd voor de VSB-Poëzieprijs van 2002. Anders dan in de vorige twee bundels lijkt er geen sprake van een dominant thema. Maar evenals in het Liedboek is er gekozen voor één vaste vorm voor alle gedichten in de bundel: achtregelige gedichten die bestaan uit vier disticha. In zijn onlangs verschenen bundel Kinksteen van Ch'in heeft Hamelink gekozen voor deze zelfde vaste vorm. Evenals in het Liedboek zijn deze achtregelige gedichten gerangschikt in groepen van drie. En evenals in Zeegezang en het Liedboek is er één centraal thema voor de gehele bundel dat met encyclopedische ambitie wordt behandeld: China, het Rijk van het Midden, het Hemelse Rijk.