Leiding van New York Times trekt conclusies

De hoofdredacteur en de managing editor van The New York Times hebben hun ontslag ingediend, ruim een maand nadat aan het licht kwam dat een jonge verslaggever alleen al in het laatste half jaar 36 geruchtmakende reportages grotendeels uit zijn duim had gezogen.

Howell Raines (60) leidde de meest gezaghebbende krant van de Verenigde Staten sinds september 2001. Hij aanvaardde het ambt enkele dagen voor de Al-Qaeda-aanslagen op het World Trade Center. Onder zijn aanvoering en die van zijn tweede man Gerald Boyd behaalde de Times ongekende successen bij het verslaan van de ramp en wat er op volgde. Dat leverde de krant een recordoogst aan Pulitzer-prijzen op.

Nadat verslaggever Jayson Blair 1 mei ontslag had moeten nemen, publiceerde de Times echter een verslag van 14.000 woorden van wat wordt wat omschreven als ,,een dieptepunt in de 152-jarige geschiedenis van de krant''. Arthur Sulzberger, directeur van het New Yorkse krantenbedrijf bedrijf waar zijn familie al 107 jaar een meerderheidsbelang in heeft, wilde toen niet weten van schuld bij de hoofdredactie.

Gisteren verklaarde Sulzberger dat Raines en Boyd tot de conclusie waren gekomen dat het ,,gezien de gebeurtenissen van vorige maand'' in het belang van de krant was dat zij vertrokken. De uitgever verzette zich daar niet langer tegen en stelde Raines' voorganger als hoofdredacteur, Joseph Lelyveld (66), aan als tijdelijk waarnemer.

Raines verliet na een korte verklaring op de redactiezaal het krantengebouw aan Times Square. Hij zou zich aan kunsten en letteren gaan wijden. Het vertrek van managing editor Gerald Boyd (52) was even dramatisch. Hij was de hoogste Afrikaanse Amerikaan bij The New York Times en had bij een gunstiger verloop van de dingen de eerste zwarte hoofdredacteur kunnen worden.

Uit de diepgaande reconstructie van de frauderamp met Jayson Blair in de eigen krant bleek al dat de hoofdredactie herhaalde signalen van chefs op de redactie niet ter harte had genomen. De chef-stad had het meest concreet gewaarschuwd dat Blair een gevaar voor de krant was wegens herhaalde grove onnauwkeurigheden. In plaats daarvan kreeg Blair (27) steeds belangrijker werk op nationaal niveau, waaronder de geruchtmakende zaak van de scherpschutter die vorig najaar Washington DC en omgeving terroriseerde.

Hoewel Raines en Boyd het eerst ontkenden bleef het vermoeden leven dat Blair zo weinig kritiek en zo veel kansen op jonge leeftijd had gekregen omdat de leiding van de Times zo graag wilde dat hij als een van de niet zo talrijke zwarten op de redactie zou slagen. Raines heeft dat later tijdens de crisis van de afgelopen weken toegegeven. Blair betuigde gisteren voor het eerst zijn spijt in een gesprek met de New Yorkse krant Newsday. Eerder leek hij in interviews `net goed' naar de grote en machtige krant te zeggen.

De pijnlijke episode-Blair zou misschien niet tot het aftreden van de hoofdredacteur en de door hem persoonlijk aangestelde nummer twee hebben geleid als het leidende duo het vertrouwen van grote delen van de redactie had gehad. Maar dat bleek da afgelopen weken niet het geval te zijn. Enkele dagen na de opzienbarende onthullingen in de eigen krant stond Raines voor een redactievergadering en zei (na talloze gesprekken met redacteuren): ,,Het spijt me dat jullie me niet vertrouwen. Ik hoop dat terug te kunnen winnen.''

Daar bleek het te laat voor te zijn. Raines stond bekend als een hoofdredacteur die de krant relevant wilde houden door meer achter nieuws aan te laten jagen. Hij promoveerde jonge redacteuren ten koste van meer ervaren verslaggevers, die hem vervolgens een `sterren-systeem' verweten. In de afgelopen weken kwam daar ook nog eens het ontslag van de Times-correspondent in het zuiden, Rick Bragg, bij. Hij beweerde dat hij, net als veel andere Times-verslaggevers, werk van anonieme helpers gebruiken, nauwelijks van hun plaats komen en zelf de eer opeisen. Anderen ontkennen dat heftig.

Uitgever Sulzberger beloofde gisteren met spoed een nieuwe hoofdredacteur te zullen zoeken, binnen of buiten de krant. Volgens de meeste commentaren gisteravond heeft het gezag van het instituut The Times wel te lijden gehad, maar niet fataal. Een beetje meer nederigheid zou de krant niet misstaan, aldus professor Loren Gighlione, decaan van de goed aangeschreven Medill School of Journalism van Northwestern University. In The Christian Science Monitor van vandaag zegt hij: ,,Het ziet er naar uit dat de aanmatigende houding van de Times zich in dit geval tegen de krant heeft gericht. [] Wij moeten in dit vak nooit veronderstellen dat wij de waarheid in pacht hebben.''