EU versoepelt verhuisrecht

Iemand van buiten de Europese Unie die langer dan vijf jaar in een EU-land als Nederland woont, hoeft binnenkort geen hemel en aarde meer te bewegen als hij naar een andere lidstaat wil verhuizen. In principe krijgt hij daar ook recht op werk, onderwijs en gezondheidszorg. Dat hebben de EU-ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken gisteren in Luxemburg besloten.

Tot nu toe hadden de zogenaamde `langdurig ingezetenen' soms de grootste moeite als ze van de ene EU-lidstaat naar de andere wilden verhuizen. Elk land heeft zijn eigen regels en wetten, en die sluiten slecht op elkaar aan. Wie in een ander EU-land wil gaan werken, kan in beide landen stuiten op een wirwar van bureaucratische regels, of een simpel `nee'. De grootste groep langdurig ingezetenen wordt gevormd door mensen die via familiehereniging in de EU terecht zijn gekomen. Studenten en asielzoekers zijn geen langdurig ingezetenen, maar zakenlieden bij voorbeeld wel.

De EU-richtlijn die gisteren is goedgekeurd, bepaalt nu dat zij allemaal een permanente verblijfsvergunning kunnen aanvragen in de lidstaat waar ze vijf jaar of langer wonen. Ze moeten wel in hun eigen onderhoud kunnen voorzien, een ziektekostenverzekering hebben en een integratiecursus volgen. In Nederland bestaat al zo'n regeling, maar in veel andere landen niet. De verblijfsvergunning geeft hun het recht om, na een betrekkelijk eenvoudige standaardprocedure, naar een ander EU-land te gaan. Zowel in hun `oude' als in het `nieuwe' land hebben langdurig ingezetenen vrijwel dezelfde rechten als EU-burgers.

De vijftien EU-lidstaten hebben lang onderhandeld over de richtlijn. Vooral over `details' als het automatische recht op werk en de vraag welke familieleden dezelfde status en rechten mogen genieten als de aanvrager, hebben de ministers maandenlang gediscussieerd. Het resultaat is een compromis geworden. Zo sleepte Duitsland er een bepaling uit dat langdurig ingezetenen geen recht op werk krijgen als dit de arbeidsmarkt verstoort. Oostenrijk en Italië, die quota hebben voor arbeid, mogen die quota handhaven. En landen die ethisch aan de behoudende kant zijn, kunnen ongetrouwde partners de permanente status weigeren. Maar landen als Nederland vroegen, en kregen, het recht om hun die status wel te geven.