Het nieuws van 6 juni 2003

De boogschutter kan niet missen

Jacques Hamelink mag dan misschien voor sommigen klinken als een naam uit een ver verleden, hij is een van de vitaalste en interessantste dichters van deze tijd, die gemiddeld om het jaar verrast met een nieuwe, volle, eigenzinnige en zeer veeleisende poëziebundel. Ik zelf ontdekte hem pas in 1997, toen hij al een imposant oeuvre op zijn naam had staan. In dat jaar verscheen zijn romandikke gedichtenbundel Zeegezang inclusief Gesternten van Frederik de Zeeman, een poëzieboek dat zich niet alleen in omvang onderscheidt van de bundels die het omringen in de kast. In meer dan honderd duizelingwekkend goedgevulde gedichten wordt het verhaal verteld van Frederik de Zeeman, alle zeemannen en de zee. Het is een bundel met de encyclopedische ambitie van alomvattendheid, die de zeegschiedenis van alle wereldzeeën in kaart wil brengen. Twee jaar later verscheen het even volle en opvallende Liedboek der oorlogen en feesten van al-Haqq. Waar Zeegezang het boek van de zee is, is het Liedboek de bundel van de woestijn. In ruim dertig cycli van drie samenhangende sonnetvormige gedichten tracht het de volledige Semitische geschiedenis te omvatten. In 2001 volgde Zilverzonnige en onneembare maan, dat werd genomineerd voor de VSB-Poëzieprijs van 2002. Anders dan in de vorige twee bundels lijkt er geen sprake van een dominant thema. Maar evenals in het Liedboek is er gekozen voor één vaste vorm voor alle gedichten in de bundel: achtregelige gedichten die bestaan uit vier disticha. In zijn onlangs verschenen bundel Kinksteen van Ch'in heeft Hamelink gekozen voor deze zelfde vaste vorm. Evenals in het Liedboek zijn deze achtregelige gedichten gerangschikt in groepen van drie. En evenals in Zeegezang en het Liedboek is er één centraal thema voor de gehele bundel dat met encyclopedische ambitie wordt behandeld: China, het Rijk van het Midden, het Hemelse Rijk.

Vleermuisklassieker

Regisseur Charles Albert Browning, oftewel Tod Browning (1880-1962) was de archetypische selfmade American. Als achttienjarige knul ging hij letterlijk met 't circus mee, om vervolgens via de wondere wereld van vaudeville en reizend burlesktheater als acteur in het jonge Hollywood te belanden. Daar assisteerde hij onder meer D.W. Griffith bij Intolerance (1916) en acteerde er ook in. Iemand als Browning, die in de Genesis-dagen van de cinematografie door louter praktijkervaring van niets iets maakte, moest in het Californische filmdorp wel zijn sporen achterlaten. En aldus geschiedde: na jaren van samenwerking met de legendarische `Man of a thousand faces', acteur-kameleon Lon Chaney (met wie hij meerdere zwijgende films maakte), draaide mystery- en melodramaliefhebber Browning de film over de figuur die in het horrorgenre nog regelmatig zijn vleugels uitslaat: Dracula. Door de dood van Chaney (aanvankelijk voorzien als de zonlichtschuwe nekbijter uit Transsylvanië) ging de titelrol naar acteur Béla Ferenc Desko Blasko, alias Bela Lugosi, wiens ietwat experimentele dictie is terug te voeren op zijn Oostenrijks-Hongaarse antecedenten. Nog altijd overvleugelt de macabere MGM-vleermuisklassieker naar Bram Stokers roman moeiteloos de door fantasiedodende speciale effecten vaak tandeloze moderne horrorfilm. De prachtige fotografie komt dan ook voor rekening van de in Bohemen geboren Karl Freund. Freund stond achter de camera bij onder meer Metropolis en Der Golem, wie er in die Welt kam en regisseerde in 1932 zelf The mummy, met Boris Karloff in antieke Egyptische zwachtels.

Voorkeur Beeldende Kunst

Fotofestival Naarden

Groot en gevarieerd is het aanbod op de achtste editie van het tweejaarlijkse Fotofestival Naarden: hedendaagse fotografie uit Australië, Nederlandse tijdschriftenfotografie, commerciële fotografie, een kleine maar liefdevolle reeks foto's over de stoep als vijfde wand van de woning, mooi mislukte amateurfoto's ingezonden door Margriet-, Viva- en Panoramalezers. Het is een losse greep uit het aanbod van 30 exposities op 19 locaties. De keerzijde is onvermijdelijk een indruk van willekeur, een verschijnsel dat ieder (foto)festival enigszins eigen is. Waar het om gaat is telkens weer de balans te vinden tussen hoeveelheid en samenhang. Op de hoofdexpositie in de Grote Kerk met als thema Grenzenloos hangen o.a. de loepzuivere foto's die de Engelsman Simon Norfolk recent maakte in Afghanistan. Zijn twaalf kleurenfoto's, formaat ruim een meter bij een meter, vormen een typologie van het Landschap Na De Oorlog. Zo zuinig mogelijk probeerde hij de essentie van zijn onderwerp te vangen. Hij toont het achtergebleven oorlogstuig in de vorm van een verloren rupsband van een tank, de hoeveelheid in de vorm van een onafzienbare berg granaathulzen, de reikwijdte in de vorm van het geruïneerde historische monument, de naoorlogse hoop van een ballonnenverkoper. Norfolks bijdrage is een van de hoogtepunten. De andere wordt geleverd door de Duitser André Lützen die een wervelende reeks foto's maakte van jonge zwarte Franse rappers met afwisselend in kleur en zwart-wit portretten, straatbeelden en stilleventjes in kamers en verloren hoeken.

Fotofestival Naarden t/m 22 juni op diverse locaties in de Naarden Vesting. Ma t/m vr 11-17u, za 11-18u, zo 12-18u.