Een mooie dag

Hoe red je als kanovaarder een vlieg die hulpeloos op het water drijft? Beginnende vliegenredders doen het met de hand. De redding met de peddel is meer voor geoefenden.

Er heeft al heel lang niemand meer op mijn hoofd gespuugd als ik onder dat bruggetje door vaar. Ook is het lang geleden dat jongens vanaf de kant steentjes naar mijn kop keilen. (,,Wie hem het eerste midden op zijn kop raakt heeft gewonnen.'') Nee, vandaag is er niets om ontevreden over te zijn. We gaan op deze mooie dag gezellig uit varen met de kano. Op het spuugbruggetje staat een groepje Japanse toeristen dat me op de foto zet. Als ik vriendelijk omhoog grijns blijven hun gezichten uitgestreken. De Japanners grijnzen niet terug. Misschien is het beeld dat ik verschaf bij nader inzien toch wat mager. (,,Dit is het Venetië van het noorden, transport over water is gemakkelijk en goedkoop. Deze inheemse visserman is op weg naar zijn werk.'') Nee?

Ik verlaat het pittoreske stadje waar ik woon en koers welgemutst de natuur in van weilanden en water. Dit moet wel een mooie dag worden.

Ik was er eerst voorbij gevaren in mijn kano. Je kan niet stoppen voor elk beestje dat in het water ligt. Daar is geen beginnen aan.

Deze lag op zijn rug in het warme water. Een grote dikke hommel. Zij lag heel rustig. Kon ook niet anders, want zij lag ondersteboven vastgeplakt aan het water. Verrast door een vlaagje wind? Te veel stuifmeel aan haar poten? Wie zal het zeggen? Het was ook niet belangrijk meer. Stil lag zij ondersteboven. Wachtend op een wonder, wat moet je anders? Vleugels vastgeplakt aan het water. Ik nam haar kletsnat aan boord. Op je rug verdrinken is niet fraai. Ze kroop als dronken in de rondte over mijn been. Ik voer verder met een natte hommel op mijn broek. Dat was stom. Pas kilometers verderop bedacht ik dat de drenkeling het hele end zou moeten terugvliegen. En ze was nog niet eens droog.

De hommel kreeg gezelschap van een vlieg. Want een hommel wel redden en een vlieg niet, dat stuit mij tegen de borst. Er was nog plaats op mijn andere been. Het redden van een vlieg is knap lastig. Doe je dat met het blad van je peddel dan drijft de vlieg er met het afstromende water weer vanaf. Dus beginnende vliegenredders: doe het met je hand. De redding met de peddel is meer voor geoefenden.

Is het dankbaar werk? Ik weet het niet. Drenkelingen munten niet uit door spraakzaamheid. Dit in tegenstelling tot bestuurders van passerende motorjachten. Op veel medewerking van die kant hoef je niet te rekenen. Als jij dwars op de poldervaart bezig bent met je mensverheffende werk beginnen ze te roepen. Want je ligt wel mooi in de weg van mensen die een hekel hebben aan stilstand.

Daar komt bij dat redders hun goede werk liever niet aan de grote klok hangen. Je roept dus niet dat je bezig bent om een vlieg te redden van de verdrinkingsdood. Nee, je doet net alsof je die motorboot helemaal niet in de gaten hebt.

Dus roept de kapitein: ,,He man, als je wil kanoën moet je wel peddelen!!'' Daar zit iets in. En hij is groter dan ik. Hij bezit een grote hagelwitte motorkruiser van 12 meter en ik ben maar een oude lelijke plastic kano.

Wilde ik nog roepen: ,,Nog eerder zal een kameel door het oog van de naald kruipen dan dat een rijk man in de hemel komt!!'' Je doet het niet. Waarom verhoudingen op de spits drijven?

De vlieg is immers binnenboord? Het werk is gedaan.

Daarom keer ik mijn kano om de hommel naar huis te brengen. Op zo'n prachtige dag doe je zulke dingen. Ik heb meer beesten aan boord. Voor de zwarte spin aan boord is mijn kano een woonboot. Hij is vaste bewoner.

Maar de mier die marathons loopt over dek is een verstekeling. Zo gedraagt hij zich ook. Hij geniet niet. Dat zie je aan hem. Hij wil eraf. Ik kan geen ijzer met handen breken. Hoeveel begrip ik ook heb voor zijn situatie. Hij zal geduldig moeten wachten tot we weer aanmeren op ons vaste plekje. Dan kan hij aan zijn koningin uitleggen waarom er vanavond geen brood op tafel is.