Gemeente zit met parkeerwacht in zijn maag

Nu het ene na het andere stadsdeel kiest voor een commerciële parkeerwacht, zit de gemeente met overtollige ambtenaren. `Bieden we mee op Leiden?'

,,Stadsdeel Oud-Zuid hoeft niet meer bij ons aan te komen als er een parkeermeter kapot is. Dat doen we nou ook niet meer.'' Wethouder Hester Maij (CDA) van Amsterdam klinkt rancuneus. Na een Europese aanbesteding heeft het stadsdeel vorige week besloten het parkeerbeheer niet aan de gemeentelijke dienst Stadstoezicht te gunnen, maar aan het bedrijf Parkeer Combinatie Holland (PCH).

Voor Stadstoezicht is het de zoveelste klap. De afgelopen jaren kwam de gemeentelijke dienst diverse malen in opspraak door omvangrijke fraudes met parkeermeters en vergunningen. Onlangs kwam een onverwacht financieel tekort van 3 miljoen euro over 2003 aan het licht. En nu verliezen de parkeerbeheerders van de gemeente in één keer 20 procent van hun werkterrein. In een recente nota van Maij onder de titel Strategische Herpositionering Stadstoezicht staat dat de dienst niet beschikt ,,over reserves of voorzieningen om het verlies van een van de opdrachtgevers op te vangen''.

Hoe moet dat nu verder? Want Oud-Zuid is niet het enige stadsdeel dat bij Stadstoezicht wegloopt. De kleine parkeerwijken Baarsjes en Bos en Lommer hadden al eerder gekozen voor PCH. En dit jaar lopen ook de contracten af van de stadsdelen Centrum, Oud-West en Zuideramstel. Ook al zeggen de stadsdelen tevreden te zijn met Stadstoezicht, Zuideramstel denkt na over de optie het beheer aan te besteden.

Volgens Eric Stuijfzand, directeur van Parkeer Groep Nederland (PGN), groeit in Nederland de markt voor commercieel parkeerbeheer. Zijn bedrijf heeft naast de opdracht voor Oud-Zuid gevist, maar Stuijfzand is wel blij met de ontwikkeling: ,,Wij hebben de hoop dat de opdracht in Oud-Zuid zal leiden tot belangstelling bij andere stadsdelen of gemeenten.'' Volgens hem wordt er in 160 Nederlandse gemeenten betaald geparkeerd. Zo'n 25 gemeenten hebben dat geheel of gedeeltelijk uitbesteed aan een particulier bedrijf. PGN heeft met 17 stuks de meeste gemeenten, concurrent PCH heeft door de activiteiten in Amsterdam de meeste parkeerplaatsen onder zijn hoede.

Amsterdam zit echter in een lastig parket. Kleinere gemeenten kiezen er gewoon voor om hun parkeerbeheer uit te besteden. Vervolgens neemt de commerciële partij die de opdracht krijgt het parkeerbeheer van de gemeente inclusief ambtenaren over. Maar in de hoofdstad is het parkeerbeleid gedecentraliseerd met het ontstaan van de stadsdelen in 1996. Als de stadsdelen, zoals nu gebeurt, kiezen voor een andere parkeerbeheerder, blijft de centrale gemeente zitten met een omvangrijke dienst zonder werk. Een ,,weeffout'', concludeert wethouder Maij. De concurrentie is oneerlijk omdat een gemeentelijke dienst anders dan een commercieel bedrijf in de openbaarheid moet opereren, de gemeenteraad van gegevens moet voorzien. En juridische stappen tegen de stadsdelen zijn onmogelijk binnen dezelfde juridische entiteit, zegt ze. ,,Ik speel een bokswedstrijd met mijn handen op mijn rug, en moet nog winnen ook.'' Maij kan de stadsdelen alleen oproepen om te handelen in het belang van alle Amsterdammers: ,,Als iedereen zijn eigen aanbesteding gaat doen, betaal je in het ene stadsdeel met kraskaarten, in het andere met contant geld, en in het volgende met een chipknip. Dan wil ik wel eens zien wat er gebeurt. Je zal toch een soort eenheid moeten hebben, wil je geen ruzie krijgen met alle Amsterdammers.''

Voorlopig is Oud-Zuid doof gebleven voor dergelijke oproepen. Het stadsdeel heeft al vorig jaar ,,om politieke redenen'' besloten de opdracht officieel aan te besteden, aldus een woordvoerder: ,,We wilden geen gedwongen winkelnering.'' Een aanbestedingsprocedure zou objectiever kunnen vaststellen wie de beste parkeerbeheerder is. Stadstoezicht kwam wel de afspraken na, maar er waren ,,klachten over de klantvriendelijkheid en de bereikbaarheid'' van de dienst. Het moest goedkoper kunnen dan de 10,5 miljoen euro die Stadstoezicht jaarlijks rekende. Iedereen kon dat, maar PCH kon dat het best, concludeerde het stadsdeel. Ook al had Stadstoezicht volgens wethouder Maij een ,,ongelooflijk goed bod''.

Onmiddellijk financieel gevolg ondervindt de gemeente niet van de actie van Oud-Zuid. Afspraken over de afdracht van de stadsdelen van zo'n 16 procent van de parkeerinkomsten naar de centrale stad blijven gehandhaafd. In 2002 ontving Amsterdam 89,6 miljoen euro aan parkeergeld. Maar de stad moet straks wel 100 tot 125 ambtenaren ontslaan die geen werk meer hebben. En als er meer stadsdelen afhaken, nog meer. Of Amsterdam moet een list verzinnen.

,,De strijdbijl is opgegraven'', zegt Maij. Voor de wethouder is het afhaken van Oud-Zuid extra reden om Stadstoezicht op de schop te nemen. De dienst moet ,,meer marktconform'' werken. Stadstoezicht is een verzamelbak van activiteiten die in 1996 door een fusie werden bijeengebracht: parkeerbeheerders, stadswachten en de reinigingspolitie. Het idee was dat die activiteiten elkaar zouden kunnen versterken, dat er ,,synergievoordelen'' te halen waren. Dat is mislukt, zo valt in de notitie te lezen. Slechts één stadsdeel werkt met gecombineerde parkeerbeheerders en stadswachten. Volgens Maij drukken de `Melkertbanen' van de stadswacht (360 van de 1.170 werknemers) met zijn werkgelegenheidsdoelstelling op het commerciële bedrijf, waardoor Stadstoezicht minder goed kan concurreren. ,,We moeten die vervlechting weer ontvlechten.''

En daarna? In het stadhuis wordt nagedacht over verzelfstandiging of zelfs privatisering van Stadstoezicht. Gaat de Amsterdamse dienst straks met Haagse parkeerbeheerders concurreren om het parkeerbeheer in, laten we zeggen, Leiden?

,,Niets is ondenkbaar'', zegt Maij: ,,Als je op je eigen markt in je staart gebeten wordt, moet je een gebit hebben om in andere staarten te bijten.'' Maar wat heeft de Amsterdammer daar aan? ,,Dat weet ik ook niet, daarom denken we er nog over na.''