Brits-Duitse deal treft uitzendwereld

Europarlementariër Ida van den Burg (PvdA) voorzag maanden geleden al een Brits-Duitse `deal' om de Europese richtlijn over uitzendarbeid om zeep te helpen. Londen zou Berlijn van dienst zijn door plannen van Eurocommissaris Bolkestein (Interne Markt) om vijandige overnames te vergemakkelijken tegen te houden. Duitsland zou dan in ruil tegen de uitzend-richtlijn stemmen. De vrees van Van den Burg werd gisteren waarheid.

Groot-Brittannië, Duitsland, Ierland en Denemarken blokkeerden een voorstel om uitzendwerkers dezelfde arbeidsvoorwaarden te geven als reguliere werknemers. De EU-richtlijn moest ook lidstaten dwingen meer sectoren voor uitzendarbeid open te stellen. Eurocommissaris Diamantopoulou (Sociale Zaken) toonde zich ,,teleurgesteld''. Diamantopoulou: ,,De top van Lissabon [in 2000] riep op tot een balans tussen flexibiliteit en zekerheid op de arbeidsmarkt. Er is geen reden waarom de lidstaten vandaag geen politiek akkoord hebben bereikt.'' Groot-Brittannië heeft zich steeds het felst verzet tegen gelijke arbeidsvoorwaarden voor uitzendwerkers en reguliere werknemers, omdat hierdoor vele arbeidsplaatsen verloren zouden gaan. De Britten zijn altijd al huiverig voor Europese harmonisatie op sociaal gebied. Volgens het voorstel van Diamantopoulou zouden uitzendwerkers na zes weken dezelfde arbeidsvoorwaarden krijgen als vaste werknemers in het bedrijf waaraan ze zijn uitgeleend. Groot-Brittannië en de drie andere lidstaten eisten een periode van minimaal zes maanden. De Nederlandse minister De Geus is fel tegen zo'n periode. De Europese regels zouden dan soepeler worden dan de Nederlandse, waardoor de druk op Nederland zou toenemen zich te conformeren. In Nederland is de rechtspositie van uitzendwerkers geregeld in de `flexwet' van 1999.

Het Europees Parlement wil dat uitzendwerkers onmiddellijk gelijke arbeidsvoorwaarden krijgen. Wel zouden uitzendbureaus de mogelijkheid krijgen via eigen CAO's afwijkende voorwaarden af te spreken, terwijl aan Groot-Brittannië een lange overgangsperiode werd geboden. In Duitsland kwam onlangs een regeling tot stand over gelijke behandeling van uitzendwerkers en reguliere werknemers. Volgens Van den Burg had Duitsland dan ook ,,geen reden'' om de richtlijn te blokkeren. Bij de Commissie bestaat de hoop dat Groot-Brittannië later alsnog overstag gaat. Volgens een bron was de timing voor Londen politiek slecht, omdat de Britse regering zich deze maand moet uitspreken over deelname aan de euro. Ook heeft de richtlijn niet de negatieve gevolgen die werkgeversorganisaties suggereren omdat in Britse dienstensectoren vaak geen cao's gelden en dus met het minimumloon kan worden volstaan.

De Europese organisatie van uitzendbureaus IETT heeft zwaar gelobbyd tegen het onderdeel van de EU-richtlijn dat gaat over gelijke arbeidsvoorwaarden. Wel steunde zij het deel dat is gericht op deregulering van de uitzendmarkt. In sommige lidstaten is uitzendarbeid in bepaalde sectoren verboden. Zo mogen in Italië en Spanje geen uitzendwerkers bij de overheid werken. Of er gelden zeer stringente voorwaarden, zoals de bepaling dat uitzendarbeid alleen bij piekarbeid is toegelaten. Het Nederlandse Randstad en het Britse Manpower hadden de EU-ministers gisteren in een verklaring opgeroepen tot deregulering. Dat zou volgens de vice-president van Randstad, F. van Haasteren, meer banen en voor zijn bedrijf een grotere markt opleveren. Tachtig procent van de uitzendwerkers in de EU werkt in Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Nederland. Het totale aandeel in de Europese werkgelegenheid blijft met 1,4 procent nog bescheiden.