Het nieuws van 2 juni 2003

Sean Penn schrijft anti-oorlogsbrief in New York Times

Acteur Sean Penn heeft in een open brief in de New York Times van afgelopen vrijdag felle kritiek geuit op de oorlog in Irak. Penns essay had de vorm van een paginagrote advertentie in het eerste katern van de krant, die hem ongeveer 135.000 dollar gekost moet hebben. Penn beschreef Saddam Hussein als een ,,beest onder mensen'', en zei dat hij uit een gevoel van vaderlandsliefde het werkelijke doel voor de VS om Hussein af te zetten waagde te ondervragen. De Amerikaanse beweringen over angst voor Iraakse massavernietigingswapens zijn gelogen, aldus Penn, en het is onduidelijk of de Iraakse bevolking zal profiteren van het nieuwe regime en de wederopbouw. Volgens Penn komen de veranderingen vooral Amerikaanse bedrijven ten goede. ,,We zien Bechtel, Halliburton, Bush, Cheney, Rumsfeld'', aldus Penn. ,,We zien dode Irakese burgers, chaos in de straten van Bagdad en het verdwijnen van een moordzuchtige dictator. Maar geen massavernietigingswapens.'' Penn schreef in oktober 2002 al een open brief aan president Bush in The Washington Post, waarin hij zijn anti-oorlogsvisie ontvouwde. Eind 2002 maakte de acteur een reis naar Bagdad. Sinds zijn eerste brief werd hij getroffen door een ,,vloedgolf van foutieve berichten in de media en zelfs beschuldigingen van verraad'', aldus Penn in de New York Times. Hij is ook in een rechtszaak verwikkeld tegen filmproducent Steve Bing die hem, aldus Penn, wegens zijn politieke stellingname een hoofdrol in een nieuw filmproject ontzegde. Penn eist tien miljoen dollar schadevergoeding van Bing. De rechter moet nog uitspraak doen.