WAAR HEB IK DAT EERDER GELEZEN

Voor studenten die in tijdnood zitten en een werkstuk moeten maken, is het verleidelijk teksten van internet over te nemen. Plagiaat op scholen en universiteiten is echter steeds beter te bestrijden.

Het gemak waarmee tegenwoordig allerlei gegevens van internet kunnen worden gekopieerd, speelt de onderwijswereld wereldwijd parten. Hoewel concrete cijfers ontbreken, beamen vrijwel alle scholen en universiteiten dat `gerommel' met teksten voorkomt.

Uit onderzoek van de afdeling beleidswetenschappen van de Katholieke Universiteit Nijmegen blijkt dat zeker de helft van de studenten wel eens stukken tekst zonder bronvermelding overneemt. ``Je hebt bewuste en onbewuste fraudeurs'', zegt woordvoerder Cees van Keulen van de Technische Universiteit Eindhoven. ``Bewuste fraudeurs schrijven willens en wetens stukken over zonder dit te melden. Onbewuste fraudeurs vermelden aan het eind van een verslag welke bronnen zijn geraadpleegd, maar in de tekst is vervolgens niet terug te vinden welke citaten waar vandaan komen; een manier van werken die hier niet is toegestaan.''

De faculteit Technologie & Management van de Technische Universiteit Eindhoven en de Universiteit van Tilburg hebben inmiddels folders laten maken waarin staat beschreven wat bronvermelding precies inhoudt en dat plagiaat verboden is. Anderen pleiten voor hardere maatregelen. Vorig jaar leidde een incident met plagiaat nog tot grote consternatie bij de faculteit Letteren van de Universiteit van Groningen. Twee Amerikaanse studenten bleken een website over de eerste Nederlandse kolonisten in de VS in zijn geheel te hebben overgenomen. De uitwisselingsstudenten moesten op een hoorzitting verschijnen, waarna de universiteit pleitte voor een gedragscode in combinatie met hardere straffen. Op dit moment kunnen studenten maximaal voor een jaar worden uitgesloten van tentamens.

Wel worden in toenemende mate allerlei technieken ingezet om plagiaat te bestrijden. Steeds meer universiteiten en onderwijsinstellingen doen bijvoorbeeld een beroep op internet-diensten waar werkstukken op authenticiteit kunnen worden beoordeeld.

Van de diensten van het Californische bedrijf Turnitin.com, de grootste op dit gebied, maken inmiddels ruim 20.000 onderwijsinstellingen gebruik. In zeker dertig procent van de bij Turnitin.com aangeboden werkstukken wordt plagiaat aangetroffen.

Turnitin.com oprichter John Barrie studeerde in de jaren negentig aan de Universiteit van Berkeley toen hij op het idee kwam om werkstukken online te zetten zodat anderen daar commentaar op konden geven. Maar al gauw kreeg Barrie van verschillende studenten te horen dat er veel van internet werd gekopieerd. ``Sommige studenten waren er nog trots op ook'', zegt Barrie in zijn kantoor in Oakland. Een jaar of drie geleden besloot Barrie dan ook een bedrijf op te richten dat werkstukken van studenten op plagiaat zou kunnen beoordelen. Dat gebeurt aan de hand van een database die 40 miljoen webpagina's per dag indexeert. Ook worden teksten uit boeken en tijdschriften ingelezen.

Het grote verschil met normale zoekmachines op internet is dat van ieder tekstfragment een digitale vingerafdruk wordt gemaakt, een cijfermatige weergave van de tekst. Hetzelfde gebeurt met de werkstukken die worden ingeleverd. De methode is taalonafhankelijk. Corresponderende fragmenten worden binnen vijftien seconden gevonden. Leraren krijgen binnen 24 uur een rapport, waarin de gekopieerde fragmenten met bronverwijzing zijn aangegeven.

Turnitin.com raadt scholen en universiteiten aan studenten die zich aan plagiaat schuldig hebben gemaakt niet meteen te straffen. Wel zal de student het werkstuk moeten overmaken. ``Een computer kan niet voor rechter spelen'', zegt Barrie. ``Je kunt niet uitsluiten dat er vergissingen worden gemaakt. Een student kan ook fragmenten hebben gebruikt uit een ouder werkstuk van eigen hand. Daarom moet de docent de tekst altijd eerst met studenten bespreken.''

Barrie geeft toe dat niet alle plagiaat kan worden opgemerkt. Een student kan nog steeds tekstfragmenten uit Franse of Duitse bronnen selecteren en die (ook weer via internet) in het Engels laten vertalen. Het veranderen van een aantal woorden in de tekst helpt echter niet, zo verzekert Barrie. ``Als je niet gepakt wilt worden, zou je elk tweede woord in de tekst moeten veranderen, maar dat is zoveel werk dat je het beter maar zelf kunt schrijven.''

Turnitin.com is sinds kort ook bezig met het indexeren van teksten uit wetenschappelijke tijdschriften zoals Science en Nature om wetenschappelijke fraude te kunnen bestrijden, al is het nog onduidelijk wanneer deze dienst zal worden aangeboden. Turnitin.com moet uitbreiden omdat de concurrentie heviger is geworden. In Nederland oriënteren verschillende scholen en universiteiten zich op de technieken. De Amerikaanse School in Wassenaar maakt al enige tijd gebruik van de diensten van Turnitin.com en in Zeeland heeft docent Ab Louws van Zwin College een proefabonnement genomen. ``We zien het vooral als een preventieve maatregel'', zegt hij. ``Als scholieren weten dat hun werk op plagiaat worden gecontroleerd, zullen ze minder snel geneigd zijn tekstfragmenten over te nemen.''

Mark Arts, project manager ICT van de Economische Faculteit van de Universiteit van Maastricht, heeft inmiddels een groot aantal van dergelijke diensten getest, waaronder Turnitin.com, EVE2, Wcopyfind, Edutie en Plagiserve. ``Plagiaat is bij ons nog geen groot probleem. Maar omdat studenten hun teksten in het Engels aanleveren, gebeurt het nogal eens dat ze goedlopende Engelse zinnen van internet overnemen. Met het blote oog kun je dat vaak al constateren, alleen is het erg veel werk om de bron er bij te zoeken.''

Sommige universiteiten beperken zich niet tot controle van internet-plagiaat. Bij de opleiding Technische Informatica van de Technische Universiteit Eindhoven ontwikkelde Tom Verhoeff het computersysteem PEACH (Programming Education And Contest Hosting) voor het `nakijken' van programmeeropdrachten die studenten ingeleverd hebben. ``Wij kijken of studenten programmeercode van andere studenten hebben overgenomen. Dat komt toch vaker voor dan je zou denken. Teksten die van internet zijn overgenomen kun je met een zoekmachine nog wel terugvinden, maar met code is dat lastiger.'' Verhoeff is positief over de resultaten: ``Studenten die worden betrapt, proberen het zeker niet een tweede keer.''

Zie ook: www.fdewb.unimaas.nl/eleum/plagiarism/plagiarism.htm