Verkerk houdt hoofd koel in Parijse hitte

Zijn maatje Raemon Sluiter voorzag het dinsdag al. ,,D'r gaan nog mooie dingen gebeuren'', voorspelde de Rotterdammer kort na zijn uitschakeling tegen Hicham Arazi. Hij kon het weten. Vrijwel dagelijks stond hij de laatste weken tegenover Martin Verkerk en suisden de ballen tijdens de training om zijn oren.

Gisteren keek Sluiter vol bewondering toe hoe zijn dubbelpartner zich een weg baande naar de vierde ronde van de Open Franse tenniskampioenschappen en zo een nieuw hoofdstuk toevoegde aan wat verdacht veel begint te lijken op een spannend jongensboek. In vier sets (5-7, 6-4, 6-2 en 7-5) ontdeed de 24-jarige hardserveerder uit Alphen aan den Rijn zich van zijn vier jaar oudere opponent uit de Verenigde Staten, de taaie en oerdegelijke Vince Spadea, die in de vorige ronde John van Lottum naar huis had gestuurd.

Overleefde Verkerk woensdag tegen de Peruaanse gravelspecialist Luís Horna nog drie matchpoints, twee dagen later liet de debutant zich niet verleiden tot een krankzinnige slijtageslag. Na het verlies van de eerste set hervond de nummer 46 van de wereld zich, en beukte hij de al snel naar lucht happende Spadea langzaam maar zeker murw met zijn verwoestende opslag en dito crossgeslagen backhand.

Het bereiken van de achtste finales betekende niet alleen een persoonlijke, maar ook een nationale mijlpaal. De laatste Nederlander die op het rode en onvoorspelbare gravel van Parijs voorbij de vierde ronde kwam, was de vaandeldrager van het Nederlandse tennis, Richard Krajicek. De binnenkort afzwaaiende routinier, in 1993 op Roland Garros al goed voor een plaats in halve eindstrijd, sneuvelde zeven jaar geleden in de kwartfinales.

Zover reiken de gedachten van Verkerk (nog) niet en daarom herhaalde hij nog maar eens wat hij woensdag zei na zijn ontsnapping tegen de door zenuwen bevangen Horna: ,,Ik ga vanavond heel hard lachen als ik voor de spiegel sta.'' Om die woorden ditmaal meteen af te zwakken met de opmerking dat ,,ik nu wel mijn kop erbij moet houden en niet in een feeststemming mag geraken.''

Want zo verbazingwekkend is zijn gestage opmars nu ook weer niet, stelde Verkerk droogjes vast. Ter illustratie verwees hij naar zijn twee meest recente wapenfeiten op gemalen baksteen: een kwartfinale in Rome en een halve finale in Sankt Pölten. Zelfverzekerd: ,,Ik sta op dit moment gewoon heel constant te spelen.'' Dus kijk niet vreemd op als hij morgen ook de als elfde geplaatste Duitser, verliezend Australian-Openfinalist Rainer Schüttler, verslaat. Bovendien: ,,D'r gebeuren wel gekkere dingen in het tennis.''

Wat heet: na zijn winst op Spadea komt langzaam maar zeker de topdertig in zicht voor de zevendejaars professional die een jaar geleden nog anoniem ronddoolde in het Challenger-circuit. Wie hem dat vooruitzicht twaalf maanden geleden had voorgehouden, was door de rijzige tennisser (1 meter 98) onmiddellijk voor gek verklaard.

Verkerk staat te boek als een typische laatbloeier die, zo erkende hij meerdere malen, de eerste jaren van zijn profloopbaan vergooide door iets te uitbundig van het leven te genieten.

Maar dat stereotype beeld behoeft dringend bijstelling, meende hij gisteren. ,,Als je 24 bent en je staat in de vierde ronde van Roland Garros, dan ben je geen laatbloeier.''

Tegen Spadea, de Amerikaan die hij al vier keer eerder op de knieën had gedwongen, demonstreerde Verkerk inderdaad dat hij in sneltreinvaart volwassen is geworden. In de broeierige hitte van Parijs (33 graden) hield hij het hoofd koel en bleken zijn fysieke reserves groter dan hij zelf vermoedde. ,,Al stond ik in de eerste set te tollen op mijn benen, zo moe was ik na die slopende vijfsetter tegen Horna.''

Hulp zocht én vond Verkerk bij het publiek. Ook die gave beheerst de pupil van de Nieuw-Zeelandse coach Nick Carr: de kunst van de subtiele provocatie. Handig maakte hij gisteren gebruik van de naar schatting vierhonderd Nederlandse supporters op de tribunes van de intieme baan twee. Met een uitdagend handgebaartje riep hij zijn landgenoten op tot meer steunbetuigingen, om zo met veel succes de druk op Spadea verder op te voeren.

Het tekent de bravoure van Verkerk, die niet schroomt om à la de nummer één van de wereld, de Australiër Lleyton Hewitt, elk gewonnen punt te bejubelen met een gebalde vuist. Lak heeft Verkerk dan ook aan de ongeschreven tenniswetten, die bepalen dat zulk gedrag not done is. ,,Het hoort erbij, ik voel me daar lekker bij.'' Bovendien: ,,Vrienden zoek ik wel buiten het tennis.''

Ver hoeft hij niet te zoeken, want in de kleedkamers is Verkerk inmiddels geen onbekende verschijning meer temidden van de internationale tenniselite. Regelmatig krijgt hij een high-five of een bemoedigende klop op de schouder. Lachend: ,,Kafelnikov (oud-winnaar uit Rusland, red.) kent een paar Nederlandse woorden en zegt elke dag keurig goedemorgen.''

De enige Amerikaan die dat nog kan doen, is sinds gisteren Andre Agassi. Want met zijn zege op Spadea droeg Verkerk bij aan de verontrustend snelle uittocht van de Amerikanen, die in eigen land zelden of nooit op het rode, Europese gravel spelen.

De gevolgen bleven ditmaal niet uit: in vijf dagen verdwenen maar liefst twaalf van de dertien Amerikanen uit het toernooi, onder wie beloftevolle vertegenwoordigers van de zogeheten Generation Next als James Blake (23) en Andy Roddick (20). Op cynische toon stelde Spadea gisteren vast dat ,,het niet zo best is gesteld met het Amerikaanse graveltennis als ik hier de eer hoog moet houden''.