Toto

Het idee is zo simpel. Selecteer wat voetbalwedstrijden die het komend weekeinde worden gespeeld en laat mensen raden naar de uitslag. Een kruisje in de eerste kolom indien iemand een winnende thuisploeg voorspelt, de tweede rij voor als de bezoekers de zege gaan pakken en een `drietje' als een gokker denkt dat de strijd onbeslist blijft. Voor een paar centen kan het formulier worden ingeleverd en als alles goed is voorspeld, staat er een leuk bedrag tegenover.

Deze manier van gokken werd in 1899 geïntroduceerd door tijdschrift `Het Sportblad'. `Bij elke coupon, die men inzond', schreef M.J. Adriani Engels, `behoefde men slechts een postzegel van vijf cent te voegen om als deelnemer genoteerd te worden en de meneer, die alle twaalf uitslagen juist had aangegeven, kreeg een postwissel van 25 gulden'. Geen gering bedrag voor die tijd.

De overheid stond deze pool toe en dat is opvallend. De volgende zes decennia stond willekeurig welke regering de invoering van voetbalpools in de weg, omdat het werd beschouwd als een kansspel. En dat mocht niet, ondanks alle pogingen van onder meer de KNVB om aan te tonen dat een zekere kennis van het nationale voetbal onontbeerlijk was om mee te kunnen doen aan de toto. Op lokaal niveau werd er toch het een en ander georganiseerd en, zoals Ad van Emmenes in zijn boek `De Voetbaltoto, Een Weg Naar Fortuin' schreef, `kreeg de rechterlijke macht het er als het ware druk mee'.

De toenmalige sportbestuurders moeten met grote regelmaat gek zijn geworden van het gezeur van al die overheidsinstanties, want de centen konden ze goed gebruiken. Centen, die tot de Tweede Wereldoorlog massaal naar Engeland stroomden als inzet voor de voetpalpools aldaar. Iemand die echt wil gokken, doet dat desnoods ver buiten de deur, ongeacht wat een bezorgde overheid doet. Net als na de bezetting toen veel mensen in Duitsland meededen omdat de hoofdprijs daar aanzienlijk hoger was dan hier. Het zorgde voor een opvallend goede kennis van de Nederlandse voetballiefhebber van het buitenlandse spel – iets positiefs wat de overheid onbedoeld heeft veroorzaakt.

Na de invoering van het betaalde voetbal in 1954 ontstonden nieuwe initiatieven voor pools, onder meer in Alkmaar. Een fortuin werd wekelijks rondgepompt tussen kantine, sigarenboer en huiskamer. Ditmaal begon zelfs de overheid te begrijpen dat er dan toch maar iets geregeld moest worden, alhoewel dat besef langzamer groeide dan een stalaciet. In februari 1957 was het eindelijk zover, toen de KNVB de eerste voetpalpool organiseerde. Eindelijk bleven de centen in eigen land. Behoorlijk wat centen, want in 1964 bijvoorbeeld hadden de sportbonden ruim drie miljoen gulden te verdelen. En daarmee werd die weg naar fortuin, zoals Van Emmenes het noemde, vooral bewandeld door de bonden en niet door de deelnemers.

jurryt@xs4all.nl