Sedatie en euthanasie

Nederland trekt regelmatig internationaal de aandacht vanwege zijn euthanasiebeleid. In de laatste alinea van het artikel `Het grote experiment' (Z, 24 mei) geeft Margriet Oostveen aan dat professor van der Wal zegt dat een patiënt die overlijdt onder terminale sedatie en toediening van eten en drinken weigert een geval van gewone euthanasie zou zijn en dat die gemeld zou moeten worden.

Hiermee zijn we het volstrekt oneens. De werkgroep ethiek van de Europese Organisatie voor Palliatieve Zorg (EAPC) heeft onlangs een consensus gepubliceerd over hoe sedatie onderscheiden kan worden van euthanasie. Zij verstaan onder terminale sedatie een behandeling met als bedoeling het verlichten van ondraaglijk leiden, de procedure is het gebruik van sederende middelen om symptomen onder controle te krijgen en de succesvolle uitkomst is verlichting van lijden. Bij euthanasie is het de bedoeling de patiënt te laten overlijden, de procedure is het toedienen van een middel dat de dood tot gevolg heeft en de succesvolle uitkomst is een op korte termijn opgetreden dood.

Bedoeling, handelswijze en succesvolle uitkomst zijn volstrekt verschillend.

Een patiënt die het gebruik van eten en drinken als een zinloze levensverlengende (be)handeling ervaart maakt een keuze. De arts die hieraan meewerkt houdt zich niet bezig met euthanasie maar respecteert de autonome beslissing van een wilsbekwame patiënt.

Als de onderzoekers van dit voor veel mensen gevoelige onderwerp al niet werken met duidelijke definities, hoe moet het dan met de beeldvorming in Nederland en van Nederland?

Artsen willen graag binnen de regels van de ethiek werken (autonomie van de patiënt respecteren, goed doen, geen schade aanrichten en rechtvaardige verdeling van middelen en macht) maar dan moeten de grenzen van wat wel en niet kan wel goed gedefinieerd zijn!