Rekenen

Zoals is te lezen in `Rijgend over de honderd' (W&O, 17 mei) vergelijkt Bauke Milo in zijn proefschrift over rekenonderwijs in het speciaal basisonderwijs (sbo) een meer sturende onderwijsvorm (directing instruction) met een minder gestuurde onderwijsvorm (guiding instruction). De benaming `guiding instruction' suggereert dat er in het laatste geval sprake is van een vorm van realistisch reken-wiskundeonderwijs waar men uitgaat van `guided reinvention'. Dit is echter bepaald niet het geval.

In de realistische benadering wordt aangesloten bij perspectiefvolle informele strategieën en worden de leerlingen geholpen deze uit te bouwen tot conventionele rekenprocedures. Daar uit onderzoek bekend is dat splitsstrategieën vaker tot fouten leiden dan rijgstrategieën, wordt in de realistische didactiek gekozen voor leergangen die het rijgen stimuleren en het splitsen ontmoedigen. Er is uitgebreide onderzoeksliteratuur die de superioriteit van deze rijgaanpak voor het reguliere basisonderwijs aantoont. In de `guiding-instruction'-variant van Milo wordt echter zowel het splitsen als het rijgen als oplossingsstrategie aangeboden. Nu is dat in het licht van het voorgaande al merkwaardig. Nog merkwaardiger is dat in het artikel in W&O wordt gesuggereerd dat hier sprake is van realistisch reken-wiskundeonderwijs.

In plaats daarvan is het juist de, succesvolle, op de rijgmethode gebaseerde `directing-instruction'-variant van Milo die dichter bij de realistische didactiek staat. Vooral omdat de sbo-leerlingen, ondanks de gestuurde opzet, spontaan met eigen varianten van rijgoplossingen aankomen. Dit laatste is precies waar de realistische didactiek op speculeert en waar deze aanpak haar kracht aan ontleent. Het geeft de leerlingen de gelegenheid de opgaven op hun eigen niveau op te lossen, biedt de mogelijkheid om oplossingsmanieren te vergelijken en te werken aan verkortingen. De onderzoeksresultaten van Milo vormen dus feitelijk een pleidooi voor een realistische benadering in het sbo.

Natuurlijk kunnen de bestaande realistische reken-wiskundemethoden niet zomaar worden overgeplant naar het sbo. Bij het Freudenthal Instituut is dan ook een project gestart waar men zich richt op het ontwikkelen van op het sbo toegesneden leermiddelen en didactische benaderingen. Dat lijkt me vruchtbaarder dan het op basis van ondeugdelijke argumenten afwijzen van een realistische benadering voor het rekenen in het sbo.