Rechtsgeleerdheid 3

Naar aanleiding van `Geléérd zijn jullie wel' (W&O, 12 april) en de reacties daarop van prof. Göran Sundholm (26 april) en drs. H.H. Teernstra (3 mei) maak ik u graag erop attent hoe prof. John Griffiths, hoogleraar rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, de vraag beantwoordt of rechtsgeleerdheid wel een wetenschap is. In zijn `De sociale werking van recht' (Ars Aequi Libri, Nijmegen, 1966) schrijft hij:

``Er is een aantal fundamentele verschillen tussen rechtsgeleerdheid en een empirische (sociale) wetenschap. Het feit dat het bij de eerste om de `logica van autoriteit' en bij de tweede om de `logica van bewijs' gaat, is hier het belangrijkste verschil. De geldigheid van een juridische uitspraak is de uitkomst van een sociaal proces `rechtsvinding' geheten waarin gezag, macht en compromissen een grote rol spelen en dat in een sociaal gedragen normatieve overeenstemming uitmondt. Zo is de gelding van een rechtsregel uiteindelijk afhankelijk van het feit dat leden van de rechtsgemeenschap vinden dat deze geldt. De waarheid van een wetenschappelijke uitspraak staat daarentegen in principe los van de sociale positie en de meningen van wetenschappers en is niet de uitkomst, maar de richting-gevende toetssteen van het sociale proces dat wetenschapsbeoefening heet.''

``Het onderscheid tussen rechtsgeleerdheid (men spreekt soms van een `ambacht' of van een `kunst') en een wetenschap (eventueel met het recht als object) duid ik (J. Griffths, G.N.) zo alleen voor de helderheid aan. Het houdt geen impliciete diskwalificatie van het werk van academische juristen in. Een aanzienlijk deel van het onderwijs en onderzoek dat in andere dan juridische faculteiten wordt gedaan is immers ook geen `wetenschap' in de hier bedoelde betekenis.''