Onbereikbare toga

Vroeger had je in de aula van de Wageningen Universiteit twee bordjes op de voorste rij. Links van het gangpad waren de stoelen bij academische plechtigheden gereserveerd voor `Hoogleraren'. Ter rechterzijde zaten hun echtgenotes achter het bordje `Dames Hoogleraren'. De man van de enige vrouwelijke hoogleraar, Lucy Timmermans van dierkunde, zat er altijd wat schaapachtig bij.

Een vrouw in toga moet je in Wageningen nog altijd met een lantaarntje zoeken. Tot 1952 vermeldt de personeelslijst er zelfs geen één, zo blijkt uit de pas verschenen studie `Vrouwen, Wageningen en de Wereld'. Toch had Wageningen al in 1921 een landelijke primeur kunnen hebben met de benoeming van juriste Lizzy van Dorp tot hoogleraar economie, statistiek en agrarisch recht. De rector en de senaat van de toenmalige Landbouwhogeschool wilden haar maar al te graag hebben, want ze stond bekend als een eersteklas wetenschapsvrouw met een heldere, oorspronkelijke wijze van redeneren en ze had zichzelf aan de universiteit van Utrecht bewezen als een begaafd docent.

Maar de minister was principieel tegen de benoeming van een vrouw op zo'n hoge post. Ook curator Lovink, tevens oprichter van de Heidemaatschappij, liet weten in het algemeen `geen goede ervaring met de vrouw als ambtenaar' te hebben. De commissaris van de koningin in Gelderland, eveneens curator aan de Landbouwhogeschool, vroeg zich hardop af of vrouwen op hogere leeftijd nog wel naar behoren een ambt konden vervullen. Van Dorp was bijna vijftig. Na veel gesoebat moest de senaatscommissie alsnog op zoek naar een man. Pijnlijk genoeg moest die in 1946 worden ontslagen wegens collaboratie met de Duitse bezetters.

Levendig beeld

De schrijfsters van `Vrouwen, Wageningen en de wereld' hebben een schat aan informatie boven tafel gekregen. Voor het boek hebben ze, samen met een grote groep vrijwilligsters, archieven en oude tijdschriften doorgespit en tal van vrouwen ondervraagd. Zo ontstaat een levendig beeld van leven en loopbaan van vrouwen in het Wageningse landbouwwereldje. Na de toelating van Aletta Jacobs als eerste vrouwelijke student in Groningen in 1871 konden vrouwen niet meer principieel aan een universiteit worden geweigerd.

In Wageningen werd sinds 1873 hoger landbouwonderwijs gegeven. Rond de eeuwwisseling verschenen de eerste meisjes in de collegebanken. Ze kozen meestal voor een studierichting land- of tuinbouw. Hun interesse sloot aan bij de traditionele taakverdeling op het boerenbedrijf, waar kaasmakerij, de zorg voor kippen en kleinvee en het onderhoud van de moestuin typische vrouwentaken waren. Door hun studie konden ze die kennis op een hoger plan brengen en uitdragen als docent aan een van de agrarische vrouwenvakscholen die in die tijd van de grond kwamen. Op een foto van een cursus landmeten uit 1903 zie je temidden van een groep heren twee jonge vrouwen staan, met opgestoken haar, in hooggesloten witte blouses en met rokken tot op de grond.

In 1918 kreeg de landbouwschool een wetenschappelijke status. Na tien jaar Landbouwhogeschool waren er 5 vrouwelijke ingenieurs opgeleid. Vier daarvan trouwden zonder uitzondering met een mede-Wageninger. Ze werkten maar kort, of helemaal niet. Huwelijk en ontslag gingen in die dagen hand in hand. Tot 1955 was het traditie dat vrouwelijke ambtenaren bij hun huwelijk hun ontslag indienden. Die regel pakte nadelig uit voor Wageningse vrouwen, die waren aangewezen op overheidsbanen, bijvoorbeeld bij landbouwproefstations en laboratoria. Bij het Rijksproefstation voor de Zaadteelt bijvoorbeeld werkten al in de jaren twintig louter vrouwen, alleen het management bestond uit mannen.

Spotprent

Na de Tweede Wereldoorlog kregen sociale wetenschappen een plaats binnen de Landbouwuniversiteit. In 1952 werd Mien Visser als eerste vrouw in Wageningen tot hoogleraar benoemd in het nieuwe, bij uitstek vrouwelijke vakgebied der huishoudwetenschappen. In de media verscheen een spotprent waarop ze, gekleed in toga en baret, met pannenkoeken stond te jongleren. Tegenwoordig is 10 procent van de Wageningse hoogleraren vrouw, van de universitair hoofddocenten ongeveer 5 procent. Weliswaar komen er steeds meer promovendae en onderwijsassistentes, die zouden kunnen doorstromen naar hogere functies, maar door alle bezuinigingen worden veel docentenbanen niet meer opgevuld. Sinds 1986 is het aandeel van vrouwen met een vaste aanstelling binnen de Wageningen Universiteit niet gestegen ondanks uitgebreide overheidsprogramma's voor positieve discriminatie. Als over enkele jaren de grote golf van zestigplussers uittreedt, maken ze misschien meer kans. Van de Wageningse studenten is ruim 50 procent vrouw. Vrouwen maken hun opleiding vaker èn sneller af dan mannen.

In de jaren vijftig en zestig was de studie voor vrouwen vooral een levensverzekering. Mocht je onverhoopt `overschieten' op de huwelijksmarkt, of in echtscheiding raken, dan kon je met dit diploma op zak altijd nog je brood verdienen als lerares. Veel huwende vrouwen stopten na het kandidaatsexamen om hun echtgenoot te volgen, die doorgaans wat ouder was en daarom eerder afstudeerde. Terugblikkend noemen veel oudere Wageningse vrouwen hun studietijd vooral een maatschappelijke leerschool. Bij de Wageningse Vrouwelijke Studenten Vereniging waarvan tot in de jaren zestig alle meisjes vanzelfsprekend lid werden leerde je hoe je je moest kleden en gedragen, hoe je omging met rangen en standen en hoe je allerhande activiteiten organiseerde. Op oude archieffoto's uit de introductietijd zie je de nieuwe meisjes (`novieten') met strooien hoedjes op door de stad fietsen, met op hun bagagedrager het onafscheidelijke melkkrukje waarop ze moesten plaatsnemen om hun lage positie tegenover ouderejaars te onderstrepen. Bij colleges zaten alle meisjesstudenten samen op de eerste rij. Ze bouwden in hun studietijd een netwerk voor het leven op.

Vanaf 1955 had tweederde van de ondervraagde vrouwen als student een duidelijk beroepsperspectief voor ogen, maar later stelden ze zich vanzelfsprekend in dienst van man en kinderen. Pas eind jaren zestig kwam de pil en konden vrouwen de komst van kinderen uitstellen en eerst een aantal jaren full time werken. Nog in 1962 werd een meisjesstudent door de hoogleraar bodemkunde geweigerd. `Toen ben ik maar sociologie gaan studeren', vertelt ze in het boek. Inmiddels zijn vrouwen doorgedrongen in alle traditionele mannenstudies. In idealistisch getinte vakken als tropenstudies, milieuwetenschappen en bos- en natuurbeheer zijn ze zelfs oververtegenwoordigd. Vanaf de jaren tachtig steeg het aantal vrouwen in buitenlandse banen explosief. Internationale organisaties die zich inspannen voor vrouwenemancipatie in ontwikkelingslanden zagen zich namelijk gedwongen zelf ook te emanciperen. In 1999 had 82 procent van alle afgestudeerde Wageningse vrouwen en 91 procent van de mannen een betaalde baan. Dat had Lizzy van Dorp niet durven dromen.

Vrouwen, Wageningen en de wereld; Wetenschap, studie en loopbaan, 1918-2003. Door Margreet van der Burg en Marian Bos-Boers. Uitgeverij Verloren, Hilversum. Prijs €15.- ISBN 90-6550-739-6.