OESTROGENEN NA DE OVERGANG VERGROTEN KANS OP DEMENTIE

Extra oestrogeen na de overgang beschermt oudere vrouwen tegen botontkalking maar blijkt nu de kans op dementie twee keer zo groot te maken. Eerder bleek het slikken van oestrogeen tot verbazing van velen ook al niet goed voor hart en bloedvaten. De grotere kans op dementie is het resultaat van de Amerikaanse Women's Health Initiative Memory Study. Dat onderzoek is vorig jaar voortijdig gestopt omdat intussen gebleken was dat het nut van langdurige oestrogeensubstitutie na de menopauze niet opweegt tegen de nadelen (Journal of the American Medical Association, 27 mei).

Aan het geheugenonderzoek deden 5432 vrouwen van 65 jaar en ouder mee. De helft van hen kreeg oestrogeen plus periodiek progesteron, de andere helft een placebo. Progesteron werd maandelijks gegeven om het baarmoederslijmvlies af te stoten. Dat verkleint het risico op baarmoederkanker. Na vijf jaar vertoonden 61 deelneemsters aan de geheugenstudie tekenen van dementie. Van deze vrouwen hadden er 40 hormonen gekregen en 21 een placebo. Hormoonsubstitutie verdubbelt dus de kans op dementie.

Tot voor kort dacht men dat oestrogeen een waar wondermiddel was tegen ouderdomskwalen. Epidemiologisch onderzoek bij vele tienduizenden mensen leek erop te wijzen dat oestrogeen niet alleen bescherming bood tegen botontkalking, maar ook goed was voor hart en vaten. Het zou zelfs beschermen tegen dementie. Maar er was geen onderzoek uitgevoerd gedaan waarbij het effect van oestrogeensubstitutie langdurig was vergeleken met een placebo. Toen er dan eindelijk de Women's Health Initiative-studie kwam, bleek dat het risico op hart- en vaatziekte door oestrogeen juist toenam. Daar kwam nog bij dat ook de kans op borstkanker door oestrogeen ook al iets hoger werd, dat er meer herseninfarcten voorkwamen, meer trombose en vaker embolie. Dat alles niet in zulke grote aantallen maar toch: de kansen waren iets hoger. Nu is er dan ook nog de veel grotere kans op dementie.

De Women's Health Initiative-studie heeft tot gevolg gehad dat oestrogeen nu alleen nog gegeven wordt tegen overgangsklachten, maximaal zo'n drie à vier jaar. Een probleem is wel dat het effect op het bot dan niet blijvend is. Na het stoppen is dat binnen een jaar of vijf weer verdwenen. Maatregelen als voldoende lichaamsbeweging, calcium en vitamine D (vooral voor ouderen en allochtonen die te weinig in het zonlicht komen) gaan botontkalking tegen maar als iemand er eenmaal aan lijdt, is meer nodig, bijvoorbeeld bisfosfonaat. Dat middel verlaagt de kans op een gebroken heup met 40 tot 60%. Een nadeel is wel dat het veel maagklachten geeft. Voor vrouwen in de overgang zijn er ook nog selectieve oestrogeen-receptor-modulators, zoals raloxifene. Die middelen hebben een zelfde effect op het bot als oestrogeen, zonder de ongunstige bijwerkingen op hart en vaten en zonder het verhoogde risico op borstkanker.