`In Atjeh wordt in alle openheid gevochten'

Indonesië voert de oorlog in Atjeh naar voorbeeld van de Brits-Amerikaanse operatie in Irak in Amerikaanse stijl. Journalisten worden ingekwartierd. Maar hoe transparant is de oorlog?

Vrijdag, Dag Twaalf van de militaire noodtoestand in Atjeh. Indonesische tv-zenders tellen de dagen en de doden soldaten, politiemannen, rebellen van de Beweging Vrij Atjeh (GAM) en burgers. Het journaal toont beelden van een militaire patrouille in de rijstvelden van Noord-Atjeh. Soldaten schieten vanachter een sawah-dijkje op een groepje palmbomen, honderd meter verderop. Het vuur wordt beantwoord en de cameraman duikt achter het dijkje. Cut. De patrouille breekt met lachende gezichten op. Een soldaat steekt zijn duim op naar de camera. De mannen ogen tevreden, maar we zien geen lichamen van gedode rebellen.

Daar is hij weer, met wederom dezelfde tekst. Generaal-majoor Syafrie Syamsuddin is hoofd woordvoering van de Indonesische Strijdkrachten (TNI). ,,Deze oorlog wordt in alle openheid gevoerd, zegt hij, ,,wij willen juist gecontroleerd worden door journalisten. Terwijl collega's in Atjeh leiding geven aan de krijgsverrichtingen, voert Syamsuddin in Jakarta het commando over de Operatie Openheid, een novum in de meer dan vijftigjarige geschiedenis van de TNI .

Van 11 tot 14 mei, een week voordat in Atjeh de militaire noodtoestand werd uitgeroepen, trainden instructeurs van de Strategische Reserve op een basis in de groene dreven van West-Java 54 Indonesische journalisten in verslaggeving te velde. De cursisten zouden, naar het voorbeeld van de Brits-Amerikaanse operatie in Irak, worden `ingebed' in leger- en politiepatrouilles in Atjeh. Zij werden gedrild in militaire discipline exerceren, groeten kregen fatigues, soldatenkistjes en kogelvrije vesten, maakten kennis met de in Atjeh gehanteerde wapens AK-47's van de GAM en SS-1's en M-16's van de TNI leerden overleven in de wildernis en eerste hulp verlenen bij schotwonden. Ook verslaggevers van serieuze media noemden de cursus `nuttig'.

Toch moeten zowel militairen als journalisten nog leren omgaan met een `transparante oorlog'. Doorzichtig zijn de acties tegen de GAM namelijk allerminst. Eerste doel van de operatie is `de scheiding van bevolking en rebellen'. Tijdens de vijf maanden dat een bestandsovereenkomst tussen regering en GAM van kracht was, brachten de inlichtingendiensten van leger en politie de rebellenbases in kaart en legden zij lijsten aan van GAM-personeel, te onderscheiden in guerrilla-strijders, schaduwbestuurders, geldophalers en informanten. Vanaf Dag Eén trokken de GAM-soldaten hun uniformen uit en doken ze onder in de dorpen van Atjeh. Het brein achter de GAM-propaganda, de immer ongrijpbare `militaire woordvoerder' Teungku Sofyan Daud, liet de media per fax weten dat ,,we de TNI te schande zullen maken''.

Dag Drie, woensdag 21 mei, half drie `s middags. Een TNI-patrouille valt Cot Rabo Baroh binnen, een gehucht in het regentschap Bireuen en een bolwerk van de GAM. De volgende morgen meldt het persbureau AFP dat bij de actie zeven jonge dorpelingen door de TNI zijn gedood. Ze zouden zich uit angst voor het leger hebben verstopt in een rijstveld, bij elkaar zijn gedreven en één voor één zijn doodgeschoten. De AFP-verslaggever ondervroeg een vrouw uit het dorp, wier jongere broer onder de doden was. ,,Hij was niet goed wijs, zei ze, ,, hij wist niet eens wat de GAM is en lag te slapen in de sawah. Ze hebben hem in het hoofd geschoten, zijn hersens kwamen naar buiten. Het verhaal werd overgenomen door The Guardian en het Indonesische ochtendblad Koran Tempo. Generaal-majoor Syamsuddin reageerde furieus: ,,De doden waren GAM-leden, dat is zonneklaar.'' Het TNI-hoofdkwartier besloot een onderzoek in te stellen.

Het onderzoeksteam telde vijf man militaire politie. Zij bezochten tot tweemaal toe de plaats van handeling en deden een beroep op vijf verslaggevers van serieuze Indonesische media. Woensdag deed Koran Tempo op de voorpagina verslag van het onderzoek. Er waren tijdens het vuurcontact tien doden gevallen, van wie er vijf door dorpsgenoten waren geïdentificeerd als GAM-leden die in het dorp geld hadden afgeperst en in de buurt scholen in brand hadden gestoken. De vijf anderen, onder wie de ,,simpele jongen'', waren informanten. Ze lagen niet te slapen, maar hielden de wacht en waarschuwden de andere vijf, die een naburige brug hadden ondermijnd, dat het leger eraan kwam. De chef-staf van de TNI trok zijn dreigement om Koran Tempo te vervolgen in.

Dag Negen, 27 mei. Verslaggevers van het dagblad Republika bezoeken het ziekenhuis van het stadje Bireuen. Daar liggen drie zwaar gewonde Atjeërs uit het dorp Lawang. De afdruk van een soldatenlaars is duidelijk te zien in de linkerzij van een van hen en van een ander is de schedel beurs getrapt.

Een woordvoerder van het Operationele Commando Atjeh bevestigt dat soldaten in Lawang ongeoorloofd geweld hebben gebruikt. Ze zullen disciplinair worden gestraft. Tijdens het incident werd een inwoner van Lawang betrapt met een plastic zak vol KTP's (persoonsbewijzen). Toen hij de benen nam, werd hij doodgeschoten. De GAM dwingt dorpelingen hun KTP in te leveren om het de TNI moeilijker te maken rebellen te identificeren. Een vrouw uit Lawang zei tegen Republika: ,,We zijn echt blij dat de TNI is gekomen. Maar we worden bang als de soldaten zich zo boos maken als gisteren. De mannen van Lawang zijn het bos in gevlucht. Niet omdat ze allen GAM-leden zijn, maar omdat de TNI hen de stuipen op het lijf heeft gejaagd.