`Ik ben een aanhanger van dit bestel'

Harm Bruins Slot is de nieuwe baas van de publieke omroep. Zijn eerste taak is het uitvoeren van een bezuiniging van 80 miljoen euro.

Of hij bang is voor een opstand in Hilversum? ,,Ik heb niet de illusie dat het geen storm oplevert.''

Harm Bruins Slot (54) heeft als jurist, burgemeester en als topambtenaar geleerd om omzichtig te formuleren. Sinds 1 april is hij voorzitter van de raad van bestuur van de publieke omroep. Met Cees Vis (ex-PCM) en Ruurd Bierman (ex-NOS) moet hij zorgen voor de coördinatie van de drie publieke tv-netten, vijf radiozenders en internet.

Bruins Slot is eigenlijk de baas van Hilversum. ,,Dat is vooral op papier zo. Nou ja vooruit, ik ben de baas.''

Hij staat meteen voor een zware klus: het kersverse kabinet legde vast dat de publieke omroep structureel 80 miljoen euro moet gaan bezuinigen, bijna 10 procent van het jaarbudget.

In omroepland wordt met spanning gewacht op een rapport van organisatieadviesbureau McKinsey, waarin de uitgaven van de omroepen worden doorgelicht en suggesties voor bezuinigingen worden gedaan.

Het eerste deel van het rapport wordt volgende week gepresenteerd aan de opdrachtgever, het ministerie van OCenW. Bruins Slot wil binnen een maand een standpunt formuleren, maar hij weet al welke kant het opgaat.

,,De impact zal behoorlijk zijn, ook voor onze mensen. We gaan de programma's ontzien, eigenlijk zouden kijkers er niets van moeten merken. Het wordt een drieslag. Eerst gaan we de efficiency verbeteren, bezuinigen op overheadkosten. Denk aan het in elkaar schuiven van de eindregie van de drie netten, goedkopere huisvesting, een andere toepassing van de CAO door mensen bijvoorbeeld later in de eindrang te plaatsen. Toch ook iets op het gebied van programmering: herhalingen zijn er nu alleen overdag, dat kan ook op primetime.

,,Vervolgens moeten omroepen veel meer gaan samenwerken. Waarom heeft iedereen z'n eigen studio? Films kunnen ook gezamenlijk worden ingekocht.

,,En dan moeten we gaan kijken naar wat we als kerntaken zien. Daar moeten we in investeren, en dat kan alleen als we voor andere taken minder geld reserveren. Onze internetactiviteiten, radiozender 747 AM, de Wereldomroep en het Muziekcentrum van de Omroep zullen zich moeten heroriënteren. Die laatste twee vallen onder het politieke domein, daar beslist de staatssecretaris over, maar ik wil een richting aangeven.''

U heeft zich dus neergelegd bij de kabinetsplannen?

,,Ik ga niet naar het Malieveld. Met die dertig miljoen euro van het vorige kabinet kon ik leven, dit kabinet heeft daar nog eens vijftig miljoen bovenop gelegd. Dat is heel veel, maar de politiek beslist.''

U heeft goede contacten in Den Haag, als oud-secretaris-generaal van het ministerie van OCenW. Had u dit niet kunnen voorkomen?

,,Het had nog veel erger kunnen zijn. Als Zalm zijn zin had gekregen, was er een heel net verdwenen. Ik heb intensief gesproken met Frank de Grave van de VVD, Bert Bakker van D66, met Maxime Verhagen en Joop Atsma van het CDA, mijn eigen partij. De VVD zullen we nooit helemaal kunnen behagen, maar we moeten zorgen dat de publieke omroep een veel breder draagvlak krijgt dan nu het geval is.''

Met dat draagvlak is het momenteel niet best gesteld. Het beeld van de publieke omroep is: bureaucratisch, inefficiënt en financieel ondoorzichtig.

,,Ik ben ontzettend kwaad dat dat het beeld is, en met mijn aanpak wil ik dat beeld bestrijden. PR is om die reden een topprioriteit van mij. We moeten meer naar buiten treden. Als je geen beeld van jezelf geeft, vult een ander het in – en vaak is dat negatief.''

Veel mensen beschouwen het bestel met verzuilde verenigingen als achterhaald. De kans dat u als CDA'er daaraan gaat tornen, lijkt gering.

,,Ik ben een aanhanger van dit bestel. Het is de klassieke verzuiling voorbij, en laat nu veel levensstijlen zien. Onze taak is het verzorgen van een brede programmering voor alle groepen in de samenleving. De omroepen dragen daaraan bij. Die veelkleurigheid moet je willen behouden. Wel moeten we zorgen dat we echt voor iedereen zijn, we richten ons nu te weinig op jongeren en minderheden.''

Het bestel worstelt met tegengestelde belangen: de omroepen worden geacht van alles samen te doen, maar moeten zich tegelijk profileren als afzonderlijke omroep. Die spanning komt tot uiting in de bestuursstructuur: de omroepvoorzitters in de raad van toezicht controleren de raad van bestuuren kunnen gezamenlijk optreden blokkeren.

,,Een van mijn prioriteiten is het oplossen van die onhelderheid. Ik ben in gesprek met de omroepvoorzitters over een ander model. Het zwaartepunt, de inhoudelijke verantwoordellijkheid, ligt sinds kort bij de drie netten. Daar zitten de netcoördinator en de directeuren van de omroepen die op dat net uitzenden. Ik stel voor dat de omroepvoorzitters op dat niveau bestuurlijk actief worden. Ze blijven wel adviseurs van de raad van bestuur, maar zitten dan niet langer in de raad van toezicht.''

Een ander heikel punt is de geheimzinnigheid over geldzaken bij de omroepen. Ook al worden ze gefinancierd met belastinggeld, ze weigeren openbaarheid van zaken te geven.

,,Dat kan niet meer. En de omroepen weten dat er openheid moet komen. Het is een soort schaamte, maar als iedereen tegelijk naar buiten komt, zijn we meteen de schaamte voorbij. Ik vind dat je publiek geld moet kunnen verantwoorden.''

Hoeveel verdient u?

,,200.000 Euro. Dat is veel. Ik vind het onzin om daar geheimzinnig over te doen, het is openbare informatie.''

De salarissen van sommige presentatoren zijn aanzienlijk, net als hun afvloeiingsregeling als het misgaat. Is het niet slim om daarop te bezuinigen?

,,Dat is niet aan de orde. Kwaliteit kost nu eenmaal geld. Wel wil ik op dit punt aan kostenbeheersing doen door zelf talent te ontwikkelen, zodat we minder afhankelijk worden van freelancers.''

Waarom zoekt de publieke omroep, met dure sport- en amusementsprogramma's, de concurrentie met de commerciële omroepen?

,,De commerciële zenders zijn niet mijn concurrent. Alleen op de advertentiemarkt komen we elkaar tegen, en daar verdienen zij meer dan wij. Zij zijn van de markt, wij zijn van de samenleving. Zij moeten geld verdienen, wij moeten een breed publiek bedienen. Daarom doen we meer dan highbrow programma's. Zo'n programma als Una voce particulare, met amateurzangers, dat vind ik bij uitstek publieke omroep. Ik hanteer een breed kwaliteitsbegrip.''

Het marktaandeel van de publieke omroep daalde vorig jaar ten opzichte van 2001 met 0,9 procent naar 37,6 procent. U blijft vijf jaar, hoeveel is het dan?

,,Ik wil naar 40 procent. Ik noem het liever kijktijdaandeel, geen marktaandeel. McKinsey heeft een systeem ontwikkeld waarbij ook andere waarden dan kijktijdaandeel worden gemeten. Maatschappelijke verankering bijvoorbeeld, dat is voor ons heel belangrijk.''