Heel veel praten, met soms een flinke dosis actie

In een sombere economie staat duurzaam ondernemen lager op het prioriteitenlijstje van bedrijven. Dat betekent harder werken voor organisaties als SOMO en Greenpeace.

In de jaren '80 stonden maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven recht tegenover elkaar. Gesprekken werden er nauwelijks gevoerd, ieder verschil van mening kon oplopen tot een groot conflict dat vaak met veel publicitair geweld werd uitgevochten. Die situatie is aanmerkelijk verbeterd. ,,Maatschappelijke organisaties moeten bedrijven op misstanden wijzen. Met hun kennis en netwerk kunnen ze misstanden opsporen en vervolgens op de agenda zetten. Anderzijds moeten maatschappelijke organisaties samenwerken met het bedrijfsleven en hen adviseren'', vertelt Joris Oldenziel, coördinator bij de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO).

Als coördinator van het platform Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen van SOMO heeft Oldenziel goed zicht op het gedrag van multinationals en op de invloed van maatschappelijke organisaties op dit gedrag. Volgens hem moeten de organisaties optreden als een soort vakbond. ,,Vakbonden komen op voor werknemers. Maatschappelijke organisaties komen op voor groepen die zichzelf niet kunnen vertegenwoordigen, zoals werknemers in ontwikkelingslanden en het milieu. Net als de vakbond moet de maatschappelijke organisatie de dialoog aangaan met het bedrijfsleven.''

De maatschappelijke organisatie Milieudefensie koos daarvoor in 2001 Akzo Nobel uit. Het chemieconcern had een zogeheten memorandum of understanding afgesloten met een bedrijf uit Singapore dat op het Indonesische eiland Kalimantan een pulpfabriek wilde bouwen. Om de pulpfabriek van hout te voorzien, moest een gebied van bijna 50.000 hectare tropisch regenwoud worden gekapt. Als onderdeel van het fabriekscomplex zou Akzo Nobel een chemische fabriek bouwen voor het leveren van bleekchemicaliën.

Milieudefensie vroeg gesprekken aan met Akzo Nobel, om het bedrijf te weerhouden van zijn plannen. ,,Anderhalf jaar lang hebben wij geprobeerd een gesprek te krijgen, maar het lukte steeds maar niet'', vertelt campagneleider Paul de Clerck van Milieudefensie. Uiteindelijk ging de milieuorganisatie over tot publieke acties. ,,Maatschappelijke organisaties houden publieke openbaring van misstanden vaak achter de hand als laatste redmiddel. Net zoals vakbonden stakingen als laatste redmiddel gebruiken'', vertelt Oldenziel van SOMO.

December vorig jaar hing Milieudefensie een `junglegordijn', begeleid door het geluid van motorzagen, voor de deur van het hoofdkantoor van Akzo Nobel in Arnhem. Tevens publiceerde Milieudefensie een brochure met de titel Papier voor woudreuzen Akzo Nobel's plannen in Indonesië. ,,Tien dagen later zag Akzo ineens af van de investering'', vertelt De Clerck van Milieudefensie. Volgens voorlichter Peter van Boesschoten van Akzo Nobel had de wijziging van de plannen niet direct iets te maken met de inspanningen van Milieudefensie. ,,Akzo Nobel heeft afgezien van verdere deelname, omdat ons geen definitief uitgewerkt plan gepresenteerd is.'' Wel verklaarde het chemieconcern destijds dat het zich, net als Milieudefensie, zorgen maakte over de ontbossing in Indonesië. De Clerck beschouwt deze kwestie dan ook als een succes van Milieudefensie. ,,Het is alleen zonde dat het eerst tot acties moest komen.''

Toch slagen maatschappelijke groeperingen er maar zelden in om hun doel te bereiken zonder publicitair geweld. ,,Crises, veroorzaakt door demonstraties of kaartenacties, betekenen vaak een doorbraak in de dialoog'', zegt Colette Alma, directeur van het Nationaal Initiatief Duurzame Ontwikkeling (NIDO). Volgens Alma kan het bedrijfsleven voordeel halen uit gesprekken met maatschappelijke organisaties. ,,Zij krijgen via dergelijke gesprekken een gevoel voor wat er in de samenleving leeft. Ze krijgen een beeld van wat burgers en consumenten willen accepteren en betalen.''

Een ander voordeel voor bedrijven is, zo betoogt Alma, dat bepaalde vormen van duurzaam ondernemen ook economische winst opleveren. Bedrijven kunnen bijvoorbeeld hun transport uitbesteden. Vrachtwagens rijden de helft van de tijd leeg rond. Door uitbesteding van transport kan de beladingsgraad van vrachtwagens omhoog, waardoor er minder files komen en minder uitstoot. Volgens onderzoek van het NIDO besparen bedrijven door middel van uitbesteding gemiddeld 31 procent op de logistieke kosten. ,,Nu het economisch slecht gaat, zie je dat de aandacht verschuift naar dergelijke vormen van duurzaam ondernemen'', constateert Alma.

Wanneer het slechter gaat met de economie, zijn bedrijven minder bereid te investeren in projecten die niet direct winst opleveren. ,,Het wordt moeilijker voor ons. Bedrijven willen meer winst, en schenken dus minder aandacht aan duurzaam ondernemen'', erkent De Clerck van Milieudefensie. Ook Greenpeace krijgt hiermee te maken. Toch is de huidige economische situatie geen reden voor Greenpeace om van strategie te veranderen. ,,Maatschappelijk verantwoord ondernemen is een onomkeerbaar proces. Dingen die tien jaar geleden nog door de beugel konden, zijn nu verboden. Daar ontkomen bedrijven niet aan, ongeacht de economische situatie'', zegt Eco Matser van Greenpeace.

De milieuorganisatie zet bedrijven op verschillende manieren onder druk. Allereerst doet de organisatie onderzoek, zoekt misstanden op en stuurt daar brieven over. Verder is er een lobby die gericht is op de overheid. ,,Wij zetten de overheid aan tot het maken van strengere regelgeving.'' Wanneer deze twee pressiemiddelen niet werken, gaat Greenpeace over tot publieke acties.

Bijna tien jaar geleden boekte Greenpeace kortstondig publicitair succes toen zij met behulp van publieke acties de oliemaatschappijen Shell en Esso wist te weerhouden van het laten zinken van het olieplatform Brent Spar. Actievoederders hadden het platform bezet en de internationale pers werd ingelicht. Door de acties vermeden Duitse automobilisten Shell-tankstations. Volgens Matser hebben dergelijke acties nog steeds succes. Bovendien heeft Greenpeace baat bij haar reputatie. ,,Als bedrijven onze brieven ontvangen, zijn ze geneigd niet te reageren. Maar inmiddels weten ze dat een brief een staartje kan krijgen.''

Oldenziel van SOMO constateert ook dat bedrijven nog steeds in actie komen, als zij door maatschappelijke organisaties onder druk worden gezet. Toch houdt hij een slag om de arm. ,,De huidige economische situatie kan een averechts effect hebben op arbeids- en milieuomstandigheden. Je ziet nu al dat er bedrijven zijn die adverteren met het feit dat zij hun producten ontwikkelen in lagelonenlanden. Ze komen er indirect openlijk voor uit dat zij slechte arbeidomstandigheden bieden. Hun producten worden daardoor goedkoper, en dat spreekt veel mensen aan. Zo krijg je een race to the bottom.''