Groeiende gevoeligheid

Hoe krijgt duurzaam ondernemen in de praktijk vorm? Koffieproducent Douwe Egberts zoekt naar een systeem om te zorgen dat ook de toeleveranciers zich goed gedragen.

Hoe kan een koffieproducent als Sara Lee/Douwe Egberts ervoor zorgen dat alle toeleveranciers zich netjes gedragen? Dat de koffie op de plantages wordt verbouwd zonder kinderarbeid, zonder uitbuiting van werknemers en zonder discriminatie, terwijl er ook rekening wordt gehouden met het milieu? Dat is de opdracht voor Johan Wempe, partner bij adviesorganisatie KPMG en hoofd van de afdeling sustainability.

Johan Wempe, die samen met KPMG-collega Muel Kaptein ook hoogleraar bedrijfsethiek is aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, is door Douwe Egberts gevraagd om te kijken of een sluitend controlesysteem voor de toeleveranciers mogelijk is. Het concern krijgt regelmatig kritiek te verduren over zijn rol in de koffieproducerende landen. Zo beschuldigde de zogeheten `Koffiecoalitie', waarin vakbonden en ontwikkelingsorganisaties samenwerken, onlangs Douwe Egberts ervan koffie te kopen van plantages in Kenia waar misstanden heersen.

Wempe ziet een snel veranderende houding bij grote ondernemingen als het gaat om maatschappelijk verantwoord ondernemen. Al was het maar omdat de eigen werknemers het bedrijf daartoe aanzetten. Wempe: ,,Er worden e-mailtjes naar de baas gestuurd: `Ik word aangesproken op ons maatschappelijk beleid, wat doen we daar aan?' Werknemers zijn de ambassadeurs van een bedrijf en hebben hun voelhoorns in de samenleving. Dat moet je benutten als organisatie. Ik merk dat bedrijven daar nog te weinig gebruik van maken.''

Voor Douwe Egberts is die publieke discussie over maatschappelijk verantwoord ondernemen volgens adviseur Wempe ,,een heel nieuw fenomeen''. Hij haalt het voorbeeld aan van Shell, dat hierin al vroeg een voortrekkersrol vervulde. ,,Een bedrijf als Shell heeft al decennialang geleerd met dit soort vragen om te gaan. Dat begon met Shell in Rhodesië (het huidige Zimbabwe; red.) in de jaren '60. Dat bedrijf heeft nu dus een enorme voorsprong. Al in 1976 stelde Shell een maatschappelijke code vast die in de kern nog steeds functioneel is. Nieuw zijn de thema's mensenrechten en duurzaamheid, die in 1997 in een herijkte Shell-code zijn vastgelegd.'' Veel ondernemingen stellen zich volgens Wempe nu de vraag waar ze wel en niet verantwoordelijk voor zijn. ,,Er is een besef ontstaan dat een bedrijf zich niet meer mag verschuilen achter regels van overheden. Nee, we zijn als bedrijf een partij in de samenleving en we hebben een aandeel in het proces te leveren.''

Wat ligt op de weg van een bedrijf?

,,Neem het voorbeeld van hiv/aids in Afrika. De overheid blijft daar in gebreke. Moet je dan de gezondheidszorg voor je werknemers regelen? En voor hun familieleden? Ik zie dat de druk groot is op bedrijven om stappen te zetten. We praten over fundamentele veranderingen en het kan soms hard gaan.''

Heeft Douwe Egberts al die tijd zitten slapen? Je kon aan Shell zien dat de maatschappelijke druk groter zou worden?

,,Shell heeft vaak te maken met het gedrag van de overheid als partner, zoals in Nigeria. Bij Douwe Egberts gaat het veel meer om ontwikkelingen op de koffiemarkt: de liberalisering, de technologische verbeteringen in Brazilië die druk zetten op de andere, vooral Midden-Amerikaanse landen, de snelle opkomst van Vietnam als koffieland – en daardoor de overproductie. In hoeverre kan je een bedrijf als Douwe Egberts daarop aanspreken? Het is belangrijk dat een bedrijf oog heeft voor noden in zijn omgeving en in een vroeg stadium daar beleid voor maakt. Toch worden ze vaak overvallen door maatschappelijke ontwikkelingen. Mensenrechten is een thema waarbij een bedrijf een maatschappelijk rolletje kan spelen. Je wordt er op aangesproken als je dat niet doet. Als bedrijf moet je de gevoeligheid daarvoor gaan ontwikkelen.

,,Voor Douwe Egberts geldt bovendien dat het een A-merk is. Ze vinden dat zoiets kwaliteit op alle niveaus betekent. Dus niet alleen van het product zelf, maar ook van de manier waarop het tot stand is gekomen. De grenzen van het product zijn aan het verbreden.''

In de cacaosector namen de fabrikanten zelf het initiatief.

,,Ik zie dat het aan het schuiven is in andere sectoren, zoals bij de thee. Er wordt ook in de koffiesector aan een gezamenlijk initiatief gewerkt. Douwe Egberts zit om de tafel met de andere drie grote koffieproducenten (Nestlé, Philip Morris en Procter & Gamble), met overheden en niet-gouvernementele organisaties om tot een gezamenlijke gedragscode voor de koffiesector te komen.''

Hoe lastig is dat voor concurrenten?

,,Je moet ontzettend oppassen dat je niet met kartel-achtige verwijten te maken krijgt. Je hebt concurrentie in de markt en sturing door de overheid, maar dat is samen nog niet voldoende om die maatschappelijke vraagstukken tot een oplossing te brengen. Er ontstaat nu een vorm van coöperatie tussen bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden, vooral op lokaal niveau. En over de concurrentie heen werken bedrijven samen. Dat is een nieuwe ontwikkeling. Waar Douwe Egberts nu zelf aan werkt, moet straks gemeengoed worden voor de hele sector. Zij zijn de eersten die hun nek uitsteken en lopen in feite voor de troepen uit.''

De concrete opdracht die KPMG sustainability kreeg van Douwe Egberts luidt: `Onderzoek hoe we een systeem kunnen opzetten om de uitvoering van onze gedragscode te controleren'. Daartoe zullen de KPMG-medewerkers zich moeten storten in de complexe wereld van de koffiehandel. ,,De kern is dat Douwe Egberts een systeem wil dat een onafhankelijke check bevat, efficiënt is en zoveel mogelijk gebruikmaakt van informatie die de organisatie zelf al heeft.''

Waar komen de kosten voor dit soort maatschappelijk beleid te liggen?

,, Als wij als samenleving met elkaar deze vraagstukken tot een oplossing willen brengen, heeft dat gevolgen voor de manier waarop de consument met zijn koopgedrag omgaat. Als de consument niet bereid is een kleine prijsverhoging te betalen, betekent het dat een bedrijf en betrokken niet-gouvernementele organisaties meer hun nek moeten uitsteken in projecten. Ik zie dat Greenpeace dat doet met Nuon, bij de verkoop van groene energie. Er ontstaan veel van dit soort initiatieven. Maar linksom of rechtsom, het moet verdiend worden, dus het heeft consequenties voor de consument. Je kunt wel roepen `de bedrijfswinsten zijn te hoog', maar dat is een andere discussie. Als een bedrijf failliet gaat, zegt ook niemand `laten we een inzamelingsactie houden'. Hoe dan ook, het is een boodschap aan de markt.''