G8 terug naar de ploegscharen

Het primaat van de politiek domineerde anderhalf jaar de internationale betrekkingen. Tijd voor de G8 om zich te werpen op het achterstallig onderhoud van de wereldeconomie.

Terug naar de ploegscharen, dat zou het motto kunnen zijn waarmee de staatshoofden en regeringsleiders van de zeven grootste industrielanden en Rusland (de G8) vanaf morgen bijeenkomen nabij het Franse stadje Evian-les-Bains.

Ruim anderhalf jaar lang is het internationale overleg gedomineerd door politieke en strategische overwegingen. Het voor het oog van de wereld repareren van de schade die, met name bij de door de Verenigde Staten geleide aanval op Irak, is toegebracht aan de internationale politieke verhoudingen zal dit weekeinde veel aandacht opeisen. Minder zichtbaar, maar minstens even belangrijk is de schade die ongemerkt is opgelopen door internationale economie. Ook daar houden de herstelwerkzaamheden niet op bij enkel een handdruk voor de camera's en een goed gesprek. Het herstellen van het vertrouwen in de internationale economische samenwerking vergt offers en materiële concessies.

Het alpenlandschap rond Evian mag dan adembenemend heten, het economische decor waarin de bijeenkomst van de G8 plaatsvindt is minder fraai. In de afgelopen twee jaar heeft geen van de grote industrielanden genoeg economische groei gekend om zijn inwoners aan het werk te houden. De werkloosheid loopt op in zowel de Verenigde Staten als Europa. Japan is langer een probleem. De slepende recessie die het Westen, na het barsten van de zeepbel van de Nieuwe Economie, in zijn greep houdt is hardnekkig.

In dergelijke tijden komen de economische betrekkingen altijd onder druk. De liberalisering van de wereldhandel botst aan het thuisfront met het bedrijfsleven dat liever even geen concessies ziet. De altijd fluctuerende koersen van de belangrijkste valuta's zijn tijdens recessies extra reden tot zorg of blijdschap. En het weer op de been helpen van de eigen economie heeft even prioriteit boven de gevolgen die de buren daarvan zouden kunnen ondervinden.

Dat blijkt ook nu. De eind 2001 nog voortvarend begonnen Doha-ronde voor verdere liberalisering van de wereldhandel ligt zo goed als stil. Woensdag werd bekend dat onderhandelaars in het kader van de Wereldhandelsorganisatie WTO, er niet in zijn geslaagd hun deadline van eind mei te halen voor overeenstemming over het verder verlagen van invoertarieven voor industriële goederen. In september zou op een grote conferentie in het Mexicaanse Cancun degrondslag moeten worden gelegd voor een principe-akkoord dat eind 2004 zou moeten uitmonden in het succesvol afsluiten van de Doha-ronde. Tussen de VS en de EU neemt het aantal conflicten toe, met name op het gebied van landbouw, staal, exportsteun en genetisch gemodificeerd voedsel.

Op het valutafront is het de recente dramatische val van de Amerikaanse dollar die de aandacht opeist. Omdat vrijwel alle belangrijke leden van de wereldeconomie (met name Japan en China) hun munten gelijk op laten gaan met de dollar, krijgt de euro, en dus Europa, vrijwel alleen de schok van de dollarval te verwerken.

Coördinatie van de macro-economische politiek is er nauwelijks. De Amerikaanse regering-Bush zoekt het in grootscheepse monetaire en budgettaire stimulering, ten koste van oplopende tekorten op de begroting en de betalingsbalans. Europa worstelt met de politieke hordes die het invoeren van een flexibeler economie belemmeren, en verwacht noodgewongen zijn heil van het opleven van de consumptieve vraag in het buitenland. En Japan draalt, zoals het al een decennium draalt.

Wat kan één G8-bijeenkomst daar aan doen? Veel financiële en economische ontwikkelingen liggen eenvoudigweg buiten de macht van de aanwezige regeringsleiders en hun bestuursapparaten. Ze kunnen met één handtekening een een vliegdekschip laten opstomen. Maar het verhogen van de economische groei gaat niet met een pennenstreek. De enige mogelijkheid is het scheppen van zo gunstig mogelijke voorwaarden waarin de vrije krachten van de markt hun werk kunnen doen.

Internationale politieke stabiliteit is cruciaal voor de internationale welvaart. Pas begin jaren negentig, na een eeuw van conflicten, was het verkeer van personen, goederen en kapitaal weer even vrij als vóór 1914. Het succes van de bijeenkomst van dit weekeinde zal dan ook moeten worden afgemeten aan het ontstaan van een nieuwe consensus over de voorwaarden die de wereldeconomie nodig heeft om te functioneren.

Dat betekent dat geloofwaardig zal moeten worden gemaakt dat er concessies worden gedaan in de Doha-vrijhandelsronde. Het betekent ook dat de indruk zal moeten worden weggenomen dat de recente schommelingen op de valutamarkt een product zijn van actieve of passieve pogingen de huidige economische moeilijkheden op elkaar af te wentelen. En het houdt in dat er meer dan nu sprake moet zijn van coördinatie bij het macro-economische beleid. Al deze onderwerpen liggen wel degelijk binnen de invoedssfeer van de aanwezigen. Wat in de turbulente afgelopen anderhalf jaar ontbrak was de indruk dat dat er een gezamenlijk doel was voor de leden van de wereldeconomie.

Bij het herstellen van die indruk komt de komende dagen de nodige symboliek kijken. Maar zonder materiële concessies op het gebied van handel en economische politiek prikt de buitenwereld daar snel om heen. Want de mondiale welvaart is net een fiets: zonder vaart valt hij om.