Fraaie nostalgica uit Afrikaanse fotostudio's

De Afrikaanse studiofotografie is sinds een jaar of tien bezig aan een tweede leven op westerse fototentoonstellingen en in westerse musea. Het studioportret werd in Afrika rond 1900 geïntroduceerd door kolonialen, en terwijl in het westen de meeste fotostudio's na de Tweede Wereldoorlog wegkwijnden, lieten Afrikanen zich bij gebrek aan camera's en kleurenontwikkelcentra totin de jaren tachtig in de studio portretteren, liefst tegen een kleurig achterdoek of naast een gipsen zuil. Of men in Afrika zelf al toe is aan een herwaardering van het genre is onduidelijk, maar in het westen ziet men nu weer de pracht van ouderwetse foto's, foto's die doordat fotografie iets zeldzaams was, in het leven van de gefotografeerde een hoogtijdag betekenden. Juist dat niet-spontane, geënsceneerde maakt ze nu zo authentiek.

Voor Westerse ogen zijn Afrikaanse studiofoto's extra fascinerend, bleek al op Snap me One!, een tentoonstelling in het Tropenmuseum in 2000, en een overzicht op het Groningse Noorderlicht in datzelfde jaar. Soms zijn de studiofoto's ingekleurd en dan ogen ze zalig nostalgisch. In hun Afrikaanse gedaante zorgen voorbije westerse moderages voor vervreemding en herkenning tegelijk. Maar omdat mensen die op de foto gaan zich overal ter wereld hetzelfde gedragen, komt Afrika ook dichtbij. Overal willen mensen graag hun waardigheid en schoonheid tonen, waardoor je goed kunt zien dat ze eigenlijk verlegen zijn. Het maakt anonieme portretten persoonlijk. Al met al geven studioportretten een heel ander beeld van Afrika dan het gebruikelijke, dat immers grotendeels bepaald wordt door de dienaren van World Press Photo. Ambtshalve zijn reis- en persfotografen vooral gericht op rampen en exotica, en mensen fungeren op hun foto's al snel als illustratie van een nieuwsfeit of brochure; kindsoldaat met automatisch geweer, vrouw met kralenversiering en blote borsten.

In België waren oude Afrikaanse fotoportretten nog niet eerder te zien, blijkt uit de documentatie bij Afrika: Zelfportret, een eeuw Afrikaanse fotografie in het Koninklijk Museum voor Midden Afrika in Tervuren, vlakbij Brussel. Dit museum, gebouwd onder koning Leopold II, probeert nu zijn koloniale veren af te schudden, wat nog niet eenvoudig is in een gebouw dat is opgetrokken om van koloniale pronkzucht te getuigen, en met een collectie die werd samengesteld om de primitieve kolonie aan het beschaafde moederland te presenteren. Maar Afrika: Zelfportret, zo wordt benadrukt, bevat alleen werk van Afrikaanse fotografen. Het laat Afrika zien door de ogen van Afrika.

Wie de andere exposities gemist heeft, spoedde zich naar België. De hoogtepunten zijn er allemaal, zij het in geringe hoeveelheid: de met tere pastels ingekleurde glamourfoto's in jaren dertig-stijl uit de jaren zeventig, ditmaal van de Ethiopiër Jirary K. Mekjan, en het werk van de Ghanees Philip Kwame Apagya. Apagya kwam in de jaren tachtig op het idee het aloude achterdoek met zijn tijd mee te laten gaan; bij zijn studio in de Ghanese havanstad Shama kon je je laten fotograferen voor een doek met daarop een met cola volgeladen ijskast of een wandmeubel met stereo en tv. Soms ogen de geportretteerden verlegen tussen al deze geschilderde luxe, maar vaak ook zien ze de humor er van in en straalt de foto van de ingehouden slappe lach.

Een heel bijzondere foto uit de museumcollectie is een kaart uit 1939, waarop we de Kongolese fotograaf Antoine Freitas (1919-1990) aan het werk zien in het dorp Kasai. Ze noemen hem daar `Muene Mumpongo', schrijft hij op de achterzijde, `de tovenaar'. Van het klassieke verhaal dat Afrikanen in het begin vreesden dat de fotograaf hun ziel kwam stelen, is hier niet veel te bespeuren. Het dorp volgt Freitas' verrichtingen ernstig, maar zonder een spoortje angst.

Het is jammer dat ook hier weinig documentaire fotografie en persfoto's te zien is. Een grote overzichtstentoonstelling van deze genres, met de nadruk op hedendaags werk, zou meer inzicht kunnen geven in een al of niet afwijkende `Afrikaanse blik' op Afrika dan al deze nostalgica, hoe fraai ook. De documentaire foto's die er hangen zijn stuk voor stuk van hoog niveau. Niet alleen de al bekende, aangrijpende serie `de gekken van Abidjan' van Dorris Haron Kasco uit Ivoorkust, maar ook het dagelijks leven in Madagascar door de ogen van Pierrot Men of Akinbodé Akinbiyi's blik op het geweld in de straren van Lagos zijn zeer de moeite waard.

Een van de mooiste foto's van de tentoonstelling werd in 1980 op onafhankelijkheidsdag in Zimbabwe genomen door John Maluka; twee potige vrouwen op het moment van hun vreugde-explosie, hun voeten zwevend boven het wegdek, hun lijven omhoogschietend in euforie en adrenaline. Deze foto is een bom. Een bom van blijdschap.

Afrika: Zelfportet. T/m 28/9 in het Koninklijk Museum voor MiddenAfrika, Leuvensesteenweg 13, Tervuren, België. Open di-vrij 10-17u, za-zo 10-18u. Inl. 0032-2/7695211 of www.africamuseum.be